3.6.4. Resterende adel

Ma. Dieterich von Meyenfeld, leenman Altniederwied 1319-1329.

Op de burcht Wied, een kleine 30 km van Bonn, bezit Dieterich leenrechten. Het gaat om Altniederwied dat aan de graven van Wied toebehoort. Hij bezit de rechten enkele aaneensluitende perioden, in elk geval vanaf 1319 en uiterlijk tot 1329.  Graaf Wilhelm I von Wied trouwt dat jaar met Agnes von Birneburg, wier vader Dieterich’s leen afkoopt en als huwelijksgift aan zijn dochter meegeeft, waardoor het leengoed (weer) in één hand valt.

Mb. … von Meyenfeldt, Hannover, kinderen:

Mb.1. Adelheid, † Hannover 1505, ∞ ca 1484 Diet­rich vom Sode sr, Raads­heer en Gezworene van de stad Hanno­ver.

Mb.2. Hans, † Hannover vóór 1505, ∞ Gesche Gock­holt, † Hanno­ver 1505­.

Misschien is Hans van de gilde van de schoenmakers, die in 1445 een protocol opmaakt van de discussie tussen de Raad en de oppositie over de politieke macht in de stad Hannover. (1)

Mc. … von Meyerfeld, Lüneburgische Wachtmeister, ≡ Kirch Lüblow, Ludwigslust 14–04-1725.

Md. … von Meyerfeld, 1745 notaris in Wismar en Daskow.

In Wismar treedt notaris von Meyerfeld op inzake mandaten van 9 en 28 juli 1745 van het Tibunal tegenover bewindvoerder Stübner. (2)

Me. Anthon von Meije(r)nfeldt, † vóór 1764, 1736 tabakshande­laar, burgemeester Damgarten, kinderen:

Me.1. Louisa Christina, * Damgarten, ∞ Stralsund (St Marien) 16-03-1778 Johann Karl von Kahlden, lui­tenant in Engelse dienst.

Me.2. zoon, Kaufdiener rond 1764.

Me?. Johann von Meije(r)nfeldt, 1784 boekhouder Tabaksbestuur Dam­garten, 1796-1809 militair.

In 1736 dient Anton een aanvraag bij het stadsbestuur van Stralsund in om een tabaks- en kaartenfabriek te stichten. Hij moet opboksen tegen het Pommerse monopolie van de Kramer Kompagnie. In 1750 is hij burgemeester van het tweede kuststadje, 40 km naar het westen. (3) Hier is Johann in 1784 boekhouder bij het Tabaksbestuur. Hij is in 1796, 1801 en 1806 tweede luitenant in de Koninklijke Pruisische Armee, eerst in Erlangen in een compagnie jagers onder majoor Von Tümpling in de Ansbach-Bayreuthische Inspection onder luitenant-generaal Erfprins van Hohenlohe, daarna in Westfalen. (4) In 1809 wordt hij op verzoek afgedankt, nadat zijn regiment jagers te voet is opgeheven in verband met de Franse bezetting. Hij wordt in verband ge­bracht met bovenstaande burgermeester en met het Hessi­sche ge­slacht, en met het Amerikaanse geslacht uit Rösebeck zou ook nog kunnen.

Mf. Louise Lucie Charlotte von Mejerfeldt Rist, * Rudegaard, Birkerød, Denemarken 21-08-1811, † Rudegaard 16-12-1816, dochter van Hans Ulrich Rist (1778-1840) en Anne Susanne Margrethe Fischer (1782-1813).

Dat de maar vijf jaar oud geworden Louise de familienaam “Von Mejerfeldt” bij de Deense adellijke familienaam “Rist” draagt is opmerkelijk. Het is niet de naam van haar moeder en geen van haar vele broers en zussen uit drie huwelijken heet zo.

 

1. W. Ollrog, “Niedersächsisches Geschlechterbuch”, deel 12, Limburg a/d Lahn 1971, pag. 344 en 351. Stadtarchiv Hannover B8273, Jürgens Chronik, pag. 86-92, Meyenfeld’sche Bericht (verloren gegaan boek).
2. Evangelisches Pfarrambt Stralsund, St. Marien 1778/203. Stadtarchiv Wismar, Procesakten des Tribunals 1653-1803, nr. 2291 (7).
3. O.T. von Hefner, “Stammbuch des blühenden und abge­stornbenen Adels in Deuts­chland”, Regensburg 1865, deel II, pag. 45, met verwijzing naar Von Hellbachs Adelslexicon.
4.
J.F. Gauhe, “Des Heil. Röm. Reichs Genea­logisch-Histo­rischen Adels-Lexici”, Leipzig 1747, deel II, pag. 727-728.
Evangelisches Pfarrambt Stralsund, St Marien 1846/13; St Jürgen 1875/121 en 1895/588. Stadtarchiv Stralsund, Rep. 30, doc. 268. Naar moet worden aangenomen wordt er ten onrechte een verband met de Hessische familie gelegd. Overigens kan hier de sleutel tot de verwar­rende voornaam van Anders Meijer gea­deld Meijer­feldt (Z) liggen, zij het dat de naam Heinrich niet van Duitse maar van Zweedse bronnen komt. Evangelisches Pfarrambt Stralsund, St. Marien 1778/203. Stadtarchiv Wismar, Procesakten des Tribunals 1653-1803, nr. 2291 (7).