4.4.1. Overeenkomsten

Welke overeenkomsten bestaan er tussen de personen in Zweden, Pommeren en Nederland om de bewering kracht bij te zetten dat Carl von Meijenfeldt een kleinzoon van graaf Johan August Meijerfeldt jr was?

Tekening:
De Nederlandse stamvader maakt in 1811 in Rotterdam een tekening, die gelijk is aan de tekening op de grafplaat van het Zweedse geslacht in de St. Andreas Kirche in Nehringen. Het maakt niet uit of hij zelf in de kerk een schets heeft gemaakt of een schets gekregen heeft van een overgekomen familielid of vriend: de relatie is duidelijk aanwezig.

Augusta Juliana:
De “veldmaarschalk Von Meienfeld” had een dochter Augusta Juliana (Deutsches Geschlechterbuch), die ook te boek staat als “Meierfeld” (kerkboek Medrow) en verder Meijer(n) en 1000 rijksdaalder van hem krijgt (testament). Hier worden drie bronnen niet geforceerd op één hoop geveegd. Op Medrow was in elk geval één kind van de Zweedse graaf, wier tweede voornaam Juliana ook nog eens in 1810 in Amsterdam en 1815 in Rotterdam als doopgetuige bij kinderen van de Nederlandse stamvader opduikt.

Familienamen:
Meijerfeldt komt overal voor ten gevolge van de invalshoek van het onderzoek, maar bijzonder is dat de r en de n in het midden zowel in Pommeren als Nederland worden gebruikt.
Thilo komt voor in het testa­ment van de graaf, de kerkboeken van Medrow en geboorteaangiften in Rotter­dam.
Sparre komt voor in het testament van de graaf en geboorteaangiften in Rotterdam.

Doopnamen:
Johann, August, Carl en Friedrich komen veelvuldig voor in de Nederlandse familie en  in het Zweedse geslacht, veel minder in het Hessische geslacht en nog minder in de familie uit Grimmen.

Plaats
De Zweedse graaf is eigenaar-bewoner van een huis in Stralsund, leden van de familie uit Grimmen woonden er en de Nederlandse stamva­der komt er vandaan.

Periode:
Tussen 1760 en 1769 vallen de geboor­ten van de echte zonen van de Zweedse graaf en de Neder­landse stam­vader (over­eenkomstig diens leef­tijdopgaven in Nederlandse documenten), maar ook geboorten in het Hessische geslacht.

Geloof:
Alle betrokkenen zijn op een enkele na Evangelisch-Luthers. Vooral de stamvader van de Nederlandse familie is diep gelovig, blijkens zijn tijdelijke lidmaatschap van de Herstelde afsplitsing en een brief aan zijn zoon Hendrik. Zijn zoon Carl is ook zeer godsdienstig en stapt uiteindelijk over naar de Gereformeerde Kerk.

Taal:
Alle familieleden hebben Duits als hoofdtaal, zij het dat de laatste Zweedse graaf en Rudolf Anthony de Salis-Mayenfeld zich in familiebrieven vaak van modieus Frans bedienden. De Nederlandse stamvader schrijft op latere leeftijd een brief in voortreffelijk Nederlands, maar uit de schrijfwijzen van de door hem mondeling opgegeven naam rond 1800 moet worden afgeleid dat hij een Duits accent moet hebben gehad.

Beroep:
De laatste Zweedse graaf, de Nederlandse stamvader en de Zwitserse families zijn militair.

Bovenstaande feiten – met name de eerste drie – wettigen het vermoeden dat de Nederlandse stamvader een zoon was van een graaf van het Zweedse geslacht Meijerfeldt.