3.1.8. Bijlagen Hessen

Genealogie   ***   Portretten   ***   Heraldiek   ***   Landgoederen

Georg Meyer, * 1510, † 1579, slager, burger van de stad Kon­stanz, Duitsland, daar lid van de Grote Raad (1550-1555) en de Kleine Raad (1556-1579), geadeld Innsbruck 30-12-1577 met wapen en leenartikel door Ferdinand II, aartshertog van Tirol. Zie genealogie Meyer.

Alexander Wilhelm Ludwig Meyer von Meyerfeld, ≈ Breitenbach 05-08-1723 (doopvader baron Wilhelm Ludwig von Dörnberg), † 1804, ∞1 Altenhaβlau 23-12-1754 Charlotta Augusta Renata von Drach, * 1728, ≡ Altenhaβlau 01-01-1763, dochter van Philipp Kilian von Drach (1685-1752), ∞2 Alten­haβlau 26-06-1766 Marie Philippine Henriëtte Gremp von Freu­denstein, ≈ Bocken­heim 10-07-1734, dochter van Johann Ludwig Gremp von Freudenstein en Anna Elisabeth von Leeser, geadeld Wenen 15-03-1757 als rijksridder in het keur­vorstendom Hessen met uitbreiding van naam en wapen door Frans I, keizer van het Duitse Rijk. (1) Zie genealogie Von Meyerfeld.

Portretten

Melchior Meyer

x Ursula Schumacher

Wilhelm August von Meyerfeld

x Malchen Knobel

Theodor von Meyerfeld

x Auguste Hupfeld

Ferdinand von Meyerfeld

Wilhelm von Meyerfeld

Heraldiek (2)

In de adelsbrief voor Georg Meyer staat het volgende wapenschild omschreven:

Een steigerende zwarte ram met gouden hoorns en rode tong op zilveren achtergrond. Op het schild een helm met opspringende ram en een blauw-zilveren dekkleed.

In de Rijksadelsbrief van 15 maart 1757 voor Wilhelm Ludwig Meyer staat het volgende wapenschild omschreven:

Het wapenschild is hori­zontaal gedeeld; in het rode bovenveld twee gekruiste zilveren balken met vier gouden ringen daartussen; het blauwe onderveld is verticaal gedeeld, links een opspringende zwarte wind­hond met gouden band, rechts een steigerende ram (gems of steenbok); boven het schild een toernooi­helm met kroon, waarop een gouden vogel (of draak) met uitge­spreide vleu­gels, tussen twee buf­felhoorns van goud-rood en zilver-blauw, en een dekkleed links zilver-blauw en rechts goud-rood.

AT-OeStA/AVA Adel RAA 268.21, Meyer, Wilhelm Ludwig, Adelsstand, 'von Meyerfeld', privilegium denominandi, Lehenberechtigung, 3/15/1757, Artist: -AT-OeStA/AVA Adel RAA 268.21
Meyer, Wilhelm Ludwig, Adelsstand, ‘von Meyerfeld’
privilegium denominandi, Lehenberechtigung, 15-03-1757, Artist: ?

Landgoederen

Van het geslacht Meyer zijn twee landgoederen bekend die aan de Zwitserse kant van de rivier de Rijn liggen: Hörnli en Fortenbach.

Hörnli ligt in de Zwitserse stad Kreuzlingen, door de Rijn en de Bodensee gescheiden van de Duitse stad Koblenz. In de adelsbriefvan 1577 krijgt Melchior Meyer (H.4) dit als erfleen toegewezen. In 1586 woont hij daar.

Hörnli bij Kreuzlingen
Hörnli bij Kreuzlingen

Fortenbach is een herengoed  bij Stein am Rhein aan het uiteinde van de Bodensee aan de Zwitserse zijde. Melchior Meyer (H.4) verhuist hier naar toe in 1604.

Fortenbach bij Stein am Rhein
Fortenbach bij Stein am Rhein

Arbon ligt bij Thurgau aan het Bodenmeer in Zwitserland. Melchior Meyer (H.49) bezit er in 1622 het bisschoppelijke leengoed.

Altenhaβlau is een ambt en dorp vlakbij Gelnhausen bij Hanau. Wilhelm Ludwig von Meyerfeld bezat er een groot landgoed, dat hem ten deel was gevallen door het overlijden van zijn vrouw Von Drach in 1763. Hij beheerde het al sinds zijn huwelijk en ging daar mee door tot zijn overlijden in 1804.

Hundsrück is een leengoed bij Steinau, onderdeel van Schlüchtern. Wilhelm August von Meyerfeld verkreeg het als leen voor hem en zijn mannelijke nakomelingen op zijn verzoek van de Keurvorst van Hessen-Kassel bij brief van 22 september 1831. In 1823 had hij over het leenhof al een proces gevoerd met bezitter Von Spener.

 

1. Zijn zoon Wilhelm August schrijft in zijn autobiografie “Freiherr von Meyerfeld”. Deze baronnentitel blijkt niet uit de adelsbrief van 1757 en voor zover bekend is er geen brief die hem van de jonkheerstand in de baronnenstand verheft.

2. O.T. von Hefner, “Der Adel des Kurfurstenthums, Grossherzogthums und der Landgraf­schaft Hessen”, Neurenberg 1859, pag. 19, taf. 21. G.A. von Mülverstedt, “Der Preussische Adel, Edelleute”, Neurenberg 1906, pag. 135, taf. 116. G.A. Tammann in W. von Hück, “Adeli­ge Häuser”, deel B VII, Limburg an der Lahn 1965, pag. 285 e.v., bij wie het schild eerst verticaal en dan links hori­zon­taal gedeeld is.