2.7.2. Tweede Wereldoorlog

De vijf jaar van de Tweede Wereldoorlog hebben een grote invloed op de familie, vooral op de tak De Koe. Naast enige familieberichten wordt hier vooral op de oorloghandelingen ingegaan.

Carl Fredrik uit de tak De Haas  doet zijn intrede aan het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder en heeft in 1940 na twee jaar studie de officiersrang van sergeant adelborst. Na de capitulatie en demobilisatie vragen de Duitsers een erewoordverklaring van beroepsmilitairen om geen oorloghandelingen te ondernemen. Carl twijfelt, omdat hij eerder de loyaliteitsverklaring weigerde te tekenen, maar zijn hoogste chef ziet geen bezwaar. Medio juli tekent hij, waardoor hij in Nederland kan blijven en zich alleen zo nu en dan hoeft te melden. Op 15 mei 1942 doet hij dat weer in de kazerne in Bussum en er gaan geruchten dat de Duitsers van de meldplicht gaan afzien. In plaats daarvan wordt hij samen met zijn collega’s vastgehouden, mag een briefje aan zijn ouders ondertekenen om uniform, kleren en toiletartikelen van miximaal 25 kg binnen 5 dagen naar de kazerne te zenden en wordt nog diezelfde dag op de trein gezet naar krijgsgevangenkamp Oflag XIII-b in Neurenberg-Langwasser, Beieren. (1) Daar komen totaal 2000 militairen aan en op 8 augustus gaan zij per trein naar het inmiddels afgebouwde krijgsgevangenkamp Stalag 371 in Stanislau, Polen (Ivano-Frankivsk, Oekraïne). Op 23 april 1943 wordt hij als krijgsgevangene ontslagen en te werk gesteld in Berlijn. Daar weet hij gedurende de verwarring door de geallieerde bombardementen naar Nederland te ontkomen, waar hij ondergronds gaat en deelneemt aan het verzet (Binnenlandse Strijdkrachten). Hij commandeert aan het eind van de oorlog een groep, die moet voorkomen dat de Duitsers strategische installaties in Amsterdam opblazen.

Frits – de zoon van Frederik Hendrik en Suze Kimmeijser – is reserve tweede luitenant van de bereden artillerie tijdens de capitalatie en demobilisatie. Hij tekent de erewoordverklaring ook. Hoewel het verrassingseffect weg is, meldt hij zich op 9 december 1943 bij de kazerne in Den Haag, wordt gevangen genomen en direct afgevoerd naar Stanislau, Offlag XXI-c/z Grüne bei Lissa. (2) Na enige interne overplaatsingen wordt Frits pas op 28 april 1945 door de Russen bevrijd.

Bets verhuist in 1940 met haar man naar Huizen. Haar zus Lien verhuist in 1942 naar de Geuzenstraat in Amsterdam.

Evert sterft in 1941 op 48-jarige leeftijd aan een ziekte. Zijn weduwe verhuist in 1943 naar de Nico­laas Maes­straat, waar zij de rest van haar leven blijft leven. Carl verhuist in 1943 naar de P.C. Hooftstraat.

Frits en Suze Kimmijser wonen in de Klimophof in Den Haag. Hun huis valt precies in de strook dwars door Scheveningen en Den Haag waarin de Duitse bezetter in 1942 begint met het bouwen van een  verdedigingslinie van bunkers, afweergeschut en een brede antitankgracht als onderdeel van de Atlantikwall tegen een geallieerde invasie.  Samen met 135.000 anderen wordt het gezin geëvacueerd, het huis door Nederlandse aannemers met de grond gelijk gemaakt en het bouwmateriaal naar Duitsland afgevoerd. Niet-actieven of niet economisch aan de regio gebonden personen worden gelast naar het oosten te gaan (zoals Carl uit de tak Van Leusden naar Nijmegen moest), maar het lukt Frits desondanks  onderdak te vinden aan de Mgr. Van Steelaan in Voorburg.

Carl’s zoon Gerard geeft als politieman aanvanke­lijk gehoor aan de oproep van de Nederlandse regering in ballingschap tot heimelijke tegenwerking. Uiteindelijk duikt hij na een incident over de Jodenvervolging onder met behulp van de illegale groep van prof. dr. Jan Coops. Later doet hij zelf aan het illegale werk mee. Januari 1944 brengt hij heimelijk thuis in Heemstede door om zijn vader te verzorgen, die door blaaskan­ker maagbloedingen en hikaanvallen heeft (zelfs bij de buren Boelhouwer te horen) en tenslotte overlijdt. Gerard heeft zich onder de naam Wim de Ridder vermomd met bril; als hij die bril breekt en zijn vaders bril gebruikt, moet hij deze wegens de sterkte op het puntje van zijn neus zetten.

Op 15 maart 1945 heeft Gerard als Chef-Staf Gemotoriseerde reserve K.P. Amsterdam de leiding over een transport per bakfiets van 103 overalls en 85 helmen, waarbij hij door toeval gewapend is. Doordat het afleveradres achter de Marnixstraat 202 draalt met het in ontvangst nemen van de goederen ontstaat fatale vertraging. De onderscharleider der Landwacht Berend IJpelaar komt aanlopen, trekt zijn wapen en gelast de vier mannen op een rij te gaan staan. Van een moment van onop­lettendheid maakt Gerard ge­bruik om zijn wapen te trekken. Zij schieten gelijk op elkaar; ook twee van de anderen vuren schoten af. Ge­rard vlucht met de bakfiets­rijder weg en wordt achternagezeten en bescho­ten, waardoor de andere twee kunnen wegkomen. Uiteindelijk blijkt IJpe­laar met vier kogels te zijn neer­ge­schoten; de Sicher­heits­dienst weet de zaak niet op te los­sen.

Roelof’s zoon Chiel is 17 jaar als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Hij moet eerst eindexamen HBS-B doen en rolt in 1942 in de Ondergrondse op het moment dat de Duitse bezetting zich verhardt. Later wordt hij actief in de Binnenlandse Strijdkrachten en krijgt een Engelse opleiding tot reserve-officier. Als de Canadezen begin mei 1945 Voorburg binnenrijden, staat hij in de blauwe overall van de BS de bevrijders op te wachten, stengun op de borst.

Robert van Luijk, latere echtgenoot van Hendrik’s dochter Elly, neemt op 14 mei 1940 deel aan de lucht­verdediging van de Rot­terdamse Waalhaven tegen de Duitse lucht­macht, waarvoor hij later het Oorlogsherin­ne­ringskruis krijgt. Na de capitulatie duikt hij in Zeeland onder en neemt daar deel aan het verzet, waarvoor hij tientallen jaren later het Verzetsherdenkingskruis krijgt. Na de bevrij­ding van Zee­land wijkt hij via Brus­sel naar Londen uit en wordt officier en in­struc­teur bij de Royal Air Force.

 

1. Nationaal Archief, Ministerie van Defensie: Collectie Krijgsgevangenen, nummer toegang 2.13.98, inventarisnummer 11, Meyenfeldt van Carl F. 30322 4-5-1921 1921 Amsterdam 21 Fahnrich z See Marine Bussum 15-5-1942 23-4-1943 an Wehrmachtsbefehlhaber der Niederlanden überstellt
2. Nationaal Archief, Ministerie van Defensie: Collectie Krijgsgevangenen, nummer toegang 2.13.98, inventarisnummer 11,
Meyenfeldt von F.H. 7722 2e luitenant Artillerie zugang Oflag 67 am 6-3-1945 von Offlag XXI C/Z Grune bei Lissa“.