Zl. Balticum

Het geslacht Meijer heeft verscheidene bezittingen in de Baltische gebieden.

Bubbusch

Dit landgoed ligt bij het dorp Pabbasch (Pabazi mõis), Kirchspiel Kremon, 50 km ten noorden van Rīga, 12 km van het strand. (1) De geaccidenteerde omgeving draagt de bijnaam La Livlande Suisse en is bekend om zijn houtproductie. Aanvankelijk is de Duitse Orde heer en meester, sinds 1562 ligt het in Pools-Lijfland en vanaf 1620 in Zweeds-Lijfland.
Volgens de oudste bron bezit Johan Meijer het landgoed in 1480 en/of 1510. Twee andere bronnen schrijven dat Johannes of Hans Meijer het in 1598 koopt van Stanislaus Kotz, die het van de Pools-Litouwse tevens Zweedse koning Sigismund III verkregen had. Deze Meijer en zijn erfgenamen wonen er ook. (2)
In 1625 verkrijgt Andreas Winne het landgoed van koning Gustaaf Adolf en verkoopt het in 1644 aan de Zweedse gouverneur-generaal, die het cedeert aan Peter Heltscher Rosenbohm, echtgenoot van Anna von Wulffenschildt, waardoor het in 1661 in handen komt van niemand minder dan Valentin von Meijer. Na de reductie onder koning Karel XI is het een publiek of kroondomein.


Festen

De Letse naam van dit landgoed luidt Westene en tegenwoordig Vestiena. Het ligt 120 km ten oosten van Riga. Het  behoort tot het voormalige gebied van de Aartsbisschop van Riga en Pools-Lijfland.
Het riddergoed is lange tijd een bezitting van de familie Von Tiesenhausen. Dat eindigt met de komst van koning Gustaaf Adolf, die het in 1620 tot diens dood in 1632 als leen geeft aan de Zweedse kolonel Erik Soop. In datzelfde jaar wordt het landgoed ook gekoppeld aan Johan Meijer, die ook werkelijk op het landgoed verblijft als pachter. Dat geldt ook voor zijn zoon Anders. In 1638 schenkt koning Gustaaf Adolf het landgoed aan de Superintendent in de Lutherse Kerk in Lijfland, Hermann Samson (geadeld Himmelstierna). Door erfenissen komt het in handen van Von Igelstrohm. (3)


Bevershof

Dit landgoed heet na splitsing in twee delen Alt-Bewershoff (Vecbebri). Het ligt 100 km ten oosten van Riga en 40 km ten zuidwesten van Festen.
De Zweedse koningin Christina schenkt het landgoed aan Niels Tungel, die het voor 2500 Taler in 1647 verkoopt aan Heinrich Struberg Cronstiern. Diens  zonen hebben het landgoed als fidei commies en zelfs  allodial toegekend gekregen, maar ontkomen niet aan de reductie. In 1747 in de Russische tijd valt het terug aan hun zuster, die dankzij haar huwelijk de familie Van Wilcken tot eigenaar maakt. (3) In de tussentijd is baron Johan August Meijerfeldt sr. bezitter. (4)

image006

 

 

Sall

Dit landgoed heet nu Salla en ligt in het kirchspiel St. Simonis (Simuna), kreis Wierland (Viruma).
Op 17 maart 1680 (Pasen) verkoopt eigenaar luitenant en hakenrichter Reinhold von Wrangell het voor 16.000 Taler aan Anders Meijerfeldt. Deze voert in 1682 allerlei rechtzaken, onder andere tegen landrechter Bernhard Schulman wegens onbevoegde tussenkomst waardoor de verkoop van Sall aan Anders en twee anderen verhinderd was, maar Von Wrangell beschuldigt Anders er ook van geen kooppenningen te hebben betaald, alle koren van het veld te hebben afgesneden en te hebben afgevoerd naar Lustifer (zie hieronder). In de rechtszitting van 20 maart 1682 slaagt Von Wrangell niet in zijn bewijs. (5)

image012


Laisholm

Dit landgoed Laiuse ligt in Jõgeva, het voormalige gebied van de Duitse Orde, 45 km ten noordwesten van Dorpat (Tartu). Samen met het bijgoed Pakkast wordt het eind 16de eeuw tot één landgoed gevormd en hoort bij het slot Lais.
Het landgoed is in bezit van de familie Wrangel. Het wordt verbonden aan de naam van Anders Meijerfeldt. (6)

image014


Lustifer

Het landgoed Lustivere maakt onderdeel uit van het slot Oberpalen. In 1623 schenkt koning Gustaaf Adolf het goederencomplex aan zijn veldmaarschalk Herman Wrangel. In 1677 erft diens zoon Wolmar Wrangel deze landgoederen. Anders Meijerfeldt hoofdinspecteur over alle goederen en woont op Lustifer.

IMG_0347

Lustifer

 

1. H. von Bruiningk en N. Busch, “Livländische Güterurkunden: aus den Jahren 1207 bis 1500“, Riga 1908, pag. 23, noot 9.
2. A.A. von Stiernman,  Svecia Illustris” versus
H. von Hagemeister, “Materialien zu einer Geschichte der Landgüter Livlands”, Riga 1836, deel 1, pag. 109 en Latvijas Vēstures Institūta(Instituut voor Letse Historie, Universiteit van Letland), “Fontes historiae Latviae“, Riga 1938, pag. 226.
3. A.A. von Stiernman,  Svecia Illustris“. A.W. Hupel, “Topographische Nachrichten von Lief= und Ehstland”, deel 3, Riga 1782, pag. 186. resp. 180.
4.  C. Schirren, “Die recesse der livländischen Landtage 1681-1711”, Dorpat 1865, pag. 305, 307, 320 en 329.
5. H. von Baensch, “Geschichte der Familie Von Wrangel vom Jahre Zwölfhundertfünfzig bis auf die Gegenwart”, Berlin/Dresden 1887, pag. 130.
Nationaal Archief Estland, EAA.858.2.3824.
6. G. Anrep, “Svenska Adels Ätters-taflor”, Stockholm 1861, pag. 888-889.