Migranten in en uit Nederland

Familieleden en naamgenoten reisden tijdelijk of blijvend Nederland in en uit. Hier volgt een overzicht. 

Binnenkomers

De volgende drie telgen van het Zweedse geslacht Von Meijerfeldt waren tijdelijk in de Nederlanden:

Carl Fredrik sr neemt volgens één bron op 1 juli 1690 deel aan de Slag bij Fleurus in de Zuidelijke Nederlanden. Omdat hij vlak daarvoor en daarna in Riga was is enige twijfel mogelijk.

Johan August sr wordt in 1693 door stadhouder-koning Willem III tot kapitein in een Zweedse regiment benoemd, dat aan geallieerde zijde tegen de Fransen vecht in Brabant. In 1698 wordt hij tot majoor benoemd en marcheert ten gevolge van de vrede af naar Bremen.

Johan August jr is in 1747 op 21-jarige leeftijd in Amsterdam en Den Haag en raakt in Limburg in Franse krijgsgevangenschap.

De volgende naamgenoten uit Zweden vestigden zich definitief in Nederland:

Otto en Andries Meijerfelt uit Karlskrona (*1683). Zij komen rond 1700 als varensman naar Amsterdam en blijven daar wonen. Zij trouwen met Amsterdamse vrouwen, krijgen daarbij kinderen, maar de naam sterft meteen uit.

Georg Richard Meijerfeldt uit Stralsund (*1736) reist naar Amsterdam en krijgt bij Martina Jans uit Sambeek (1757) een zoon Christoffel, die rond 1773 in het Rooms-Katholieke Maagdenhuis gedoopt wordt. Hij monstert aan op een VOC-schip en overlijdt kort na de afvaart naar Kaapstad en Batavia.

Johan August von Meijenfeldt uit Stralsund (*1760) reist ook naar Amsterdam, gaat in mei 1793 aan boord van een marineschip naar Paramaribo en krijgt kort na terugkomst in 1801 een natuurlijke dochter Wilhelmina Augusta bij de Maria de Ruijt.

Naamgenoten uit Duitsland die zich in Nederland vestigen zijn:

Maria Catharina Meijerfeldt uit Detmold (*1732) leeft tussen 1756 en 1794 in Harderwijk en Amsterdam. Zij trouwt in Elspeet met kleermaker Jan Heijmens en krijgt in Harderwijk bij hem zeven kinderen.

Carl August von Meyenfeldt zou tijdens de Pruisische veldtocht in Nederland (1787) bij een familie Van Gendt in Nijmegen ingekwartierd zijn geweest.

Adolf Meijerfeldt (Do.a12) uit Widminnen, Oost-Pruisen (*1856) vestigt zich in 1883 als kleermaker in Amsterdam en woont aan de Spuistraat en Saendamstraat. Hij verdwijnt naar Hamburg om daar een gezin te stichten.

Er zijn veel Joodse vluchtelingen voor de Holocaust:

Max Mayerfeld (Jc.6215) uit Worms en zijn vader uit Crumstadt. In de jaren ’20 werkt hij bij de Bijenkorf in Amsterdam en snel daarna in Den Haag, eerst aan de Van Hoytemastraat 12 en sinds 1934 aan de Stevinstraat 74. Nadat hij heen en weer reist naar zijn familie in Duitsland en de VS sterft hij kort na de bevrijding uit Bergen-Belsen. Zijn vrouw Milly keert terug naar Den Haag en zoon Gerd verhuist na zijn huwelijk in 1983 naar België, waar zijn familie nog leeft. (1)

Chaim Israel (Jpm.a1163) krijgt op 20-04-1933 op het Consulaat-Generaal in Amsterdam een visum. Hij is met zijn vrouw Lola Haar uit Lublin gekomen. Via Den Haag (Chouwestraat 58) vertrekken zij naar Antwerpen (Provinciestraat 249 en Lamorinierestraat 74).

