Baltische wapenbrief

Johan Meijer is al van Baltische adel. Er is geen document gevonden waarin de toekenning van de adelstand, de vastlegging van de familienaam, de beschrijving van het wapenschild en de toedeling van het landgoed Bubbusch is vastgelegd.

Er is wel een bron waaruit de adelstand mag worden geconcludeerd. (1) Over Johan Meijer worden de volgende gegevens vermeld:
herre: In de vijftiende en zestiende eeuw is dit een adellijke aanspreektitel.
– til Babbús of Búbbús: Hiermee wordt niet de geboorte- of woonplaats bedoeld, maar een landgoed verkregen van een leenheer. Dat is de kern van de oeradel. In die tijd was er een Lijflands adellijke landgoed Babbusch.
– förde i vapn en hvit skära i blått fält. Een wapen – een witte sikkel in een blauw veld – is eveneens een teken van adelstand.

Omdat Johan Meijer als eerste wordt genoemd, ligt het voor de hand dat hij de persoon is die de adellijke in 1480 of 1510 of daartussen verkrijgt en niet erft.

Als Bubbusch ten tijde van de adelsverkrijging het landgoed  van Johan Meijer was,  dan is hij door een heer van de Duitse Orde in de adelstand verheven. Dat kan de Landmeester geweest zijn, maar ook de daaronder ressorterende regionale Komtur. De lokale Vogt had deze bevoegdheid vermoedelijk niet. Bubbusch valt onder de Komtur en vanaf 1387 onder de hogere  Landmaarschalk van Segewold (Sigulda). Johan Meijer is bovendien in 1510 in Riga kasteelkeer van de Lijflandse Orde. Twee Landmaarschalken en vervolgens Landmeesters die hem in de adelstand kunnen hebben verheven zijn Bernd von der Borg (1471-1483) en Wolter von Plettenberg (1494-1535).

De Meijers behoren niet tot de Balts-Duitse hoge adel. Deze geslachten zijn opgetekend in de boeken van de Lijflandse en Estlandse Ridderschappen en hun voorlopers. Het moet daarom om lagere landadel gaan. De familienaam en het wapenschild duiden op een welgestelde pachtersfamilie.

 

1. A.A. von Stiernman, Uppsala Universitetsbibliotek, “Svecia Illustris. Slägttaflor öfver de på Svenska Riddarhuset until år …. introducerade ätter i alfabetisk ordning”, X. Svensk genealogi och biografi, del 18 (M-O), vier bladen.