Zh. Wapenschild 1510

IMG_0373
Hoewel de Zweedse wapenbrief van 1674 geen melding maakt van een eerder wapen, beschrijven twee Zweedse heraldische standaardwerken (1) het wapenschild uit 1510 van Johan Meijer. Dat schild bestaat uit een zilveren sikkel in een azuren veld en heeft dus als basis gediend voor het wapen uit 1674.

Een sikkel is een snijmes. Het lemmet is van metaal, niet al te lang (gemiddeld 45 cm), dun en vlijmscherp. Het meest bekende is de maanvorm van het lemmet; eigenlijk is het juister om omgekeerd bij nieuwe c.q. halve maan naar de sikkelvorm te verwijzen. Een sikkel heeft een korte steel of handvat.

In de eerste plaats is de sikkel een landbouwgereedschap om gras, riet of koren te snijden of snoeien. De kromming van het lemmet maakt het mogelijk meerdere stengels tegelijk af te snijden. Door de korte steel kan met één hand gesneden worden, terwijl het gewas met de andere hand wordt vastgepakt. Pas sinds eind negentiende eeuw wordt dit geleidelijk machinaal gedaan.
Daarnaast wordt een sikkel ook wel als handwapen gebruikt, maar dan met een iets verlengd handvat om een betere balans bij het gevecht te krijgen.

De Grieken, Kelten en Germanen gebruikten de sikkel ook als symbool, waaraan vaak een mythe ten grondslag lag. In het meer recente verleden is de sikkel in combinatie met de hamer door het communisme als symbool voor de boeren respectievelijk arbeiders gebruikt.

IMG_0374De sikkel is een officiële heraldische figuur. De keuze van de sikkel als wapenstuk duidt in het algemeen op een boerenafkomst en is een teken van hoop op een vruchtbare toekomst, maar er is dus tevens een militaire uitleg. Indien de snede getand is behoort dit in de beschrijving vermeld te worden. In de wapenbrief van 1674 staat er niets over, maar de wapenplaat in het Ridderhuis in Stockholm laat toch een getand lemmet zien. In het wapen van 1674 wordt de sikkel vastgehouden door een geharnaste arm; het is dus denkbaar dat de militaire betekenis eerder bestond. In elk geval zijn beide interpretaties verenigbaar met de meiertraditie van de familie.

1. G. Anrep, “Svenska Adels Ätter-taflor”, Stockholm 1858-1864, pag. 888-889. C.A. Klingspor, “Sveriges Ridderskaps och Adels Vapenbok”, Stockholm 1886, no. 864.