1.4.3. Vrieskou en beenbreuk

 

De Zweedse hoofdmacht zet de mars steeds verder in zuidelijke richting voort. De Moskovieten weten voortdurend als eerste ter plaatse te zijn om voedselvoorraden te plunderen of te verbranden. Op aanraden van de overgelopen beroemde Kozakkenaanvoerder Mazeppa trekken de Zweedse legers naar de nog verder zuidwaarts gelegen Oekraïne, waar grote graanvoorraden beschikbaar zijn.

In de wedloop legt Karel XII eer in het beleven van dappere avonturen met zo min mogelijk begeleiders. Eenmaal raakt de koning echter hopeloos omsingeld door de Moskovieten in Rajavka. Over de reddingsoperatie van het Zweedse leger schrijft Johan August:

kam Dahldorff mit seinen wenigen Leute von der rechten Seite, und Ge. Major Meijerfeldt von der linken Seite an dem Könige, und die übrigen kahmen immer nach und nach, daß alßo der König glückl. salviret, der Feint poußiret, und Ihro Königl. May glückl. daß Felt behalten. 

Aangezien Johan August de enige bron voor zijn aandeel in deze operatie is, wordt wel gesuggereerd dat hij aan zelfoverschatting lijdt. (1) Er moet echter toch ook een andere bron zijn, omdat er meer details bekend zijn. Hij zou met zijn regiment een zware pas aan het beklimmen zijn (vreemd genoeg wordt hier het veraf gelegen Holowczin genoemd), toen Rehnskiöld hem van de moeilijkheden van Karel XII op de hoogte bracht; daarop zou hij met enkele squadrons in gestrekte draf naar de plaats des onheils zijn gereden om de koning te ontzetten. (2)

Op 23 november staat Johan August enige weken met enkele regimenten in de voorstad van Romny, ter voorbereiding van het Zweedse winterkwartier. Als hij naar Lochvitsa wil doorstoten raakt hij in een hard gevecht verwikkeld met graaf Wolkonski, die hij tenslotte een behoorlijk verlies kan toebrengen. Kort nadat hij zijn mars heeft voortgezet valt Johan August van zijn paard en breekt een been.

Oprechte Haarlemsche Courant 02-04-1709

Oprechte Haarlemsche Courant, 2 april 1709, voorpagina

Omdat hij hierdoor voor de winter toch als actief officier is uitgeschakeld, zou hij aan de tsaar om een reispas hebben gevraagd, teneinde ongehinderd door Polen te kunnen reizen en in Duitsland zijn been tot genezing te laten komen. (3) Van een dergelijke reis komt echter niets.

De winter van 1708-1709 is de strengste sinds mensenheugenis. In heel Europa vriezen rivieren en zelfs zeeën dicht. Deze winter maakt meer slachtoffers onder de Zweden dan de Moskovieten tot dusverre hebben kunnen toebrengen. Schildwachten vriezen dood, duizenden soldaten hebben bevroren ledematen. Peter de Grote verergert de ellende, door Karel XII te verleiden uit het behaaglijke winterkwartier in Romny weg te trekken naar de Russische hoofdmacht bij Gad’ac, waar de Russen zich tijdig terugtrekken. Woedend besluit de koning tot een haast onmogelijke bestorming van de vesting Veprik. De slotcommandant geeft opdracht vooral op de voorste linies te schieten, waardoor Johan August de belangrijkste officieren uit zijn regiment kwijtraakt.

In het voorjaar trekt het Zweedse leger nog zuidelijker, naar het gebied langs de rivier de Vorskla, een zijrivier van de Dnjepr. Johan August blijft bij zijn regiment, zoals bij Borki (begin maart), bij Budysji (25 april) en Moljatitji (als hij werkloos moet toezien hoe een groep Zweden een mijl verderop wordt ingesloten). Opnieuw dringen Piper en enkele officieren aan op een terugtocht naar Polen, maar Karel XII wil daar niets van weten. Hij zoekt een bondgenootschap met de Zaporozje-Kozakken en Krim-Tataren, terwijl hij de Poolse koning Stanislaus en het achtergebleven Zweedse leger in Polen opdracht geeft naar de Oekraïne op te marcheren.

Half genezen neemt Johan August begin mei weer aan de gevechten deel. Hij verjaagt de vijand bij Sorrotzin, brandt de voorstad plat, voert gevangen Kozakken naar Lydno en proviand naar Lukowitz. (4) Op 8 mei 1709 steekt de Moskovische opperbevelhebber Mensjikov met 40.000 man de rivier de Vorskla over, verslaat twee Zweedse regimenten en bedreigt er vier in de stad Oposn’a. Meijerfeldt krijgt opdracht met het halve Zweedse leger te hulp te schieten. Hij arriveert om ongeveer 9 uur, ziet de vijand rond de stad gelegerd en rukt op in slagorde. Zonder enige tegenstand te bieden marcheren de Moskovieten zo snel zij kunnen terug over de bruggen, die zij over de rivier hadden geslagen. (5)

Johan August zet geen achtervolging in, omdat hij vanwege zijn blessure niet in staat is in galop te rijden. Van zijn offerbereidheid in die tijd geeft hij zelf hoog: (6)

obgleich nicht stehen nicht gehen könte der Gen: Major Meijerfelt, sondern sich zu Pferde heben laßen muste, wahr er doch mit. Wie er den allemahl, wan waß vorfiel, ungeacht seines schwerer Accidence sich doch allemahl badey einfant und so viel möglich Seine Dienste offerirte, so allen so dahmahls mit gewesen nicht unbekant.

Maar ook de koning prijst zijn doorzettingsvermogen ondanks zijn ziekelijke toestand. (7) Dankzij de bemiddeling van de Pruisische minister graaf Dohna zou hij overigens uiteindelijk in juni zijn reispas hebben gekregen. (8)

 

1. Villius (1951), pag. 149.
2. F.F. Carlson, “Carl den Tolftes tåg mot Ryssland”, Stockholm 1885, pag. 69.
3. Ranft, pag. 316-317. In zijn roman “Carolus Lex » overdrijft E. Brunner dat Meijerfeldt beide benen breekt.
4. Gravenbrief, folio 152v.
5. A. Åberg, “Karlolinska Dagböker, J.M. Lyth”, Stockholm 1958, pag. 83.
6. Villius (1951), pag. 149.
7. Gravenhrief, folio 153.
8. D.N. von Siltmann, “Dagbok”, KKD III, Lund 1907, pag. 312. G. Adlerfeld, “Histoire Militaire de Charles XII, Roi de Suède”, Amsterdam 1730, deel IV, pag. 89.