1.11.5. Adelsbrieven

Baltische adelsbrief

Johan Meijer of een voorouder is in of vóór 1480 c.q. 1510 in de landadel van de Duitse Orde verheven. Deze kan door de Landmeester zelf verleend zijn, maar ook door de plaatselijke Komtur. De plaatselijke Vogt had deze bevoegdheid vermoedelijk niet. Als Bubbusch ten tijde van de adelsverkrijging het landgoed  van Meijer was, dan gaat het om de Komtur (vanaf 1387 de hogere  Landmarshall) van Segewold (Sigulda). Het document waarin de toekenning van de adel is vastgelegd is tot nu toe niet gevonden. In het document zal ongetwijfeld het wapen zijn vastgelegd: een witte sikkel in een blauw veld.

Zweedse adelsbrief

Anders Meijer is op 24 november 1674 in Stockholm door koning Karel XI in de adelstand van het Zweedse Rijk verheven. (1) In de Sköldebref staat dat hoofdinspecteur Meijer voor de vader van de koning, Gustaaf X Adolf, veel verdiensten heeft gehad, vooral toen hij in de Deense Oorlog in Glückstadt gevangen zat. Daarvoor heeft hij niet alleen de rang luitenant-kolonel (overste) gekregen, maar ook een eregeschenk en verdere koninklijke gunsten. Omdat iemand “een goed lofwoord” voor hem heeft gedaan en de koning zelf nog goede en trouwe diensten van hem verwacht, besluit hij Meijer met hoge en aanzienlijke stand te bekleden, met adellijk wapenschild en privileges, geschenken en giften.

Baronnenbrief

Johan August Meijerfeldt sr wordt samen met zijn broer Wolmar Johan verhoogd tot baron. Op 12 juli 1705 wordt in het koninklijk hoofdkwartier in Rawicz (Polen) een concept voor de Frijherre Bref opgesteld en op 17 september 1705 in Blonie (Polen) door koning Karel XII getekend.

Gravenbrief

Johan August Meijerfeldt sr wordt op 3 maart 1714 door koning Karel XII verhoogd tot graaf. De Grefwe Bref wordt getekend in Demotica (Turkije). Zijn broer Wolmar Johan wordt op 18 augustus 1719 in de gravenbrief van zijn broer opgenomen.

 

1. Riksarkivet Stockholm, 1112.1. Riksregistraturet 1523-1718, B.412, pag. 309v-311v.
2. Riksarkivet Stockholm, 1112.1. Riksregistraturet 1523-1718, B.639, pag. ?
3. Riksarkivet Stockholm, 1112.1. Riksregistraturet 1523-1718, B.671, pag. 149v-158.