2.1.4. Overleveringen

Nadat twee belangrijke familiedocumenten aan de orde zijn gekomen en voordat onderzoek wordt gedaan in openbare archieven, wordt hier aandacht geschonken aan de overleveringen die binnen de Nederlandse familie Von Meijenfeldt de ronde doen over de afkomst.

Ontploffing of brand

De familiepapieren – althans een deel daarvan – over de afstamming van de familie zouden volgens overleveringen bij een ontploffing of brand verloren zijn gegaan.

De eerste mogelijkheid is een ontploffing van een kruitmagazijn in Amsterdam. In de nacht van 5 op 6 juli 1791 brandde ’s Lands Zeemagazijn (nu het Scheepvaartmuseum) in Amsterdam helemaal uit, maar daar lagen in beginsel geen privébezittingen van het zeevolk. Bovendien is de eerste bekende inschrijving van Johan August 1793.

Er is een andere overlevering van een brand, die de directe oorzaak van het vertrek van Amsterdam naar Rotterdam in 1810 was, maar rond die tijd in niet veel in de archieven te vinden. Een kleinere brand is ook mogelijk geweest.

Brand in de Bloemstraat, waar de stamvader woonde rond 1801 (pentekening uit het gemeentearchief Amsterdam)
Brand in de Bloemstraat, waar de stamvader woont rond 1801
(pentekening Stadsarchief Amsterdam)

Er wordt nog een latere fase genoemd: (1)

Van die vuurwerkfabriek is waar. Bij die ontploffing zijn inderdaad alle papieren, porcelein, enz. verloren gegaan en is het naakte lijf alleen gered, alleen maar wil ik nog uitvisschen, of dat in Rotterdam is geweest of te Bergen op Zoom.

In Rotterdam zijn nog twee relevante rampen bekend: op 15 maart 1822 een grote brand in de binnenstad en op 4 januari 1827 een ontploffing van 900 pond buskruit in de kruitmolen aan de Schie. Johan August bezat zijn huis aan de Goudse Singel sinds 1816 en in 1829 sloot hij er nog een hypotheek op af. Na zijn overlijden is het huis openbaar geveild, dus dan moet het overgrote deel van het huis behouden zijn gebleven, evenals de andere familiedocumenten. Een relatie met Bergen op Zoom is niet te leggen (afgezien van de latere verbinding met het geslacht Augustijn).

Magdeburg

De stamvader wilde na zijn pensionering naar Zweden reizen. Zijn kinderen hielden hem daarvan af vanwege zijn hoge leeftijd. In plaats daarvan reisde hij naar Magdeburg. Zijn kinderen en kleinkinderen hebben nooit geweten waarom. Omdat het in plaats van Stockholm was, konden zij veronderstellen dat het met zijn afkomst te maken had.

Het is niet eenvoudig na te gaan welke personen rond 1830 naar Magde­burg zijn gereisd, laat staan wat hun doel was. De naam Meij­er­feldt (inclu­sief varian­ten) komt in het stads­ar­chief van Magdeburg niet voor. Wel blijkt daar in 1830 de stadsrechter Friedrich Thilo in 1830 te wonen. (2) Hij heeft dezelfde achternaam als de echtgenoot van Augusta Juliana Meijerfeldt in het testament van de laatste Zweedse graaf, het kerkboek van Medrow, het Pommersches Geschlechterbuch en de doopgetuige in Rotterdam (inclusief voornaam).

 

1. Brief van Carl von Meijenfeldt (Nl.1), 14 oktober 1935 [CG-38].
2. Brieven van A.R. Buchholz, Amtsleiter Stadtarchiv Magdeburg, 6 januari en 3 februari 1992 [CH-228 t/m CH-230].