Ga. Adelstand

Het Graubündse geslacht Von Salis-(Soglio)-Mayenfeld

De eerst bekende persoon van deze familie heeft al het adellijke tussenvoegsel “von”. Het is overduidelijk een geslacht van ‘Oeradel’, niet van ‘Briefadel’.

De Rijksadelstand van het geslacht komt wel voort uit Briefadel. Gupert “de Grote” von Salis (1450-1490) wordt in 1487 door Keizer Frederik III in de  Rijksadelstand verheven met de naam Von Salis-Soglio en krijgt een wapen.

Bij Koninklijk Besluit van 15 april 1815 worden Rudolf Anton (1761-1851) en zijn nakomelingen ingelijfd in de Nederlandse adel. Zijn familienaam wordt “De Salis, zonder “Soglio” en zonder “Mayenfeld”. Bij Koninklijk Besluit van 14 juni 1822  no. 22 wordt hij verhoogd tot baron, overgaand op de  eerstgeboren mannen. De tekst luidt aldus:

Wij Willem, bij de Gratie Gods Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz, enz Allen die dezen zullen zien, of hooren lezen, Salut! Alzoo het niet anders dan tot luister van den Nederlandschen Adel strekken kan, dat eenige der tot denzelven behoorende personen zoodanige titels voeren, als sedert vele eeuwen alomme eene eervolle onderscheiding hebben teweeg gebragt en Wij bovendien geneigd zijn om door een bijzonder blijk Onzer welwillendheid de verdiensten te erkennen van Jonkheer Roedolph Anthony de Salis, Directeur der Registratie en Domeinen in de Provincie Zuid-Holland, Zoo is het, dat Wij opgemelden Jonkheer Roedolph Anthony de Salis den Titel verleenen van Baron, om door hem en zijne wettige mannelijke afstammelingen volgens regt van eerstgeboorte en met het Praedikaat van Jonkheer en Hoog Wel Geboren, erfelijk te worden bezeten; en ten einde te genieten alle die voorregten welke bereids aan opgemelden Titel en Stand verbonden zijn of verder verbonden mogten worden, en wijders met vrijheid, om als het wapen van zijn Geslacht te blijven voeren een schild in deszelfs breedte midden door gesneden, waarvan de eerste helft van goud, beladen met een Willigenboom van synople, staande op een terras van hetzelfde, het tweede gepaleerd van zilver en keel van zes stukken en gezoomd van goud. Het schild gedekt met de Nederlandsche Baronnekroon, waarop eene vooruitstaande helm van zilver, gekroond, geboord, getralied en gesierd van goud, gevoerd van keel en tot Helmteeken een vrouwelijke Hermesbeeld, gevleugeld van lazuur, gekroond van goud Het Schild ter wederzijde vastgehouden door eenen wildeman in deszelfs natuurlijke kleur, hebbende het hoofd omwonden en de lendenen omgord met eikenloof en houdende ieder eene banier, die ter regter zijde gelijkvormig aan het bovenste deel en die ter linker gelijkvormig aan het onderste deel des Schilds. Onder het wapen het devies: Non Auro Sed Virtute, zooals hier ter plaatse met zijne kleuren is afgemaald. Teneinde de voorschreven Jonkheer Roedolph Anthony Baron de Salis en zijne wettige nakomelingen het genot van dit gunstbewijs en de voorregten aan den Adelstand gehecht, ongestoord mogen erlangen, zoo hebben Wij dezen openen brief afgegeven, met last aan gemelden Jonkheer Roedolph Anthony Baron de Salis om denzelven te doen registeeren bij Onzen Hoogen Raad van Adel en het bij dezen erkende Wapen van het Geslacht van de Salis onder die der andere adellijke geslachten van de Nederlanden te doen afteekenen, gelijk ook om dezen brief vervolgens te brengen ter kennisse van de Staten en van de Ridderschap der Provincie, waarin hij zijne woning zal houden Wij verzoeken alle Keizeren, Koningen, Hertogen, Vorsten, Graven, Landsheeren en Souvereine Republieken en wien het verder zouden mogen aangaan, om denzei ven Jonkheer Roedolph Anthony Baron de Salis en zijne wettige nakomelingen in den voorzeiden adellijken Stand te erkennen en de daaraan verbondene voorregten onverhinderd te doen genieten. Wij gelasten in het bijzonder Onzen Hoogen Raad van Adel en ontbieden de Staten der bijzondere Provinciën van Ons Rijk, die van de Ridderschap en Edelen in dezelve, den Hoogen Raad der Nederlanden, alle Hoven van Justitie en alle plaatselijke Regeringen, zoo in de Steden als ten platten Lande, den gemelden Jonkheer Roedolph Anthony Baron de Salis en zijne wettige nakomelingen niet alleen in al het voorschrevene te erkennen, maar is het nood, daarbij te handhaven en te beschermen. Want Wij dit alles uit Onze Vrije en Souvereine magt ten beste van het Rijk en ter belooning van deugd en verdiensten alzoo hebben bevonden te behooren. Ter bevestiging hebben Wij dézen met Onze Naamteekening bekrachtigd en doen contrasigneren door Onzen Staatsraad, belast met de directie der Staatssecretarie en verder doen bezegelen met Ons Groot Zegel, dienende ter relatie van Onzen Hoogen Raad van Adel.
Gegeven in ’s Gravenhage den 14 Juni 1822, en van Onze Regering het Negende.
(was geteekend) Willem. Van wege den Koning, (was geteekend) J . G. de Mey van Streefkerk.

Bij Koninklijk Besluit van 9 november 1861 (no. 46; Extr. 16-11-1861 no. 15) krijgt Emil Johan Baptist (1845-1873) alsnog de volledige naam “De Salis-Soglio Mayenfeld” van deze zijtak van het geslacht.