1.1.2. Baltische herkomst

Het in de vorige paragraaf genoemde Matrikelboek uit 1731 biedt niet alleen het nieuws dat de adelsbrief bij het Ridderhuis geïntroduceerd is, maar geeft ook de voornaam van Meijer vrij: Hindr. In 1734 verschijnt het oudste Zweedse wapenboek met getekende zwart-wit afbeeldingen. Daarin staat het familiewapen van Meijerfelt en ook hier staat de voornaam Hendrich. Hetzelfde geldt voor een volgend wapenboek uit 1746. (1)

In 1754 verschijnt het volgende Matrikelboek. Dat noemt eveneens de voornaam Henric en voegt twee nieuwe feiten toe: “hade till Fru Catharina Mårtens Dotter Wulf”  en war barnfödd i Lifland”. (2) Mårten Wulf is eenvoudig terug te vinden, omdat hij de muntmeester voor Lijfland te Riga was, in welk land Meijer dus ook geboren is. Dit is een confederatie van gebieden in het huidige Estland en Letland. Naast de oorspronkelijke stammen (Esten, Lijven, Letten, Letgallen, Semgallen, Koeren) wonen daar immigranten uit Rusland, Polen, Denemarken, Duitsland en Zweden.

De auteur van dit Matrikelboek, A.A. von Stiernman, heeft zijn handgeschreven aantekeningen nagelaten. Daarin staan vier bladzijden genealogische gegevens over Meijerfelt. Vóór de voornaam Hinric verschijnt nu de naam Anders. De echtgenote heet Anna Catharina Wolfenskiöld. De grootste aanvulling is wel het voorgeslacht: een stamlijn van vaders en hun echtgenoten met Duits-Baltische namen twee eeuwen terug in de tijd tot 1480. Een ander nieuwsfeit is dat er toch een eerder wapen was: een witte sikkel op een blauw schild. (3)

Johan Meijer
van Bubbus , k
asteelheer van Riga, leeft 1480 en 1510

Gertrud Farensbach
Wolmar Meijer
s
tadhouder over Wenden
1520-1532
Agnes von Tiesenhausen
van Odense
Henric Meijer
r
itmeester Lijflandse adelscavalerie en landrechter 1560-1562
Magdalena Wrangel
van Ellistfer
Wolmar Meijer
stadhouder over Padis
1592-1599

Margaretha Bremen
van Engdes
Johan Meijer
van Festen, s
lothoofdman op Fellin 1620
Dorothea Taube
van Fyr
Anders Henric Meijer
van Festen, 
ingenieur 1655, overste en hoofdinspecteur op Oberpalen 1660
Anna Catharina
Wolf(fenskiöld)

Vier jaar na het overlijden van Von Stiernman komen ook uit Riga handgeschreven genealogieën, tekeningen en verhalen. De voornaam Andreas wordt (verduitst) bevestigt. De naam Catharina Wulf wordt hersteld, net als Mårten Wulf als haar vader. Zij blijkt in 1658 weduwe te zijn van Herman Rötelsdorf en nog eens in 1659 – na een huwelijk korter dan een jaar – van advocaat Johann Christoff von Kirstein. (4)

De daarna uitkomende Zweedse adelsboeken nemen de voornaam Anders of Andreas nog een eeuw lang niet over. Pas in 1861 komt een groot nieuw adelsboek uit, dat de voornaam Anders en de een hele reeks van vader op zoon in de Baltische gebieden overneemt, althans vanaf 1510. (5)

Een volgend wapenboek gaat nog een stap verder en noemt de Meijerfeldts van oeradel en genaturaliseerd. De eerste term betekent dat er een akte of leenbrief was (waarop soms een renversaal retour volgde) waarin een belening letterlijk werd bezegeld. In de Duitse context is het geslacht dan van vóór 1350 (volgens de Almanach de Gotha), in de Zweedse zelfs van vóór 1280 (Alsnö Handvest). De Meijers behoren niet tot de oorspronkelijke Zweedse adel.  In Lijfland is oeradel alleen aannemelijk van de leenheren van de Duitse Orde, hetgeen overeenkomt met Von Stiernman’s handgeschreven aantekeningen. In dat geval zijn de Meijers van buitenlandse adel en moest naturalisatie plaatsvinden. (6)

