3.5.2. Bijlagen Bremen

Genealogie ***   Portretten   ***   Adelstand   ***   Heraldiek   ***   Landgoederen

Genealogie

B. Wilken Meijer, 1636 Hauptmann, 1653 Ratskellermeister, eigenaar Grolland, zoon:

B.1. Wilhelm Meijer, ∞ vóór 1660 Emerentia von der Lieth, pachter Grolland, dochter van Johann Dietrich von der Lieth, zoon:

B.11. Wilhelm Meijer, geadeld Von Meijerfeldt, * 1660, † Bremen 1739,  officier kavalerie Denemarken en Hannover, ∞ Stuhr 1694 Hannen (Sophia) Elisabeth Meijer, * Mehringen, Hoya 1667, ≡ 13-08-1728, dochter van Johann Frantz Meijer, vier kinderen:

B.111. Emerentia Maria, * 1695, ∞ Stuhr 18-10-1716 Laurenz Tilhard / Eilhard Strauβ, * Pommeren 1690, vice-president justitiecommisie Jever, (∞2 Voigt, ∞3 Von Stern), # Hoya, rijksadelstand Wenen 18-12-1750 met naam von Strauβwerder und Scheppe.

B.112. Wilhelm, * 1695, † Stuhr ≡ 24-09-1745, luitenant in Deense dienst, 1733 pachter.

B.1121? Heinrich Friedrich Meier, †Bremen 29-04-1759, Amtsmann 1732 Ehrenburg, Hoya, 1733-1740 Sternberg, Lippe, 1740 Herzstadt, Hoya, 1754-1757 Ottersberg,  ∞ Dorothee Elisabeth Niemeyer, * Harpstedt (20 km ZW Stuhr) 1715, † 18-03-1754, dochter van Christian Eberhard Niemeyer.

B.113. Anna Lucia, * 06-12-1697, † Wölpe 19-11-1724, ∞ Stuhr 20-09-1722 Jobst Friedrich von Voigt, * Schloß Ricklingen 27-03-1681, † Westen/Aller 22-09-1755, Oberamtmann ”von der Wölppe” in Westen, heer van het fideicommies Neuhoff, zoon van Johann Georg von Voigt (1646-1707) en Dorothea Ilse Kumme (1659-1687), ∞1 Anna Sophie Freyenhagen (1694-1721), ∞3 Eleonore Maria Chappuzeau (1695-1775), ≡ (alle voornoemde personen) Schloß Ricklingen, dochter Elisabeth Margarete Voigt-von Strauss (1724-1779). (1)

B.114. Hermann Dieterich, * 1701, † Stuhr ≡ 19-10-1742, (hij zal dezelfde zijn die 05-11-1730 peetvader is – samen met Henrich Schumacher, arts, Johan Holschen en Johan Nonne – in de St. Petri Dom Bremen bij de doop door ds. Henrich Mölling van Johan Diederich, zoon van Friederich Buschman, wijngaardenier, en Hedewig Rahken), ∞ Stuhr 24-02-1732 Anna Sophia von Rotermund uit Ruhlen, * 1705, † (Bremen 1758?), kinderen:

B.1141. Johan Dierck, 1746 meierbrief Grolland, 03-02-1730 peetvader (samen met Claub Brünings en Berhart Klapmeyer) in St. Petri Dom Bremen bij doop door ds. Henrich Mohlling van Johan Dierch, zoon van Jost Ehrck Vagt/Voget, tuinder, en Anna Dorothea Pohlmann.

B.1142. Hanna Gebeta Wilhelmina, * Stuhr ≈ 25-06-1734, † Stuhr ≡ 14-07-1748.

B.1143. Sophia Dorothea Emerentia, * Stuhr 12-03-1736, ≡ St. Petri Dom, Bremen.

B.115? Myorien, † Bremen 1708.

BB. Friedrich Christian von Meyersfeldt, ridder van Delmenhorst, “Dissertatio Academica de Inutili Legum, Doctorum, et Brocardicorum Allegatione”, (kritiek op  de leer van Brocardo), 29-11-1710 Universiteit van Schaumberg te Rinteln aan de Wezer.