Lizz uit Treysa trouwt de Nederlandse zakenman Hugo Stokvis en woont met zoon Edward met tussenpozen in Den Haag en Rotterdam totdat zij in 1940 na de Duitse inval naar Amerika weten weg te vliegen.

Erich (Jy.12) komt uit Berlijn-Wilmersdorf op 16 juni 1933 met vrouw Emilia Anna D/Totzauer en 16-jarige zoon Karl-Heinz als Joodse vluchteling naar Den Haag. Hij draagt ook de miljoenenzwendel als makelaar met zich mee. In Den Haag wordt zijn faillissement wegens gebrek aan baten in 1944 opgeheven.

Ryfka (Jpm.b44) is familie van Chaim Israel uit Lublin. Zij arriveert in 1934 met haar man Cijna Gadelja Papoport, koopman in damestassen, vanuit België in Tilburg, Atelierstraat.

Heinz uit Dordmund vlucht voor de Nazi-terreur in 1938 naar Arnhem, trouwt daar na de oorlog met mede-onderduikster E. Wolf uit Frankfurt en woont en overlijdt (1979) kinderloos in Amster­dam.

Rosine (Jc.211) komt uit Crumstadt, trouwt met Heijum Wolf en krijgt een zoon Ferdinand die in 1941 in Roermond overlijdt.

Uit Zwitserland komen nog andere naamgenoten:

De nazaten van Rupert von Salis-(Soglio-)Maienfeld treden vanaf 1693 in Staatse dienst in de stad Breda. Zij trouwen Nederlandse vrouwen van adel en blijven er wonen. De Nederlandse tak sterft uiteindelijk uit.

Johann Rudolf Meyer trekt rond 1740 naar Amsterdam waar hij zijdekoopman wordt. Hij trouwt een Nederlandse vrouw, krijgt twee dochters en overlijdt in Baarn. Johann Rudolf is een achterneef en leeftijdgenoot van Alexander Wilhelm Ludwig Meyer, die in 1757 in de Hessische adelstand met de naam Von Meyerfeld wordt verheven. Diens dochter Frederike Charlotte Louisa Jeanette huwt Alexander Wilhelm Ludwig von Büchenröde. Deze treedt na hun echtscheiding in 1806 in Plettenberg Baai, Zuid-Afrika als kolonel in Nederlandse dienst en bevrijdt in 1813 Deventer van de Franse bezetting.

Vertrekkers

Gezinshoofd Periode Land
Frits (Nk.3) 1911-1932 Ned.-Indië
Carl (Nk.2) 1913-1933 Ned.-Indië
Nellie (Nk.1) 1915-1931 Ned.-Indië
Henk (Nk.8) 1919-1946† Ned.-Indië
Jan (Nh.5) 1935-1948 Ned.-Indië
Govert (Na.4) 1939-1950 Zwitserland
Chiel (Nk.53) 1946-1950 Ned.-Indië
Like (Nk.91) 1947-1996† Groot-Brittannië
Gerard (Nk.22) 1948, 1959-60 Ned.-Indië, Nieuw-Guinea
Frits (Nk.33) 1950-1959 Ned.-Indië
Ella (Na.2) 1950-1975 Groot-Brittannië
Frits (Nh.42) 1954-1956 Hong-Kong
Hans (Nk.93) 1957-2013/14† België
Carl (Nh.41) en nakomelingen 1958-heden Canada
Herry (Nh.44) 1958-1961 Groot-Brittanië, Zuid-Afrika
Ank (Na.13) 1969-200?† Groot-Brittannië
Roel (Nk.513) 1984-2004 Zimbabwe, België, Zweden
Frits (Nh.441) 1986-2016 VS, Peru, Spanje
Caroline(Nh.442) 1986-heden Montana, VS
Hans (Na.41) 1988-2012 Frankrijk
Saskia (Nk.524) 1994-1999† Kenia
Ernst (Nk.523) 2004-heden Edmonton, Canada
Hugo (Nk.42) 2013-2015 Californië, VS