1.1.1. Duitse afstamming

Gauhe

Het oudste Duitse wapenboek dateert uit 1747. “Des Heil. Röm. Reichs Genea­logisch-Histo­rischen Adels-Lexici” is geschreven door J.F. Gauhe en uitgegeven in Leipzig. In deel II op pag. 727-728 staat over de afstamming van het Zweedse geslacht Meijerfeldt:

Meyerfeld, Mayerfeld. Von dieser hochansehnlichen adelichen und izo gräf­li­chen Familie in Westphalen, Liefland u. Schweden findet man, dass sie sich ehe­mals Lin­gen von Meyer­feld genen­net. Ob Lingen der Stamm-Nahme sey, und sie etwa vor alters von dem adelichen Patri­cien-Ge­schlecht zu Lübeck von Lingen, allwo es noch flo­riert, abge­stam­met sey, kön­nen wir nicht bejahen (…). Der erste den wir anführen können, ist Dietrich Hermann von Meyerfeld, Chur-Cöllnischer geheimder Rath und An. 1646 gevollmächtigter Gesandter auf dem Friedens-Congress zu Münster. (…).

De auteur vermeldt onder zijn tekst “Memoi­res”, waarmee hij lijkt te bedoelen dat hij niet uit originele bronnen of eerdere wapenboeken put, maar rechtstreeks uit zijn geheugen. Dat de betrouwbaarheid daar ernstige hinder van ondervindt blijkt uit het volgende. 

Gauhe twijfelt zelf al, maar een familienaam Lingen von Meyerfeld vóór 1646 is lastig te verenigen met de naam Meijer uit 1674. De familie zou de naam een tijd lang moeten hebben verkort tot Meijer dan wel het recht hebben verloren deze adellijke naam te voeren. De ver­hef­fing in de Zweedse adelstand wordt in de wapenbrief niet gegrond op een buitenlandse of oude adellijke herkomst, maar uitsluitend op het moedige optreden van Meijer. Bovendien wordt de naams­wijziging niet gemotiveerd door de wens tot herstel van een oude familie­naam, maar tot het maken van onderscheid met een andere fami­lie in Zwe­den met dezelfde achternaam.

De adelsboeken daarna nemen de Duitse afstamming zonder discussie over, totdat 100 jaar later een Pruissische adelslexicon er achter komt dat het wapen van Diet­rich Hermann von Meyer­feld een geheel andere is dan dat van het Zweed­se geslacht. Eigen onderzoek levert ook nog eens op dat de familienaam van Dietrich Her­mann von Meerfeld luidt. Naar Lingen en Westfalen of Lübeck is dus geen verder onderzoek meer nodig.

Belgard

Er is een Duitse herkomst uit de stad Belgard te vinden:

Friedrich Meyer 1642 – 1686, ein Belgarder. Sein Vater war der Senator und Kämmerer Andreas Meyer, sein Großvater der unter 4. genannte Jakob Meyer. Er starb im Alter von 84 Jahren. Sein Bruder war in Schweden geadelt worden und von ihm stammen die Grafen von Meyerfeld ab.

Uit deze bron ontstaat de volgende reeks:
Jakob MEYER, 1556-1606 diaken en 1606-1608 pastor Marien Kirche Belgard, zoon:
1. Andreas, 1570 Stadtkämmerer (wethouder) Belgard, 1597 Senator Belgard, 1645 woont weduwe in het twee kwartier van Belgard, twee zoons:
11. Friedrich, † 84 jaar oud, 1642–1686 pastor Marien Kirche van Belgard, tijdens zijn pastorschap grote kerkbrand in 1667.
12. (Andreas), eerste van het Zweedse geslacht.

Marien oder Pfarr Kirche
Marien oder Pfarr Kirche

Belgard (Białogard) ligt dicht bij de Oostzee. De stad is niet Baltisch of Brandenburgs maar Pommers, ligt ten oosten van Stettin in Achter-Pommeren. Van 1181 tot 1637 is Pommeren een hertogdom dat een rode griffioen als wapen voert. In de stadswapens van Belgard en Stralsund is deze terug te vinden, maar ook in latere familiewapens van de Meijerfeldts staat de rode griffioen. De Vrede van Westfalen van 1648 brengt Voor-Pommeren in Zweedse handen en Achter-Pommeren in die van Brandenburg. De inwoners van Voor-Pommeren zijn hierdoor tegelijk Pommers, Zweeds en Duits (Heilige Roomse Rijk). Tijdens de Zweeds-Poolse Oorlog (1655-1660) kiest Brandenburg aanvankelijk de Zweedse zijde en zo is het mogelijk dat Andreas Meijer in die tijd in Zweedse dienst treedt. De Zweedse Meijerfeldts hebben zelf Brandenburg genoemd als gebied van oorsprong van de familie, wat wel met Belgard overeen kan stemmen.

In woord en geschrift

Zweedse tijdgenoten beschouwen de Meijerfeldts ook als Duitsers [G.M. Urndt, “Schwedische Ge­schichten unter Gustav dem Dritten”, Leipzig 1839, pag. 120-121]. Militaire bevelhebbers houden rekening met hun oriëntatie op Duitsland, want de eerste graaf krijgt het commando over een Duits bataljon en bestuursfuncties op het Duitse vasteland, terwijl aan de laatste graaf expliciet vanwege zijn “Duitse spraak­zaamheid” een diploma­tieke mis­sie naar de Hertog van Brunswijk wordt toevertrouwd [G.J. Ehrensvärd, “Dagbocksanteckningar förda vid Gustaf III:s Hof”, Stockholm, deel I, pag. 462-463 (zie ook deel 1, pag. 84)].

Ook de Meijerfeldts zelf lijken zich als Duitsers te hebben gezien. Het Hoogduits in Midden-Europa is dan geen onge­brui­ke­lijke voertaal, maar het is toch opvallend dat zij het Duits – getuige hun onderlin­ge cor­respondentie – al die tijd als hoofd­taal gebruiken. Ook hun voorkeur voor landgoederen op het Duitse continent (Pommeren) en daar veel te verblijven boven die in Scandinavië getuigt hiervan. Zelfs zou hieraan kunnen worden toegevoegd het pleidooi in 1716 en 1718 van generaal Meijerfeldt bij de Zweedse koning Karel XII om geen campagne te voeren naar Noorwegen maar naar Noord-Duitsland.