Portretten

Anna Lucie von Meyerfeld (1697-1724)

x Jobst Friedrich Voigt (1681-1755)
Tido Heinrich von der Lieth
Tido Heinrich von der Lieth


Adelstand

Wilhelm Meijer zond een verzoekschrift naar de Duitse keizer in Wenen met een uitgebreide staat van voorouders en zijn eigen verdiensten. De adelsbrief die zijn grootvader Von der Lieth en diens broer zeven jaar eerder in de wacht sleepten zit er als bijlage bij. Op 5 november 1704 wordt hij benoemd tot rijksridder, krijgt de toevoeging “von” en de naamsverandering “Meijersfeldt”. 

Heraldiek

De oude en nieuwe afbeeldingen van het wapenschild zitten in Wilhelm’s verzoek aan de keizer. In het eerste rode kwartier drie gouden kronen, het tweede zilveren kwartier een kraanvogel met steen in een poot van het geslacht Von der Lieth, in het derde zilveren kwartier een zeis en in het vierde rode kwartier drie gouden lelies.  In zijn nieuwe wapen voert hij symbolen van de Deense vijand: de drie kronen duiden op de Zweedse aanwezigheid in het hertogdom Bremen-Verden, de lelies op de Franse aanwezigheid in Oldenburg tussen 1679 en 1700.

AT-OeStA/AVA Adel RAA 275.32, Meyersfeld, Wilhelm, rittermäßiger Adelsstand für das Reich und die Erblande, Auslassung des bisher geführten Geschlechtnamens Meyer und dafür "von Meyersfeld", Lehenbesitzfähigkeit, Wappenbesserung, privilegium denominandi, 5-11-1704, Artist:
AT-OeStA/AVA Adel RAA 275.32, Meijer

AT-OeStA/AVA Adel RAA 275.32, Meyersfeld, Wilhelm, rittermässiger Adelsstand fuer das Reich und die Erblande, Auslassung des bisher gefuehrten Geschlechtnamens Meyer und dafuer "von Meyersfeld", Lehenbesitzfaehigkeit, Wappenbesserung, privilegium denominandi, 11/5/1704, Artist: -
AT-OeStA/AVA Adel RAA 275.32, Von Meijersfeldt

Landgoederen

In de wapenbrief wordt aan Wilhelm het recht verleend om leengoederen te bezitten. Hij verwerft het pachtrecht over Grolland, een gebied direct noordelijk grenzend aan Stuhr. In 1201 hadden de Hollanders ook dit gebied drooggelegd. De twee zoons van Wilhelm zetten de pacht voort. Wilhelm jr is Struktur Renner Meierländereien in Warfeld aan de noordgrens van Grolland. Op 31 augustus 1742 verkopen hij en zijn broer Herman Dieterich Grolland met Kuhlen (een enclave naar Stuhr toe) aan Oberambtmann Christian Eberhard Niemeyer, die er een herenhuis met twee verdiepingen op bouwt. Grolland blijft in de familie, omdat Wilhelm jr’s zoon trouwt met diens dochter Dorothee Elisabeth Niemeyer.  In het testament van Wilhelm jr uit 1745 valt Grolland aan de weduwe van zijn broer Herman Dieterich toevalt, wier zoon in 1746 een meierbrief heeft. (2)

 

1. Staatsarchiv Bremen, Anträge auf Erteilung eindes Bürgerrechts 1608-1811, nr. 557, boek J. Het huwelijk van Anna Lucia Meyerveld vindt plaats in de St. Ansgarii gemeente in de oude binnenstad van Bremen in het jaar 1766, dus het moet om een andere persoon gaan. H.F. von Ehrenkrook, “Genealogisches Handbuch der adelige Häuser”, deel B1, Glücksburg/­Ostsee 1954 (Genea­logisches Handbuch des Adels, deel 9), blz. 454. Website van Gernot Becker.
2. Gesuch der Witwe des Hermann Diederich v. Meyerfeld [von Meiersfeld] betreffend das (abschriftlich beiliegende) Testament ihres Schwagers, des dänischen Leutnants Wilhelm v. Meierfeld in Grolland von 1745. 23.
August 1749, Kopenhagen. Ausfertigung, Konzept und Abschrift, Entnommen aus Akten des Oberlandesgerichts Oldenburg (3 A Varia conv. III).
 Meierbrief 70, 6,27 I.L.1.12. Band, Regiering Stade.