2.6.3. Nederlandse marine

In Nederland zijn immigranten lastig te vinden in centrale archieven. Tegenwoordig zijn er veel procedures te doorlopen, die een schat aan informatie over iemands herkomst opleveren. Uitgerekend twee  jaar na de komst van Johan August von Meijenfeldt wordt Nederland een eenheidsstaat, waarvan iemand ingezetene of burger wordt. Tussen 1795 en 1900 bestaat er nog steeds niet veel aanleiding voor buitenlanders om zich te naturaliseren en het Nederlanderschap te verwerven, omdat er weinig voordelen aan verbonden zijn en hun hier geboren kinderen het automatisch verkrijgen. Alleen voor hoge regeringsfuncties en rijke mannen die kiesrecht willen krijgen is het een noodzaak. De stamvader valt niet in die categorie en heeft zich begrijpelijkerwijs niet laten naturaliseren, zulks in tegenstelling tot de in deel 3 te behandelen Zwitser Rudolf Antony von Salis-Siglio Mayenfeld in 1861.

1793-1795

Eén van de archieven waar wel op nationaal niveau uit geput kan worden zijn de militaire archieven. In de rollen van het schip Erfprins van Brunswijk 1793/5 e.v.j. is een aparte folio aan Johan August von Meijenfeldt gewijd: (1)

Betaalsrollen Erfprins van Brunswijk

Uit deze bladzijde blijkt het volgende:

Johan Aú­gúst Meýn­feld…
In de achternaam ontbreekt een e en een t, maar dat soort varianten zijn ook in de Zweedse en Duitse bronnen te vinden. Net als in Zweden ontbreekt het tussenvoegsel “von” of “van”. Zelfs bij Zweedse adel wordt geen tussenvoegsel gebruikt (behoudens “af” om een onvervreemdbaar familielandgoed achter de naam te zetten, zoals Horn af Ekebyholm).

…komt van Stral­sund…
Deze inmiddels bekende havenstad in Zweeds-Pommeren wordt als plaats van herkomst en mogelijk ook geboorte genoemd.

…en is op 1 mei 1793 in dienst van de Admiraliteit van Amsterdam getreden, op 29 mei 1793 aangemonsterd als Eerste Konstabel en op 13 augustus 1795 bevorderd tot Konstabelmajoor.
Een Konstabel is een onderofficier; geen rang voor een beginneling. Johan August moet dus hebben kunnen bogen op een opleiding en ervaring met kanonnen op een ander schip in de periode vóór 1793, hetgeen gezien zijn 35-jarige leeftijd niet denkbeeldig is. Op dat vorige schip moet hij ten minste de rang van Tweede Konstabel bereikt hebben, want het overslaan van een rang is – behoudens hoge contacten – in die tijd uitzonderlijk. Dit wordt versterkt door het feit dat hij na twee jaar tot Konstabelmajoor bevorderd wordt, zij het dat dit plaatsvond dankzij ziekte (en later overlijden) van zijn voorganger en gebrek aan ervaren manschappen bij de marine.

1797-1814

Een volgende vermelding van de stamvader bij de marine kan worden gevonden in het Stamboek der Marine. Aan hem is een document d.d. 2 juni 1797 gewijd. Daarin wordt zijn achternaam anders gespeld: Johan August van Meijnfeld. Nog steeds mist er een e in de achternaam, maar dan op een andere plaats. Op de y staan losse puntjes. Het tussenvoegsel van verschijnt voor het eerst.

Onder de Monsterrollen van het Departement van Marine 1795-1813 bevindt zich de Confereer-Rolle van ’s Lands Fregat ’t Vertrouwen. Op 16 mei 1800 verschijnt weer een andere spelling van de achternaam: Johan August Meyenfeldt. De spelling van de achternaam is nu compleet, maar het tussenvoegsel is weer verdwenen.

In de rollen tussen 1800 en 1809 luidt de achternaam van Johan(nes) August(us) steeds van Meijenfeld(t), inclusief de correctie van een “liglijst” uit 1803 waarop per abuis  Joh.n Eug.t Maijenfeld staat.

In de archieven van de Nederlandse marine verschijnt de naam van de stamvader nog één keer. In de betaalsrollen van de Rotterdamse Marinewerf van 1814 staat von Majenfeld geschre­ven. (2) De a en het tussenvoegsel von versterken het Duitse karakter van de naam.

 

1. Nationaal Archief Den Haag, 1.01.46, no. 2254, Betaalsrollen Erfprins van Brunswijk, folio 21.
2. Nationaal Archief Den Haag, Directie der Marine Rotterdam (3.09.16), Betaalds Rol der Losse bedienden 1814 (inventarisnummer 156).