4.4.3. Een natuurlijke gravenzoon?

Het vermoeden is gewettigd dat de Nederlandse stamvader een zoon was van een Zweedse graaf Meijerfeldt, maar een echte en/of gevluchte zoon blijkt hij niet te zijn geweest. Dan komt de vraag naar voren of hij een buitenechtelijk zoon was. Bij de Zweedse adel was in die tijd het hebben van relaties buiten de echtverbintenis en daaruit voortkomende natuurlijke kinderen eerder regel dan uitzondering. (1) De registratie er van liet te wensen over.

De auteur van het Deutsches Geschlechterbuch heeft een niet nader aangeduide bron gevonden, waaruit volgt dat  Johan August jr een natuurlijke dochter had. Augusta Juliana moet tussen 1757 en 1762 zijn verwekt, toen de graaf de lange winters van de Pommerse Oorlog op de  landgoederen Nehringen en Medrow doorbracht, mede omdat de Zweedse regering zijn moeder Brita Barne­kow in 1758 geen paspoort gaf om het beheer te verzor­gen. Hij was nog ongehuwd en heeft er een vrije omgang op na  gehouden met een vrouw werkzaam op het familielandgoed.

Of de graaf het zo geregeld heeft is niet bekend, maar diens rentmeester op Medrow Tilow huwt op 2 mei 1783 met Augusta Juliana. De familienaam van Augusta Juliana is Meyer(n), maar in vier gevallen wordt zij Meyerfeldt of Meyenfeldt genoemd (Pommersches Geschlechterbuch, doopboeken Bad Sülze, doopboeken Rotterdam, foutieve brief gemeentearchivaris Stralsund). De naam Meyer(n) is in de documenten terug te vinden met een verwijzing naar Pruisen (meer bijzonder naar Rothemühl bij Pasewalk) of Mecklenburg (Krakow bij Bad Sülze). Uit dit huwelijk worden twee kinderen op Medrow gebo­ren. Anderhalf jaar daarna, op 29 december 1789, over­lijdt Tilow op Medrow in zijn slaap.

Augusta Juliana huwt nogmaals op Medrow met een Tilow: Theo­dosi­us Bern­hard Chri­stoffer. Vermoedelijk is haar natuurlijke vader daar niet bij, want die zit aan het sterfbed van zijn zoon Johan August III. Vanaf dan komt het Zweedse gravenpaar wel elke zomer enkele maanden naar Stralsund, Nehringen en Medrow. Enige tijd na het huwelijk vertrekt Augusta Juliana met haar man naar Mecklenburg. Theodosi­us wordt pachter en bezitter van Marlow. In de registers zijn enkele kinderen te vinden in Medrow en Bad Sülze, hetgeen op gespannen voet staat met de bewering in het testament van de graaf dat er veel kinderen zouden zijn en met de bewering in het Geschlechterbuch dat er géén kinderen zouden zijn.

De geboortedatum van de stamvader ligt volgens de Nederlandse documenten tussen 4 juni en 14 juli 1760. De veronderstelling dat graaf Johan August jr ook hem verwekt heeft is dan goed mogelijk. Vermeldenswaard is dat Johan August jr Medrow in 1778 weer terugkoopt van zijn broer. Wellicht dient het als zomer­ver­blijf voor zijn 12- en 9-jarige echte zoons (Johan August III en Axel Fredrik) en hun gou­ver­neur Kell­gren. Een ontmoeting met hun dan 18-jarige halfbroer is zelfs niet uit te sluiten, want deze treedt pas twee jaar later in buitenlandse dienst.

Het is mogelijk dat niet Johan August maar graaf Carl Fredrik Meijerfeldt jr. de natuurlijke vader was. Omdat hij zich per 1 mei 1760 op zijn vaders landgoed Gammel Køgegård op Sjælland (Denemarken) vestigt, is het zelfs denkbaar dat de zwangere  Meijer(n) hem volgt en twee maanden later een zoon baart. Zij zou hem met haar zoon in 1762 terug moeten hebben volgen, omdat Johan August jr. Medrow aan Carl Fredrik jr. verkoopt vanwege zijn huwelijksplannen het jaar daarop met Lovisa Augusta Sparre. Tot nu toe zijn voor die gedachte geen aanwijzingen gevonden.

Gelet op de eerder genoemde overeenkomsten en de specifieke aanwijzingen dat de Zweedse graaf in Pommeren een natuurlijke dochter had die bij de dopen van kinderen van de Nederlandse stamvader getuige is, is het aannemelijk dat de laatste een natuurlijke zoon van de graaf was.

 

1. N. Natt och Dag, “1793”, Stockholm 2017, roman, pag. 116-117.