1.1.2. Baltische herkomst

De oudste vermelding van het geslacht Meijerfeldt in de Zweedse wapenboeken dateert van 1734. Gelijk wordt de voornaam van Meijer genoemd, namelijk Hendrich. [E. Kiellberg, “Sweriges Ridderskaps och Adels Wapnebok”, Stockholm 1734, index].

Het daarop volgende Zweedse wapenboek van 1754 herhaalt de voornaam Hendrich en heeft als nieuwtje dat hij een Baltische herkomst heeft. Dat komt niet omdat hij rond 1660 hoofdinspecteur is in Estland (Oberpahlen), maar omdat hij in Lijfland geboren is [A.A. von Stiernman, “Matrikel öfver Swea Rikes Ridderskaps och Adel”, Stockholm 1754, deel I, pag. 648].

Öfwerste Lieutenanten och Öfwerste Inspectoren uti Estland, Hinric Mejerfelt, som blef adlad 1674. d. 24 Nov. kallad fårut Mejer, war barnfödd i Lifland och hade till Fru Catharina Mårtens Dotter Wulf.

Hendrich krijgt zijn naam Meijerfeldt volgens de wapenbrief “till en åtskilnad aff andre familier i rijket”. Er zijn dus andere adellijke geslachten met de naam Meijer in het Zweedse rijk. Om verwarring te voorkomen is het goed deze geslachten op te sporen.

Een eerste gevonden Lijflandse geslacht is dat van Valentin Meijer (1601-1675), die op 7 augustus 1746 in de Zweedse adelstand wordt verheven met de naam Von Meijer. Hij is in Zweedse militaire dienst getreden en opgeklommen tot kolonel over een Duits regiment en brengt het tot commandant van Riga in 1658 en generaal-majoor in de Slag bij Mittau tegen Schülenburg in 1660. Zijn ouders zijn Eberhard (1572-1643), goudsmid in Riga en Anna Moller, dochter van goudsmid Valentin Moller. Zijn grootvader Barthold Meijer (-1590) is in 1558 burgemeester van Riga.

Een hieraan verwant geslacht Von Meijer uit het huis Duhrenhof (Dūres) is in 1788 in de adelstand van het Duitse Rijk verheven.

Vergelijking van de wapens van Hendrich, Valentin en de Duhrendorfse Meijer levert één overeenkomst en enkele verschillen op. In alle wapens komt een sikkel voor, hoogstwaarschijnlijk vanwege de naam Meijer. Bij Hendrich gaat het om één sikkel met gewapende arm en daaronder een vesting op een blauw-gouden plaat, bij Valentin om twee rechtopstaande sikkels op een blauw-rode plaat en bij Duhrendorf om één rechtopstaande sikkel en daaronder drie korenaren op een goud-blauwe plaat.

image023 meijer wapen 1646 Meyer wapen 1788
Meijerfeldt 1674 Von Meijer 1646 Von Meijer 1788

De diverse wapenboeken hebben er problemen mee deze drie geslachten uit elkaar te houden. Verwarrend is om te beginnen dat Valentin Meijer in zijn derde huwelijk Anna trouwt, dochter van muntmeester Wulf. Catharina, de vrouw van Hendrich Meijer, is ook een dochter van muntmeester Wulf. Bij laatstbedoelde gaat het om Mårten Wulf (1593-1633), gehuwd met Ursula Marqvard. Hij wordt na zijn dood opgevolgd door zijn jongere broer Hendrich, gehuwd met Apollonia Rigeman en vader van Anna. Valentin Meijer en zijn schoonvader worden in 1646  in de Zweedse adelstand verheven, de laatste met de naam Wulffenschildt (Wolffensköld).

Ook is er verwarring rondom Bartolomäus Meijer, van 1649 tot 1656 predikant in Wenden. Hij is de broer van Valentin, eerst gehuwd met Anna Schrader, daarna met  Marageretha Moller, dezelfde familienaam als zijn schoonmoeder. Eén van diens zonen Berthold (1659-1710) wordt in 1688 geadeld met de naam Von Meijercranz, in Zweden niet geïntroduceerd en gebruikt daar het wapen van zijn oom Valentin, maar in Lijfland een nieuw wapen met twee sikkels in boven- respectievelijk ondervlak van de plaat. Er zijn bronnen die een verbinding met het Zweedse adellijke geslacht maken, echter zonder uitleg [Bergmann, Von Recke, P. Baerent u.a., “Die Evangelischen Prediger Livlands bis 1918”, Köln/Wien 1977, blz. 339 e.v] In het Staatsarchief Letland [H011/1/3752] is nog te vinden dat pastor Barthold Meijer bij Wendula von Helmersen op 8 januari 1659 een zoon Heinrich Meijer krijgt, maar deze huwt met Anna v. Damm (1667-1710) en overlijdt in 1685.

In 1861 verschijnt een adelsboek met een hele reeks voorouders van vader op zoon in de Baltische gebieden, die 150 jaar eerder begint. Vanaf dit moment heet de Zweedse fami­lie in de wapenboeken van ‘oeroude’ adel. Er wordt een wapen beschreven: een zilveren sikkel in een azuren veld.  Dit wapen komt terug in het wapen van Hendrich Meijerfeldt. Een belangrijk verschil is dat voornaam Hendrich wordt ingeruild voor Anders en bij zijn vrouw Catharina wordt aangevuld met Anna. [G. Anrep, “Svenska Adels ätter-taflor”, Stock­holm 1858-1864, pag. 888-889. In diens navolging C.A. Klingspor, “Sveriges Rid­derskaps och Adels Vapen­bok”, Stock­holm 1886, no. 864 en G. Elgen­stierna, “Den introducerade svenska adelns ättertavlor”, Stockholm 1930, deel V, pag. 226-227. H. Gillingstam in G. Nilzén, “Svenskt Biografiskt Lexikon”, Stockholm 1986, pag. 470 wijt de reeks niet aan Anrep maar aan A.A. von Stiernmann, “Svecia illus­tris”, X 18 Universiteitsbiblio­theek Uppsala. Von Stiern­man noch Anrep hebben bronvermeldingen.

Er zijn nog vele andere Meijers in de Baltische gebieden te vinden. In de erfboeken van Riga komt in 1377 de zin voor “a Johanne Meyen filio Henrici Meyen” [L. Feyerabend, “Die Rigaer und Revaler Familienamen im 14. und 15. Jahrhun­dert”, Köln/Wien 1985, Quellen und Studien zur baltische Geschichte, Band 7, pag. 164 en 258]. De naam komt in Riga voor in de periode 1462-1514 en in Reval (Tallinn) in de periode 1492-1501. In de jaren 1631 en 1635 is er een Zweedse handelsvertegenwoordiger in Riga met de naam Hindrich Meijer.

In het navolgende wordt de Lijflandse reeks van vader op zoon nagelopen en verder onderzocht.