1.1.4. Johan sr, kasteelheer Riga

De eerste bekende telg van het Baltische geslacht Meijer is Johan. Aangegeven wordt dat hij uit Bubbus komt, een landgoed of stadje in Lijfland, maar het is onvindbaar. De datum van geboorte en overlijden van Johan zijn onbekend. Wel is bekend dat hij in 1510 leeft. Hij moet dan redelijk op leeftijd zijn, omdat zijn zoon Wolmar tien jaar later al stadhouder over Wenden is.

Johan Meijer is getrouwd met Gertrud. Als geslachtnaam wordt von Farsenbach opgegeven, maar dat is fout gespeld. Het beschreven wapen is een rode muur die op zes plaatsen is uitgebouwd op een zilveren plaat en een krijger met Hongaarse muts. Dit blijkt het wapen van het Duits-Baltische geslacht von Farensbach te zijn. Het geslacht vestigt zich met de Kruistochten in Estland, in eerste instantie op het eiland Ösel, later in Marienland (Märjamaa) in het district Rappel (Rapla), dicht tegen de noordelijke grens van Lijfland.

Johan Meijer is kastellan i Riga, hetgeen zowel in het Zweeds als het Duits wil zeggen dat hij kasteelheer of slotvoogd is. In Riga is er dan maar één mogelijkheid, namelijk dat hij de scepter zwaait over het kasteel van de Duitse Orde. Dat kasteel is in 1510 in aanbouw. De Meester van de Duitse Orde, Wolter von Plettenberg, heeft de bouwopdracht 16 jaar eerder gegeven en pas 5 jaar later zal het in gebruik genomen kunnen worden. Het gaat zoveel mogelijk lijken op het eerdere kasteel van de Orde, dat op die plaats tussen 1330 en 1343 was gebouwd. De burgers van de Hanzestad Riga hadden dat kasteel in 1481 vernietigd. De tienjarige burgeroorlog die daarna woedde leidde er tenslotte toe dat de burgers het kasteel zelf moesten herbouwen, onder toeziend oog van Johan Meijer.

1.1.4. Kasteel Riga

Het kasteel van Riga in 1515, getekend door Peter Dennis,
in S. Turnbull en P. Dennis, “Crusader Castles of the Teutonic Knights (2),
The stone castles of Latvia and Estonia 1185-1560”, Oxford 2004, pag. 46.

Het kasteel van Riga meet 63 bij 56 meter. Het is een van de Duitse Orde bekende combinatie van vesting en klooster. Twee ronde torens staan op de hoeken in het noordoosten en zuidoosten en in de andere twee hoeken lopen vierkante trappen omhoog. Kelders, souterrain en begane grond zijn er voor munitie, voedsel, paarden en werkkamers. Op de eerste verdieping bevinden zich de meer luxueuze vertrekken met plafonds op 7 meter hoogte met prachtig boogwerk. Hier bevinden zich de kapel, de eetkamer, de oostelijke vertrekken voor de priesters, de westelijke vertrekken voor de Komtur en Meester (als hij op bezoek is) alsook de keuken en de noordelijke vertrekken voor de ridders. De tweede verdieping is ontworpen voor de kruisboogschutters om het kasteel te verdedigen. Dwars op de buitenmuur aan de rivierzijde loopt een op vijf pijlers rustende overdekte balustrade, ook wel de Dansker genoemd. De toren aan het einde hangt boven de rivier voor de afvoer van de latrine. Ook kan het dienen voor de verdediging en bevoorrading.

1.1.4. Kasteel Riga nu

Het kasteel van Riga tegenwoordig

Johan Meijer bekleedt een hoge functie. Hij heeft het commando over het garnizoen, de verdediging van het kasteel en patrouilles in de omgeving. Bovendien is hij verantwoordelijk voor het dagelijkse garnizoensleven, zoals de voedselvoorziening (inclusief het aanhouden van voorraden voor twee jaar om een belegering te doorstaan), munitie en bewapening en onderhoud van het kasteel.