1.2.7. Laatste tien jaar

Na zijn verheffing in de Zweedse adelstand in 1674 zijn er nog 10 jaar gegevens over Andreas von Meijerfeldt bekend. Hij zet zijn werk als hoofdinspecteur over Oberpahlen voort. Eigenaar Wolmar Hermann von Wrangel overlijdt in 1675 op 34-jarige leeftijd. Hij was in 1665 getrouwd met gravin Christina Wasaborg, de natuurlijke kleindochter van koning Gustaaf II Adolf. Zij besluit de eigendom als weduwe te behouden. Vanaf 1680 valt het landgoed onder de reductie van de gouverneur-generaal Otto Wilhelm Königsmarck namens de Zweedse koning.

Twijfelachtig is of hij de Andreas Meijer is die op 13 augustus 1678 tot appelrechter wordt benoemd (1) en in 1681 wordt opgevolgd door Emanuel Reger als secretaris van de General-kirchenkommission in Riga, die zorgdraagt voor bijbelzorg en onderwijsmateriaal. (2) 

Op 17 maart 1680 (Pasen) koopt Andreas voor 16.000 Taler het landgoed Sall (Salla), kirchspiel St. Simonis (Simuna), kreis Wierland (Viruma). Verkoper is luitenant en landdrost (hakenrichter) Reinhold von Wrangel, van een heel ander huis dan Carl Gustaf en Wolmar. Hij had het landgoed in bezit gekregen omdat de vorige eigenaar in betalingsproblemen verkeerde. In 1682 start hij diverse rechtszaken, onder andere tegen landrechter Bernhard Schulman wegens onbevoegde tussenkomst waardoor de verkoop van Sall aan Andreas en twee anderen niet doorging. Hij beschuldigt Andreas er van geen kooppenningen te hebben betaald, alle koren van het veld te hebben afgesneden en naar zijn eigen landgoed Lustifer (Lustivere, onderdeel van Oberpalen) te hebben laten afvoeren en tenslotte de koop te hebben ontbonden. In de rechtszitting van 20 maart 1682 slaagt Von Wrangel niet in zijn bewijs. Dit draagt bij aan zijn uiteindelijke faillissement. (3)

Vanuit Reval (Tallinn) schrijft Andreas von Meijerfeldt in 1683 brieven aan Johan Rabel, de secretaris van de gouverneur-generaal. Vóór 21 maart 1687 overlijdt Andreas, omdat op die datum  “Overinspector Meyerfelds Wittwen” op de buitengewoon lange schuldeiserslijst staat van Reinhold von Wrangel in de Sall-kwestie, overigens laag in de rangorde. (4)

Terug   ***   Verder

1. A.C. Meurling, “Svensk domstolsförvaltning i Livland 1634-1700”, Lund 1967, pag. 132-133. Zij maakt bovendien de fout Anna Christina Hastfer als diens moeder in plaats van schoondochter te presenteren. Zie ook Gillingstam.
2. A. Pōldvee en K. Taifenau, “Emanuel Reger über den Aufbau des livländischen Schulwesens”. Forschungen zur baltischen Geschichte 2018, pag. 124.

3. Hakenrichter Reinhold Wrangell zu Sall (Salla, Simuna khk) Kirchspiel St. Simonis contra Ober-Inspektor Andreas Meyenfeld betreffend eigenmächtigen einseitigen Rücktritt des Beklagten von dem vereinbarten Kauf des Gutes Sall, Rahvusarhiiv, 1/2/411 Nr. 29, folio 111-112 en 419 Nr. 58, folio 161-163. H. von Baensch, “Geschichte der Familie von Wrangel, vom Jahre 1250 bis auf die Gegenwart, nach Urkunden und Tagebüchern bearbeitet”, Berlin und Dresden 1878, deel I, pag. 441 (Oberlandgericht, Convolut 272 Nr. 7).
4. “Ehst- und Livländische Brieflade, Ein Sammlung von Urkunden  zur Adels- und Gütergeschichte Ehst- und Livlands, in Übersetzungen und Auszügen”, deel 2.2 Zweedse tijd, Reval 1861, pag. 925. Nr. 912, Erkenntniss des Oberlandgerichts in Sachen der Creditoren des Reinhold Wrangell von Sall, Reval d. 21. März 1687: “sel. Overinspector Meyerfelds Wittwen 425 Rthlr. 27½ wrstk. in spec. Capital u. 136 Rthlr. Interessen”.