1.2.4. Wolmar, stadhouder over Padis

Wolmar Meijer is de zoon van Hinrik Meijer en Magdalena von Wrangel.

Eén bron meldt dat hij trouwt met Anna Taube, dochter van Johan Yxkull uit Koski en Barbara Ahnrep, maar corrigeert dit later naar Margaretha von Bremen, dochter van Tuve von Bremen uit Engdes (Äntu, 25 km ten zuiden van Rakvere, Estland) en Margaretha Taube uit Maidel (Maida bij Rapla, Estland). (1) Een andere bron bevestigt deze naam en ouders, waarbij de jaartallen 1540 en 1554 worden genoemd. (2) Het wapen von Bremen voert drie staande sleutels op een blauwe balk in een zilveren veld.  De Taube-tak van de moeder is een andere dan de eerdervermelde Taube-tak. Er is een zoon Johan bekend.

Wolmar is in 1592 en 1599 stadhou­der over het gebied van het abdijslot Padis, 50 km westelijk van Reval (Tallinn). Vanaf hun komst in 1561 was het slot in handen van de Zweden. Na een bezetting van 6.000 Russen tussen 1576 en 1580 was er na de herovering weinig meer over van de slotmuren en was de religieuze en militaire betekenis verdwenen.

image003

Noordvleugel Padis abdijslot

image004

Plattegrond Padis abdijslot

Alle Estlandse bezittingen van de Orde, Bisschoppen en gevluchte adel komen in Zweedse handen. De Duitse landadel krijgt om economische redenen de private landgoederen terug. De periode vanaf 1582 is vreedzaam en leidt tot wederopbouw. Daarbij helpt dat Sigismund van zowel Polen als Zweden koning is. Vanaf 1599 neemt zijn oom Karel IX de macht over in Zweden, arriveert een jaar later met een invasiemacht in Reval en doet het jaar daarop een inval in Lijfland. Het verraste Polen doet vanuit het zuiden een tegeninval. Na een heen en weer golvende oorlog wordt kort na de troonsbestijging door Karel’s zoon Gustaaf II Adolf in 1612 een wapenstilstand gesloten.

 

1. A.A. von Stiernman,Svecia Illustris”, Uppsala 1724-1765.
2. O.M. von Stackelberg, “Genealogisches Handbuch der estländischen Ritterschaft”, Görlitz 1931, deel 1. Bij de vader staat Tuve VIII en de voornaam van de moeder is Magdalena.