4.2.3. In Franse dienst

In de brief van Carl von Meijenfeldt naar Helsingfors van 1876 staat dat zijn vader vanaf 1780 in Franse dienst en daarna in Nederlandse dienst is getreden. Onbekend is wat voor soort Franse dienst dat geweest is en wanneer de overgang van Franse naar Nederlandse dienst heeft plaatsgevonden.

Soldaten treden in dienst en veranderen van dienst om geld te verdienen. Officieren doen dat doorgaans om oorlogservaring en heldendom op te doen. Om beide redenen is het verstandig te kijken hoe het toentertijd met het krijgstoneel in Europa gesteld was en enkele varianten af te lopen.

Amerikaanse Onafhankelijksoorlog

Frankrijk strijdt tegen Engeland in de koloniën in West- en Oost-Indië. Franse troepen zetten sinds 1778 de Amerikaanse opstand tegen de Britten kracht bij met hun marine. In de Franse marine archieven is de naam van Johan August niet gevonden, maar bedacht moet worden dat daarin alleen officieren staan. (1) Een bekende Zweed in deze oorlog is Axel Fersen jr., verondersteld minnaar van Marie-Antoinette, vanaf 1780 aide-de-camp van de Franse generaal Rochambeau. Johan August zou hem kunnen zijn gevolgd op het schip dat hem naar Rhode Island brengt.

Slag bij Doggersbank

Tussen de Nederlandse Republiek en het Engelse Koninkrijk had een lang bondgenootschap bestaan sinds de Glorieuze Revolutie van Willem III. Dit leidde er toe dat Engeland sterker en Nederland zwakker werd, waardoor de onderlinge irritaties toenamen. De relatie liep stuk op de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. In 1776 had de gouverneur van St. Eustatius de Britten al woedend gemaakt door als vrijhandelshaven welkomstschoten te lossen voor het eerste Amerikaanse schip “Andrew Doria”. Nederland had geweigerd zich hiervan te distantiëren en had zich integendeel ter bescherming van de internationale vrijhandel in de richting bewogen van het Verbond van de Gewapende Neutraliteit. Toen er op een gekaapt schip een handelsverdrag tussen Amsterdam en de Amerikaanse opstandelingen werd aangetroffen, verklaarde Engeland op 20 december 1780 Nederland de oorlog en was de Vierde Nederlands-Engelse Oorlog een feit.

Binnen de familie zijn er geruchten dat de stamvader op 5 augustus 1781 deelnam aan de Slag bij de Doggersbank. Het ging om een Nederlands handelskon­vooi onder schout-bij-nacht Zoutman, dat – onderweg naar de Oostzee – bij de Dog­gersbank op een terugkerend vijandig Brits konvooi was gestuit. Frankrijk nam niet aan die slag deel, dus dat zou betekenen dat hij al na één jaar van Franse in Nederlandse dienst zou zijn getreden. In de Nederlandse en Engelse registers van de marine officieren komt hij niet voor, maar aan beide zijden worden geen matrozen vermeld.

Frans kaperschip

Monstert de stamvader misschien aan op een kaperschip? Franse kapiteins uit Duinkerken voeren nogal eens het bevel op kaperschepen uit de Oostzee  – onder andere Stralsund – en laten zich inhuren door bondgenoot Nederland om Engelse schepen te kapen. Onderzoek levert tot nu toe niets op. (2)

Patriottenstrijd

In 1785 sluiten Frankrijk en Nederland een alliantie, waarbij de Patriotten het heft in handen nemen in de grote steden. Zij sturen Wil­helmina van Pruisen bij Goejan­verwellesluis terug naar haar man prins Willem V van Oranje in Nijmegen. Zij weet haar broer de koning van Pruisen te bewegen om met 20.000 man op 13 september 1787 in Nijmegen te arriveren en vandaar de Republiek binnen een maand onder de Prins terug te brengen. Een jonkheer Van Gendt heeft uit een Deens boekwerk over adellijke geslachten gehaald, dat bij zijn voorouders in Nijme­gen de Pruisische luite­nant der huzaren Carl August von Meyen­feldt ingekwartierd is geweest. (3)

Door al deze verwikkelingen kan Johan August dus ook in Nederland terecht zijn gekomen en achtergebleven zijn. De archieven van de Nederlandse landmacht bevestigen dit niet. Of hij Revolutionair, Patriot of Oranjegezind was doet vermoedelijk niet ter zake, hij nam dienst waar geld te verdienen was. Op datzelfde moment koos de graaf in Zweden vóór Gustaaf III en tegen de Patriotten in Zweden. Hij speelde zelfs een beslissende rol in het neerslaan van de opstand.

