4.2.1. Nederlandse marine

Op nationaal niveau is het in Nederland lastig zoeken. Iemand die vanuit het buitenland in Nederland komt wonen moet tegenwoordig veel overheidsprocedures doorlopen. Dat levert een schat aan informatie op over iemands herkomst. Uitgerekend twee  jaar na de komst van de stamvader wordt Nederland een eenheidsstaa, waarvan iemand ingezetene of burger wordt. Tussen 1795 en 1900 bestaat er bovendien niet veel aanleiding voor buitenlanders om zich te naturaliseren en het Nederlanderschap te verwerven, omdat er weinig voordelen aan verbonden waren en hun hier geboren kinderen het automatisch verkrijgen. Alleen voor hoge regeringsfuncties en rijke mannen die kiesrecht wilden krijgen was het een noodzaak. De stamvader valt niet in die categorie en heeft zich begrijpelijkerwijs niet laten naturaliseren, zulks in tegenstelling tot de in deel 3 behandelde Zwitser Rudolf Antony von Salis-Siglio Mayenfeld in 1861.

1795

Eén van de archieven waar wel op nationaal niveau uit geput kan worden zijn de militaire archieven. Daar wordt een doorbraak geboekt bij de Inventaris van de Admiraliteitscolleges. De Betaalsrollen van het schip Erfprins van Brunswijk 1793/5 e.v.j. bevatten onderstaand folio:

Betaalsrollen Erfprins van Brunswijk
Nationaal Archief Den Haag, 1.01.46, no. 2254, Betaalsrollen Erfprins van Brunswijk, folio 21.

Uit het document blijkt het volgende:

Johan Aú­gúst Meýn­feld…
Al in 1793 draagt de stamvader dus de voornamen en achternaam van de laatste Zweedse graaf. Deze leeft dan nog en zal pas 7 jaar daarna overlijden.
Er ontbreekt een e en een t in de spelling, maar dat soort varianten zijn ook in de Zweedse en Duitse bronnen te vinden. Net als in Zweden ontbreekt het tussenvoegsel “von” of “van”. In Zweden wordt geen tussenvoegsel gebruikt (behoudens “af” om een onvervreemdbaar familielandgoed achter de naam te zetten, zoals Horn af Ekebyholm).

…komt van Stral­sund…
In 1793 wordt Stral­sund al als plaats van herkomst en mogelijk ook geboorte genoemd.

…en is op 1 mei 1793 in dienst van de Admiraliteit van Amsterdam getreden, op 29 mei 1793 aangemonsterd als Eerste Konstabel en op 13 augustus 1795 bevorderd tot Konstabelmajoor.
Een Konstabel is een onderofficier; geen rang voor een beginneling. Johan August moet dus hebben kunnen bogen op een opleiding en ervaring met kanonnen op een ander schip in de periode vóór 1793, hetgeen gezien zijn 35-jarige leeftijd niet denkbeeldig is. Op dat vorige schip moet hij ten minste de rang van Tweede Konstabel bereikt hebben, want het overslaan van een rang is – behoudens hoge contacten – in die tijd uitzonderlijk. Dit wordt versterkt door het feit dat hij na twee jaar tot Konstabelmajoor bevorderd wordt, zij het dit plaatsvond dankzij ziekte (en later overlijden) van zijn voorganger en gebrek aan ervaren manschappen bij de marine.

1797

Een volgende vermelding van de stamvader bij de marine kan worden gevonden in het Stamboek der Marine 1795-1813. Aan hem is een document d.d. 2 juni 1797 gewijd. Daarin wordt zijn achternaam anders gespeld:

Johan August van Meijnfeld.
Nog steeds mist er een e in de achternaam, maar dan op een andere plaats. Op de y zijn puntjes gekomen. Het tussenvoegsel van verschijnt voor het eerst.

1800

Onder de Monsterrollen van het Departement van Marine 1795-1813 bevindt zich de Confereer-Rolle van ’s Lands Fregat ’t Vertrouwen. Op 16 mei 1800 verschijnt weer een andere spelling van de achternaam:

Johan August Meyenfeldt.
De spelling van de achternaam is nu compleet, maar het tussenvoegsel is weer verdwenen.

1800-1809

In de rollen tussen 1800 en 1809 luidt de achternaam van Johan(nes) August(us) steeds van Meijenfeld(t), inclusief de correctie van een “liglijst” uit 1803 waarop per abuis  Joh.n Eug.t Maijenfeld staat.

1814

In de archieven van de Nederlandse marine verschijnt de naam van de stamvader nog één keer. In de betaalsrollen van de Rotterdamse Marinewerf van 1814 staat von Majenfeld geschre­ven. (1) De a en het tussenvoegsel von versterken het Duitse karakter van de naam.

 

1. Nationaal Archief Den Haag, Directie der Marine Rotterdam (3.09.16), Betaalds Rol der Losse bedienden 1814 (inventarisnummer 156).