Zl. Näsby

Bij de stad Täby in het oostelijke kustgebied Danderyd in de provincie Uppland, niet ver ten noorden van Stockholm, ligt het kasteel Näsby. Het landgoed bestaat uit een gebied van boerderijen en landerijen. Aan de kust ligt een groot middengebouw met twee vleugels en er hebben in het verleden vier paviljoens bij gehoord.

De naam Näsby betekent letterlijk “huis op landtong”. Eind 15de eeuw behoort het landgoed al toe aan de hoogadellijke familie Gyllenstierna. De Zweedse militair en diplomaat Per Larsson Sparre (later door de Zonnekoning tot Franse graaf verhoogd) laat er in 1665 het kasteel bouwen. De beroemde Nicodemus Tessin sr is de architect.

IMG_0363

Näsby Slott

Na enkele eigendomswisselingen, onder andere verband houdende met de reductie-politiek van koning Karel XI, koopt graaf Johan August Meijerfeldt sr het kasteel in 1716. Hij komt er alleen als hij als Rijksraad in Stockholm moet zijn. Na de vrede van 1721 koopt hij omliggende landerijen op. Hij zou daar gelegen daglonersgehuchten rondom het dorp Ella de namen van Noord-Duitse steden hebben gegeven, zoals Vismar, Råstock, Stralsund en Gripsvall, maar die namen komen in documenten van 30 jaar daarvóór ook al voor. De graaf verzorgt in 1731 een grondige restauratie en uitbreiding met de twee vleugels. De bouwgeschiedenis van Näsby staat vermeld op een plaat in de vestibule aan de parkzijde, waar ook de wapens van Meijerfeldt en Barnekow in steen zijn afgebeeld.

IMG_0364

Bouwgeschiedenis op muurplaat

Op 2 april 1760 staat de weduwe gravin Meijerfeldt-Barnekow het gebruik van Näsby af aan haar zoon Johan August jr. Volgens testamentaire bepaling moet hij zijn zuster Anna Catharina 15.000 rijksdaalder schadevergoeding betalen. Näsby behoort in 1763 tot de huwelijksgift aan Lovisa Augusta Sparre. Het kasteel fungeert daarna bijna 30 jaar lang als het hoofdlandgoed van de familie; ook Kellgren brengt er zijn gouverneursjaren door. Het slot blijft lang in familiebezit. Gebieden (Lovisedal) en gebouwen (Meijersberg, Sparringsberg) worden naar hen vernoemd.

IMG_0365

Geometrisk Charta uthaf Näsby Sättegårdh
uthi Täby Sockn, Stockholms Lähn
Junio Anno 1668 af Kietel Classon Felteroff
(Landmäteristyrelsens arkiv, Täby socken, Näsby)

Na het overlijden van de graaf in 1800 wordt de waarde van Näsby op 20.000 rijksdaalder gesteld. Verder worden genoemd een bibliotheek van 800 boeken, 4 familieportretten en 7 vervoermiddelen. De gravin blijft er tot haar dood in 1817 komen. Dan wordt het verkocht aan Kristian Thott (gehuwd met Ulrika Eleonora Barnekow), waarna het in verval raakt en in 1897 door brand wordt verwoest. Begin 19de eeuw wordt het kasteel met veel kapitaal in de oude luister hersteld. Sinds 1943 heeft het Koninklijke Instituut voor de Marine er de Zeekrijgsschool in gevestigd. Sinds 2000 is er een conferentieoord in gevestigd.

IMG_0366

Täby Kyrka

De Meijerfeldts gingen zo’n 15 kilometer ten noordwesten van het Näsby slot te kerke in Täby. Op hun landgoederen Nehringen en Sövdeborg lieten ze het kerkje restaureren, hier niet. Brita Barnekow schonk in 1750 ter nagedachtenis aan haar overleden man wel een zilveren kan van 1.410 gram. Op de deksel staat een lam. In 1752 heeft goudsmit Hindrich Wittkopf sr de kan bewerkt. Op de achterzijde staat een inscriptie met wapen, op de voorzijde de volgende tekst:

Till Guds Ära / och Täby Församlings Tjenst / Samt Åminnelse Af / Kongl. Maj:ts och Sweriges Rikets / Högstbetrodde Man och Råd / General Gouverneur i Pommern / och Canceller wid Gripswalds Academia / den Högvalborne / Herr Grefwe JOHAN AUGUST MEIJERFELDT / Grefwe och Friherre till Gammelköge på Seland i Danmark / född 1665 och död den 10 Novemb. 1749 på Söfdeborg / i Skåne efter 85 års ålder / Är Denna Kanna Skänckt / af Högbemelte Herres Enke Grefvinna BRIGITA BARNEKOV.

IMG_0367

Brita’s kan voor de Täby Kyrka
Foto: Gustav Hanson

Louise Sparre liet aan de kerk een paar buitengewoon statige zilveren gegroefde driearmige kolonnekandelaren na, die 58 centimeter hoog zijn en 3.245 gram per stuk wegen (vervaardigd door D. Hallman).