4.4.1. Overeenkomsten

Er zijn veel overeenkomsten tussen de personen in Zweden, Pommeren en Nederland:

  1. Carl, de zoon van de Nederlandse stamvader, beweert zwart-op-wit in zijn bewaard gebleven brief aan Helsingfors van 1876 dat de laatste Zweedse graaf Johan August Meijerfeldt jr buiten twijfel zijn grootvader is. Dat is niet zomaar een gerucht binnen de familie, maar een bewijsstuk uit die tijd van iemand die het zijn vader kennelijk zelf heeft horen zeggen. De kinderen van Carl vertellen ook dat de stamvader zich er op beriep een echtelijke zoon van de graaf te zijn geweest.
  2. De Nederlandse stamvader maakt in 1811 in Rotterdam een tekening, die gelijk is aan de tekening op de grafplaat van het Zweedse geslacht in de St. Andreas Kirche in Nehringen. Het maakt niet uit of hij zelf in de kerk een schets heeft gemaakt of een schets gekregen heeft van een overgekomen familielid of vriend: de relatie is duidelijk aanwezig.
  3. De doopnamen Johann, August, Carl en Friedrich in de Nederlandse familie komen sterk terug in het Zweedse geslacht, veel minder in het Hessische geslacht en nog minder in de familie uit Grimmen.
  4. De geslachtnaam Meijenfeldt en al zijn varianten verbindt alle in deel 1, 2 en 3 genoemde families, maar dat is niet vreemd omdat daar op gezocht is. Andere geslachtsnamen die een verbinding leggen zijn relevanter en daar zijn twee namen te vinden die een Zweeds-Pommerse-Nederlandse verbinding leggen: Thilo in het testa­ment van de graaf, de kerkboeken van Glewitz en geboorteaangiften in Rotter­dam en Sparre in het testament van de graaf en geboorteaangiften in Rotterdam.
  5. Alles draait om dezelfde stad De Zweedse graaf was er eigenaar-bewoner van een huis, leden van de familie uit Grimmen woonden er en de Nederlandse stamva­der komt er vandaan.
  6. In de korte periode 1760-1769 vallen de geboor­ten van de echte zonen van de Zweedse graaf en de Neder­landse stam­vader (over­eenkomstig diens leef­tijdopgaven in Nederlandse documenten), maar ook geboorten in het Hessische geslacht.
  7. Alle betrokkenen hebben op een enkele na hetzelfde geloof, Evangelisch-Luthers. Vooral de stamvader van de Nederlandse familie is diep gelovig, blijkens zijn tijdelijke lidmaatschap van de Herstelde afsplitsing en een brief aan zijn zoon Hendrik. Zijn zoon Carl is ook zeer godsdienstig en stapt uiteindelijk over naar de Gereformeerde Kerk.
  8. Alle familieleden hebben Duits als hoofdtaal, zij het dat de laatste Zweedse graaf en Rudolf Anthony de Salis-Mayenfeld zich in familiebrieven vaak van modieus Frans bedienden. De Nederlandse stamvader schrijft op latere leeftijd een brief in voortreffelijk Nederlands, maar uit de schrijfwijzen van de door hem mondeling opgegeven naam rond 1800 moet worden afgeleid dat hij een Duits accent moet hebben gehad.
  9. De laatste Zweedse graaf, de Nederlandse stamvader en de Zwitserse families worden verbonden door hun beroep: militair.

Bovenstaande negen feiten – met name de eerste vijf – wettigen het vermoeden dat de Nederlandse stamvader een zoon was van een graaf van het Zweedse geslacht Meijerfeldt.