Ten aanzien van de Pruisische veldtocht in Holland blijkt wel, dat de Hertog van Bruns­wijk troepen (het grenadierbataljon van Bonin op 13 septem­ber 1787) in Nijmegen inkwar­tierde­. La­ter treden verscheidene bij Am­sterdam gele­gerde batal­jons in dienst van de Staten-Gene­raal: op 22 februari 1788 staat de hertog 2.906 man af; op 5 mei van dat jaar gaat nog eens een korps van 3 bataljons van totaal 1.000 man (2 batal­jons muske­tiers uit Rostock onder Von Gluër en 1 bataljon grenadiers uit Schwerin onder Von Both) over van hertog Fried­rich Franz von Mecklen­burg-Schwerin und Güstrow. Onderzoek levert op dat hier geen Von Meijenfeldt bij aanwezig is en dat de militairen in 1796 naar Duitsland zijn teruggekeerd. (4)

Expeditie op de Schelde

Een directe mogelijkheid van overgang van Franse in Nederlandse dienst is de “Expeditie op de Schelde”. Op 21 november 1792 vaart een Frans escadrille weg van Duinkerken de Westerschelde op, om het door de Oostenrijkers verdedigde citadel van Antwerpen over water in te sluiten. Nederland verbiedt de doorvaart met een beroep op de in 1648 afgesproken blokkade van de Schelde, maar het revolutionaire Frankrijk doet een beroep op het natuurrecht van vrij gebruik van internationale rivieren. De onderhandelingen leiden tot niets en al op 1 december vaart de escadrille de Westerschelde verder op, hoewel de Oostenrijkers zich al aan de Franse grondtroepen hebben overgegeven. Onder Murray schieten zes Britse schepen Nederland te hulp bij het tegenhouden van andere buitenlandse schepen. De radicale revolutionairen in Frankrijk onthoofden Lodewijk XVI op 21 januari 1793 en verklaren de oorlog aan de Engelse koning en prins Willem V van Oranje op 1 februari. De laatste besluit het op de Schelde liggende Franse escadrille aan te pakken. In de nacht van 20-21 maart roeit een zevental Nederlandse sloepen naar de voor anker liggende Franse kanonneerboot St. Lucie onder scheepsvaandrig Jean-Joseph Castagnier en een gaffelschip. Ondanks een zwaar Frans bombardement vanaf de forten Lillo en Liefkenshoek weet luitenant Wolterbeek de schepen te veroveren en naar Vlissingen te voeren met 57 gevangenen. De Nederlanders oefenen met de 14 buitgemaakte kanonnen. Zou Johan August tot de 57 Franse krijgsgevangenen hebben behoren en geeft hij instructies over het geschut? Dat zou zijn succesvolle aanmonstering bij de Amsterdamse Admiraliteit twee maanden later wel verklaren.

Nederlandse = Franse dienst

In de brief van Carl staat dat eerst de Franse periode en daarna de Nederlandse periode komt. Wisselde hij de perioden misschien om en doelde hij op de Napoleontische tijd? In 1805 veroveren Franse en Hollandse veldtroepen Stralsund. De Noordelijke Nederlanden worden een jaar later zelfs ingelijfd als Koninkrijk Holland binnen het Franse Keizerrijk. Dat vindt allemaal plaats vóór Carl’s geboorte. In dat geval komt dan wel de vraag naar boven wat Johan August tussen 1780 en 1793 in Nederlandse dienst heeft gedaan.

 

 1. Brieven van Frits (Nk.3) aan Govert von Meijenfeldt (Na.4), ‘s-Gravenhage 18 november 1934 [CG-24] en van de Conserva­teur-Général Centre d’accueil et de recherche des Archives nationales (CARAN) van het Ministère de la Culture et de la Francophonie aan Hans von Meijenfeldt (Na.41) [CH-261].

2. J.E. Korteweg, “Kaperbloed en koopmansgeest. ‘Legale zeeroof’ door de eeuwen heen”, Amsterdam 2006, pag. 260, en correspondentie met haar [CH-434]. Zie ook de correspondentie zonder resultaat met de Franse maritiem historicus Roberto Barazzutti [CH-436].

3. Brief van Frits von Meijenfeldt (Nk.33), Baarn 14 augustus 1984 [CH-39].

4. Brieven van Militärarchiv, Bundesarchiv Freiburg, 3 december 1990 [CH-177], Mecklen­bur­gisches Lan­deshauptarchiv (v/h Staatsarchiv) Schwerin, 25 januari 1991 [CH-186], Nieder­sächsi­sches Staatsarchiv Wol­fenbüttel, 29 januari 1991 [CH-198] en Sectie Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht, ‘s-Gravenhage 11 januari 1996 [CH-278]. T.Ph. von Pfau (vert.), “Geschiedenis van de veldtogt der Pruissen, in Holland, in 1787”, Amsterdam 1792. Th. von Troschke (vert.), “De Pruisische veld­tocht in Nederland in den jare 1787”, Gouda 1875. J.C. Wagner, “Mecklenburgsche troepen in Neder­landsche dienst 1788-1796”. Gerd Brügmann, “Ein vermißtes Kirchenbuch taucht wieder auf”, Zeitschrift für Niederdeutsche Familienkunde 1966, blz. 73-75. J.P.C.M. van Hoof, “Militairen in de Bataafs-Franse tijd”, Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 1995, pag. 204.