1.2. Andreas, geadeld Von Meijerfeldt

Johann Meijer en Dorotea von Taube krijgen in Lijfland een zoon Andreas (Duits), Anders (Zweeds) of Andreae (Latijn). In zijn eerste 30 levensjaren is hij officier in de Dertigjarige Oorlog en de Zweeds-Poolse Oorlog en hofmeester voor de jonge broers Von Wrangel. In 1660 trouwt hij met Catharina Wulff.  Hij wordt hoofdinspecteur in Oberpahlen. In 1674 wordt Andreas in de Zweedse adelstand verheven met schildbrief en wapenschild. Er wordt een vraagteken gezet bij de afstamming van Andreas van de Baltische Meijers. In verband hiermee moet onderscheid gemaakt worden met andere Meijers in het Zweedse rijk.

Voor het navolgende verhaal is gebruik gemaakt van ongeveer 40 bewaard gebleven brieven van Andreas Meijer, vooral aan zijn opdrachtgever Carl Gustaf von Wrangel, vanuit Tübingen (inclusief Conitz en Stolpe), Glückstadt (inclusief Frankfurt en Lübeck) en Oberpahlen (inclusief reizen naar Stockholm, Reval en Riga). Bij twee brieven zit een interessant relaas: “Wahrhaffte Relation Wie Ich nebst meinem Anvertrauten Baron Wrangell undt einem Diener den 20ten Junij auf Lünenburgischem grundt und boden von den Königl. Dähnische Solldaten zwischen Harburgh undt Hamburgh angehalten und aller bei mich habenden Sachen benommen worden”. (1) Een tweede belangrijke bron is de inhoud van de schildbrief (2).

Terug   ***   Verder

1. Riksarkivet, 720795 Skoklostersammlingen, II en III Övriga bestånd / 02 Carl Gustaf Wrangels Archiv / B Skrivelser till C. G. Wrangel / Vol E 8420 meier 012, totaal 37 brieven, inclusief de Wahrhaffte Relation. Het lezen van de brieven wordt bemoeilijkt door het 17de eeuwse handschrift, de oud-Duitse taal en doordat het geen netschrift is. Sommige brieven zijn gescand door het Riksarkivet en dat lukte niet altijd even scherp.
2. 
Riksarkivet, 1112.1 Riksregistraturet, B/412, folio 309v-311v, “Sköldebref för Inspectoren Meijerfelt“.