2.1. Herkomst

Wat is de herkomst van de Nederlandse familie Von Meijenfeldt? In het welkomstwoord staat dat alleen enkele overleveringen en het bescheiden resultaat van ooit verrichte naspeuringen wat steun bieden om in plaats van een Duitse een Zweedse afkomst in te vullen.

Johan August von Meijenfeldt is zelf bezig geweest met zijn herkomst. Zijn zoon Carl schrijft later met hulp van zijn broer en zoon een brief naar Helsingsfors (Helsinki). Govert – de jongste kleinzoon van Carl – doet verdere naspeuringen, soms met hulp van zijn oudere neven Frits uit Den Haag en Carl uit Voorburg. Hij probeert fami­liele­den warm te maken voor zijn speurtocht naar de afkomst van de fami­lie, maar slaagt daarin maar gedeeltelijk. In 1934 wendt hij zich tot fami­lie­leden om finan­ciële bijstand voor een onderzoek door de stads­ar­chivaris van Stral­sund. Als hij na onder­zoek in het gemeentear­chief bij neef Roelof in Rotter­dam-Zuid langsgaat, merkt deze – met voor­spel­lende gave – op: “Zou je hier wel mee doorgaan? Je weet maar nooit hoeveel ondergescho­ven kinde­ren boven water komen.” Govert verzamelt doop-, trouw- en begraafgegevens in Amsterdam en Rotterdam. Hij schrijft en ontvangt een zestigtal brieven en schakelt de stadsarchivaris van Stralsund in, de stad waar zijn overgrootvader vandaan kwam. Later legt Govert voor zijn onderzoek nog bezoeken af aan Stockholm. Het wezenlijke deel van het onderzoek is gedaan door zijn zoon Hugo.

Dit hoofdstuk start met twee cruciale familiedocumenten: een brief en een tekeningVervolgens komen familieoverleveringen aan bod over Franse dienst en enkele verhalenDaarna passeren gegevens uit openbare archieven de revue die leiden naar de Admiraliteit van Amsterdam en naar de kerkarchieven van Amsterdam en RotterdamTenslotte wordt nagegaan of sprake kan zijn van een echte, een gevluchte of een natuurlijke zoon van de Zweedse graaf.