1.9.5. Duitse herkomst

Belgard

In een andere bron noemt als stad van herkomst Belgard. (1)

Friedrich Meyer 1642 – 1686, ein Belgarder. Sein Vater war der Senator und Kämmerer Andreas Meyer, sein Großvater der unter 4. genannte Jakob Meyer. Er starb im Alter von 84 Jahren. Sein Bruder war in Schweden geadelt worden und von ihm stammen die Grafen von Meyerfeld ab.

Uit deze bron ontstaat de volgende reeks:
Jakob MEYER, 1556-1606 diaken en 1606-1608 pastor Marien Kirche Belgard, zoon:
1. Andreas, 1570 Stadtkämmerer (wethouder) Belgard, 1597 Senator Belgard, overleden vóór 1645 als weduwe  in tweede kwartier Belgard woont, twee zoons:
11? Jakob, 1627-1631 diaken buurgemeente Schivelbein.
12. Friedrich, † 84 jaar oud, 1642–1686 pastor Marien Kirche van Belgard, tijdens zijn pastorschap grote kerkbrand in 1667.
13. (Andreas), eerste van het Zweedse geslacht.

Marien oder Pfarr Kirche
Marien oder Pfarr Kirche

Belgard (Białogard) ligt dicht bij de Oostzee. De stad ligt ten oosten van Stettin in Achter-Pommeren. Van 1181 tot 1637 vormen Voor- en Achter-Pommeren één hertogdom dat een rode griffioen in een wit veld als wapen voert (het hertogdom Lijfland voert ook een griffioen, maar dan een witte in een rood veld). In de stadswapens van Belgard en Stralsund is deze terug te vinden. Ook in latere familiewapens van de Meijerfeldts staat de rode griffioen. De Vrede van Westfalen van 1648 brengt Voor-Pommeren in Zweedse handen en Achter-Pommeren in die van Brandenburg. De inwoners van Voor-Pommeren zijn hierdoor tegelijk Pommers, Zweeds en Duits (Heilige Roomse Rijk), die van Achter-Pommeren zijn Pommers, Brandenburgs en Duits. Tijdens de Zweeds-Poolse Oorlog (1655-1660) kiest Brandenburg aanvankelijk de Zweedse zijde en zo is het mogelijk dat Andreas Meijer in die tijd in Zweedse dienst treedt, maar hij moet al eerder in dienst van de Zweedse gouverneur-generaal Carl Gustaf Wrangel hebben gestaan omdat hij zijn halfbroers naar de universiteit mag begeleiden. De Zweedse Meijerfeldts hebben zelf Brandenburg genoemd als gebied van oorsprong van de familie, wat met Belgard overeen kan stemmen. (2)

In woord en geschrift

Zweedse tijdgenoten beschouwen de Meijerfeldts als immigranten: Lijflanders of Duitsers. (3) De vaststaande afkomst van Lijfland kwalificeert hen tot adel uit de Zweedse buitengewesten (met Finland lag dat anders). Militaire bevelhebbers houden bovendien rekening met hun oriëntatie op Duitsland, want de eerste graaf krijgt het commando over een Duits bataljon en bestuursfuncties op het Duitse vasteland, terwijl aan de laatste graaf expliciet vanwege zijn “Duitse spraak­zaamheid” een diploma­tieke mis­sie naar de Hertog van Brunswijk wordt toevertrouwd. (4) Ook bij hun huwelijken wordt steeds hun spraakzaamheid als verzachtende omstandigheid van het leeftijdverschil en uiterlijk vermeld.

De Meijerfeldts zelf lijken zich eveneens als Duitsers te hebben gezien. Het Hoogduits in Midden-Europa is dan geen onge­brui­ke­lijke voertaal, maar het is toch opvallend dat zij het Duits – getuige hun onderlin­ge cor­respondentie – al die tijd als onderlinge ­taal gebruiken, met een korte Franse onderbreking onder Gustaaf III. Ook hun voorkeur voor landgoederen in de niet oorspronkelijk Zweedse gebieden als Pommeren, Sjæland en zelfs Skåne getuigt hiervan. Hieraan kunnen de pleidooien van Johan August sr worden toegevoegd, om in 1710 prioriteit te geven aan de herovering van Lijfland op de Russen en om in 1716 en 1718 geen campagne te voeren naar Noorwegen maar naar Noord-Duitsland.

Relevant is dat het geslacht in de Zweedse adelsbrief niet de naam “von Meyerfeldt” krijgt. Tientallen families waarvan de precieze afkomst uit de Duitse gebieden bekend is krijgen dat  predikaat “von” wel. Ook in Lijfland zijn veel families met dit Duitse predikaat. De uitleg is dat de naam van de Baltische landadellijke familie Meijer niet Von Meijer maar Meijerfeldt wordt.

 


1
. D. Schimmelpfennig, “Die Pastoren Belgards seit der Reformation”, uit tijdschrift “Aus dem Lande Belgard”, 9.1924, pag. 46.
2. W. Buchholz, lemma “Meyerfeldt (Meyerfeld, Meijerfeldt), Johan August”, in Neue Deutsche Biopraphie, deel 17, Berlijn 1994, pag. 390, noemt ook Brandenburg, zonder bronvermelding.
3.
G.M. Urndt, “Schwedische Ge­schichten unter Gustav dem Dritten”, Leipzig 1839, pag. 120-121.
4.
G.J. Ehrensvärd, “Dagbocksanteckningar förda vid Gustaf III:s Hof”, Stockholm, deel 1, pag. 462-463.