In 1887 verschijnt een lijvig werk over het geslacht Wrangel. daarin wordt bevestigd dat Henric Meijer met Magdalena Wrangel getrouwd was. Er staat een jaar bij: 1562. De voornaam van de vader is hier Christoph en bij Von Stiernman Wolmar, de moeder is dezelfde persoon. (7)

In enkele meerdelige boeken in de twintigste eeuw blijven de reeks van vader op zoon en de naam Anders staan. (8)

In een nieuwe grote lexicon uit 1986 wordt de reeks vanaf 1480 verlaten en start het Zweedse geslacht pas weer bij Anders Meijer. Als reden wordt gegeven dat diens voorvaderen niet in geschriften uit die tijd kunnen worden teruggevonden. (9) De auteur is de eerste die Von Stiernman niet zomaar kopieert. Ook verlaat hij – terecht – een Duitse bron. Anderzijds was Von Stiernman niet zomaar een buitenstaander, maar een tijdgenoot en collega van de graven Meijerfeldt. Het Wrangelboek baseert zich bovendien toch wel op oudere geschriften. Daarom wordt hier de reeks vanaf 1480 aangehouden.

 

 

1. J.H. Werner, “Matrikel öfwer Swerikes Ridderskap och Adel”, Stockholm 1731, pag. 70: Ridders- och Adelsmän, Meyerfeldt, Hindr., Nov. 1674 intr. 1675. E. Kiellberg, “Sweriges Ridderskaps och Adels Wapnebok”, Stockholm 1734. D.G. Cedercrona, “Sweriges Ridderskaps och Adels Wapen-Bok”, Stockholm 1746.
2
. A.A. von Stiernman, “Matrikel öfver Swea Rikes Ridderskaps och Adel”, Stockholm 1754-1755, deel 1, pag. 44-45 en 648, deel 2, pag. 1125, 1329, 1380, 1419 en 1420. Exemplaar in Familiearchief.
3
. A.A. von Stiernman, “Svecia Illustris”, 27 handgeschreven delen in folio formaat met genealogische tabellen en biografische opgaven over de adel, Uppsala Universitetsbibliotek, X 18, M, 4 bladen. “Catharina Mårtensdotter Wulf” is doorgehaald en vervangen door “Anna Catharina Wolfenskiöld”, dochter van “Henric Mårtenson Wulf adlad Wolfenskiöld”.
4. J.C. Brotze, “Sammlung verschiedner Liefländischer Monumente”, Riga 1671, deel 1:2, pag. 163v en pag. 174 en deel 3:2, pag. 237v. M. Kohlhaas, “Nachkommen von Herman Marguard”, pag. 3.
5. G. Anrep, “Svenska Adels Ätters-taflor”, Stockholm 1861, pag. 888-889.
6. C.A. Klingspor, “Sveriges Rid­derskaps och Adels Vapen­bok”, Stockholm 1886.
7. H. von Baensch, “Geschiechte der Familie Von Wrangel vom Jahre Zwölfhundertfünfzig bis auf die Gegenwart”, Berlin/Dresden 1887.
8. G. Elgen­stierna, “Den introducerade svenska adelns ättertavlor”, Stockholm 1930, deel V, pag. 226-227.
9. H. Gillingstam, lemma in G. Nilzén, “Svenskt Biografiskt Lexikon”, Stockholm 1986, pag. 470. Von Stiernman leefde in 1724 enkele jaren in Riga en deed daar onderzoek in de archieven, maar heeft zijn bronnen niet onthuld.