1.5.4. De terugkeer van Karel XII

Waar Johan August Meijerfeldt zo vurig op hoopt gebeurt tenslotte dan toch. Koning Karel XII ontsnapt die winter uit Turkse gevangenschap en rijdt incognito in 15 dagen te paard met een grote boog door West-Europa naar Stralsund.

Onmiddellijk kondigt de koning een grote promotie af, om degenen die hem trouw zijn gebleven des te meer aan zich te binden. Johan August Meijerfeldt wordt begin maart gekroond tot graaf en krijgt de Pommerse landgoederen Nehringen en Medrow toegewezen. Omdat veel andere officieren ook in de adelstand worden verheven en er nog talloze andere maatregelen getroffen moeten worden, duurt het nog vijf jaar voordat de gravenbrief en het nieuwe schild gereed zijn.

Meijerfeldt bereidt in die tijd de verdediging van Wismar voor, naast Stralsund de enig overgebleven Zweedse stad in de Duitse gebieden. Van zijn regiment landmilitie wordt 300 man voor de verdediging van Stralsund uitgezocht.

Meijerfeldt reist medio 1714 naar Zweden. Hij verblijft enige tijd in Gothenburg en vestigt zich vervolgens met zijn vrouw in Karlskrona. (1) Gezien de oorlogsomstandigheden kan hij zijn functie als gouverneur-generaal over Pommeren niet uitoefenen. Daarom heeft hij tijd zich om zijn andere functie te bekommeren, namelijk die van Koningsraad. Vanaf dan gaat hij zich in de Senaat actief met de politiek bezighouden, voornamelijk in de rol van verdediger van de handelingen van de koning.

Bassewitz is inmiddels een goede vriend van Johan August geworden. Begin augustus 1714 brengt hij een bezoek van een halve dag aan Karlskrona, waar hij adviezen inwint over de houding van de Zweedse Senaat. Bassewitz schrijft later over hem als ein veritabler Freund van mir, die bij het afscheid op de bewuste dag had gewenst: der liebe Gott bringe das unterdrückte Recht ans Licht! (2)

Karel XII blijft pogen Pommeren te behouden. Nadat hij hem 6 april 1714 admiraal maakt, geeft hij Meijerfeldt opdracht zich bezig te houden met het uitrusten van een vloot. Karel XII had na het overlijden van de beroemde maar trage admiraal Wachtmeister behoefte aan een goed organisator, niet aan een goed zeeman. Stenbock had bij de Slag bij Helsingborg al bewezen het te kunnen en nu werd het vertrouwen weer aan een infanterist gegeven, namelijk Meijerfeldt. Omdat iedereen weet hoe dicht hij bij de koning staat, wordt er enthousiast voor hem gewerkt. Als voorbeeld voor de adel draagt hij uit zijn eigen vermogen 16.000 Rijksdaalder bij. Hij volbrengt de taak dan ook zo snel en energiek, dat hij dankbaarheid en bewondering van de koning oogst. Met vereende krachten had de Zweedse bevolking 800.000 Rijksdaalder opgebracht, welk bedrag hij zelf met een postjacht vervoert naar een minzame Karel XII. (3)

Laatste Zweedse vestingen

Meijerfeldt wordt op 26 januari 1715 tot Kanselier van de Universiteit van Greifswald benoemd. Deze stad is overeenkomstig het verdelingsplan aan Pruisen  toegedeeld, waardoor de benoeming pas na de vrede waarde kan krijgen. Die vrede lijkt verder weg dan ooit als Pruisen op 1 mei zijn neutrale positie opgeeft en toetreedt toe tot de Noordelijke Alliantie.

De legers uit Denemarken, Saksen, Pruisen en Rusland verzamelen zich medio 1715 rondom de twee sterkste vestingsteden van Europa: Stralsund en Wismar. Met twee bataljons maakt Meijerfeldt de vruchteloze pogingen van Karel XII tegen de Deense vloot bij de Pommerse Wal mee.

In september wordt geheel Amt Tribsees verpacht aan Meijerfeldt, naast Grimmen het enige gebied dat de Zweedse koning tot dan toe niet aan de adel  verpacht heeft. Halverwege oktober 1715 steekt de graaf over naar Zweden. Hij is daarom niet meer bij de aanvallen en overgave van Stralsund eind december betrokken. Niet alleen zijn militaire avontuur is ten einde gekomen, maar ook zijn huwelijk: zijn vrouw Anna Maria Törnflycht is datzelfde jaar overleden. In 1716 raakt Zweden tenslotte ook Wismar kwijt, haar laatste vesting op Duitse bodem.