Deel 3. NAAMGENOTEN

Dit derde deel van de geschiedenis van de familie Von Meijenfeldt behandelt naamgenoten. Daarmee worden personen bedoeld die dezelfde achternaam hebben als de leden van de Zweedse en Nederlandse familie. Deze personen worden behandeld met het doel helder te maken of zij enige relatie met die twee families hebben, als opmaat naar het vierde deel waarin de relatie tussen Zweden en Nederland wordt blootgelegd.

Iemand heet naamgenoot zodra de spelling van zijn of haar familienaam voldoet aan één van de vele hier gehanteerde varianten in de schrijfwijze.

Over de hele wereld voorkomende naamgenoten worden hier behandeld. De gegevens zijn voor een groot deel van het internet gehaald en zijn voor het restant gebaseerd op enkele boeken over families en plaatselijk archiefonderzoek.

Dit derde deel kent acht hoofdstukken. De eerste vijf gaan over adellijke geslachten uit HessenWestfalen, Tirol, Graubünden en overige gebieden. Daarna volgen drie hoofdstukken  over niet-adelijke Joodse, Duitse en resterende naamgenoten. De bijlagen zijn als paragrafen bij elk van de hoofdstukken gevoegd.

Baron von Münchhausen

Von Meijenfeldts waken er voor hun naam af te korten tot Von M. De kans is groot dat een buitenstaander dan denkt aan Von Münchhausen, de roemruchte ‘Lügenbaron’. Als waarschuwing volgt hier wat informatie over hem, maar zijn avontuurlijke verhalen zijn interessanter.

Hieronymus Carl Friedrich Freiherr von Münchhausen wordt op 11 mei 1720 op Bodenwerder geboren. Op 12-jarige leeftijd is hij al page bij prins Anton Ulrich van Brunswijk. Deze prins trouwt een nicht van de Russische tsaar en vormt een eigen Russisch regiment. De eerste verhalen van Von Münchhausen gaan over sneeuw, wolven en moerassen die hij op gevaarlijke reizen van Bodenwerder naar zijn regiment in de Russische hoofdstad St. Petersburg moet zien te overwinnen. De oorlog tegen Turkije geeft Von Münchhausen mogelijkheden om op te klimmen tot kornet in 1739 en luitenant in 1740, maar ook om daarover de nodige avonturen aan zijn repertoire toe te voegen. Door het einde van de oorlog en een paleiscoup van de nieuwe tsarina Catharina de Grote stagneert de carrière van Von Münchhausen en raakt hij met zijn regiment verzeild in de buitenpost Riga. Hij trouwt daar met Jacobine von Druten en begint zijn medeofficieren in de lange met drank besproeide winteravonden over zijn buitengewone avonturen te vertellen. In 1750 krijgt hij nog één bevordering tot ritmeester, maar dan besluit hij met zijn vrouw zijn vaders landgoed Bodenwerder te betrekken. Daar zetten de luisterrijke avonden zich voort, ditmaal met plaatselijk notabelen als Raspe, Lichtenberg en Bürger als toehoorder. Als Raspe in 1785 wegens speelschulden naar Londen vlucht stelt hij de wonderlijke avonturen te boek om zijn schulden te kunnen afbetalen. Bürger haast zich een jaar later ook een boek te schrijven en overdrijft daarbij zodanig dat de term “Lügenbaron” de ronde gaat doen. Von Münchhausen had het tot dan toe bij sterke verhalen in privékring gehouden en voelt zich verraden. Enkele jaren daarna verliest hij zijn vrouw. Al een paar maanden nadat hij in 1794 met de 18-jarige Bernhardine Brünn getrouwd is, raakt hij met haar in een jarenlange echtscheidingsprocedure verwikkeld, waardoor hij al zijn geld verloren heeft als hij op 22 februari 1797 overlijdt.

De graven Karl Friedrich (1721-1791) en Johann August (1725-1800) von Meijerfeldt jr. leven in dezelfde tijd als baron Von Münchhausen. Ook zij voeren op jonge leeftijd oorlog in buitenlandse dienst – zij het in West-Europa – en ook hun carrière wordt sterk beïnvloed door wisselende koningsmacht. Op het moment dat Von Münchhausen het voor gezien houdt, bloeit de militaire loopbaan van de Von Meijerfeldts juist op. Johan August raakt later nog in twee vergelijkbare situaties verzeild: hij treedt in dienst van de hertog van Brunswijk (1757) en hij wordt geconfronteerd met tsarina Catharina de Grote (in de oorlog 1788-1790). Of de twee graven de avonturen van Von Münchhausen lezen is niet bekend, maar vooral Johan August heeft er voldoende tijd voor als hij zich in 1791 op Nehringen terugtrekt.