3.2.4. Ongegrond

De volgende overwegingen spelen bij de vraag of de twijfels bij de koppeling van het Zweedse geslacht Von Meijerfeldt aan de Baltische linie Meijer terecht zijn:

    1. Er zijn vijf objectieve redenen gegeven waarom Johann Meijer in 1480 tot de Baltische landadel behoorde. Bovendien is een wapenschild beschreven dat in het Zweedse wapen terugkeert.
    2. In het Wrangelboek wordt op basis van eigen onderzoek in oorspronkelijke bronnen, lang na het uitsterven van het Zweedse geslacht, een link met de Baltische Heinrich Meijer in 1562 en zijn nakomelingen van het Zweedse Von Meijerfeldts gelegd.
    3. Dat de Meijers nauwelijks voorkomen in de Estlandse en Lijflandse ridderboeken wekt weinig verbazing, omdat zij zelf van lagere adel waren. Hun vrouwen kwamen wel uit ridderlijke families, maar toen was het gebruik voornamelijk mannelijke telgen te vermelden.
    4. Uit niets blijkt van (erf-)conflicten die de jonge graven Von Meijerfeldt aanleiding gaven leemten in het Matrikelboek van 1754-1755 op te vullen met Baltische adellijke voorouders. Bovendien: waarom lieten zij de interessante papieren dan tijdens hun leven ongepubliceerd en moeilijk vindbaar in de Universiteitsbibliotheek van Uppsala liggen?
    5. Gillingstam schrapte de Baltische reeks na weliswaar indrukwekkend onderzoek naar authentieke documenten in de Zweedse archieven, maar nauwelijks naar Baltische bronnen. Onderzoek naar adellijke families was bij de toenmalige communistische regimes daar niet welkom was. Von Stiernman leefde in 1724 in Riga en deed daar veelvuldig onderzoek in de archieven, maar benoemt helaas hij zijn bronnen niet.

Alles overwegende zijn de twijfels ongegrond.

Terug   ***   Verder