1.2.5. In Nederlandse dienst

Begin jaren negentig zijn de drie broers Meijerfeldt in Lijfland. Zolang er niet gevochten verblijven zij in hun vaderland. Carl Fredrik is kapitein, Johan August luitenant en Wolmar Johan kornet (vaandrig).  In 1693, geruime tijd na zijn broer, ziet ook Johan August Meijerfeldt kans in buitenlandse dienst te treden. Zweden levert 6.000 man aan de Nederlandse Republiek.

De Zweedse ommezwaai is het gevolg van steun van Lodewijk XIV aan het Deense streven om invloed te winnen in de Oostzee. Zweden beschouwt deze zee sinds de afwezigheid van de Nederlandse vloot min of meer als zijn binnenzee. Toetreden tot de Augsburgse alliantie van Spanje, de Duitse keizer, Saksen, enkele Duitse vorstendommen en later Engeland en de Nederlanden is het alternatief. Deze protestantse coalitie is ook een gevolg van de herroeping van het Edict van Nantes en de vervolging van de Hugenoten.

De Negenjarige Oorlog, ook wel genoemd de Eerste of Grote Coalitie Oorlog woedt tussen 1688 en 1697. Voor de Nederlandse prins Willem III behoren hiertoe ook zijn invasie en koningschap in Engeland (Glorious Revolution) en overzeese strijd in New England (King William’s War). Zweden raakt aanvankelijk niet actief bij de strijd betrokken, maar nadat de Nederlandse Republiek in 1693 een verdrag sluit tot teruggave van of schadevergoeding voor gekaapte Zweedse koopvaarders op Frankrijk verandert dat.

Johan August treedt in dienst van het regiment infanterie van kolonel Edvard Hastfehr, zoon van de Lijflandse gouverneur-generaal. Diens zuster Anna Christina Hastfehr (1681-1762) trouwt enige jaren later met Carl Fredrik Meijerfeldt. Johan August behoort tot de legers die zijn broer Carl Fredrik 10 jaar eerder bestreed. Van zijn krijgsverrichtingen is weinig bekend, mede omdat er sprake is van een positionele oorlogvoering: belegering en verdediging van steden en linies.

Brussel verliest door een Frans bombardement een groot deel van zijn historische binnenstad. Koning Willem komt vanuit Engeland enkele maanden per jaar over voor deze strijd. In 1693 wordt het Franse hoofdkwartier Huy heroverd, een jaar later Diksmuide en weer een jaar later de sterke vesting Namen, dankzij de beroemde vestingbouwer Coehoorn. Daarbij wordt Edvard Hastfehr nog vóór de moordende bestorming fataal door een kanonskogel getroffen.

Johan August wordt in 1693 bevorderd van luitenant tot kapitein. Op het thuisfront wordt Wolmar Johan in 1694 bevorderd van kornet tot luitenant.

De compagnie van Johan August Meijerfeldt wordt op 16 september 1694 samen met vijf andere Zweedse compagnieën door de Staten van Zeeland overgenomen (1). Zijn voornaam luidt jan en joan, zijn achternaam meijerfelt en meyerfelt. Vaak is dit een administratieve truc van de plaatselijke commandant om soldij van de Staten uitbetaald te krijgen, maar vanwege de laatste alinea van deze paragraaf is het vrij zeker dat hij werkelijk in Zeeuwse dienst heeft gestaan. Onder leiding van de Zweedse koning – die enerzijds nog Franse sympathieën heeft maar anderzijds soldaten aan de geallieerden hoort te leveren – worden moeizame vredesonderhandelingen in 1697 beklonken in de Vrede van Rijswijk, die Frankrijk weliswaar terugvoert naar de oorspronkelijke grenzen, maar wel de kiem legt voor tweespalt tussen de katholieke en protestante landen binnen het bondgenootschap.

Het regiment van kolonel Ernst Detlof Krassow, waarin Johan August begin 1698 als majoor is gaan dienstdoen, wordt ten gevolge van de vrede afgedankt. Hij reist daarom af naar Stockholm. De Zweedse officieren krijgen bij terugkomst een bevordering, maar niet als zij in dienst van de Republiek waren. Johan August loopt daardoor een bevordering mis. Het gebruik van de Republiek om het geweer te behouden wordt overigens evenmin nageleefd.

 

1. Zeeuws Archief, Archief Staten van Zeeland, inventarisnummer 1671 Registers van commissiën en instructiën 1578-1809, folio 143.