2.6.5. Familiepapieren

Naast de documenten in publieke archieven zijn 17 originele documenten van of over Johan August binnen de familie bewaard gebleven: drie huwelijksstukken (1807), drie tekeningen met felicitaties aan de familie Pieploo (1810-1811), twee testamenten (1823), een verjaarsbrief aan de stamvader (ongedateerd, helaas), drie brieven aan zoon Hendrik, vier overlijdensstukken van de familie Pieploo en een overlijdensafschrift van de stamvader. Ingegaan wordt op de overlevering dat familiepapieren verloren zijn gegaan bij een ontploffing of brand en dat Johan August na zijn pensioenering nog een reis naar Magdeburg heeft gemaakt.

Uittreksel van de Acte van Ondertrouw [DF/N/21]
Uittreksel van de Acte van Ondertrouw [DF/N/21]

Uit de Acte van Ondertrouw kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

Dit is het oudst bewaard gebleven originele familiedocument…
De Commissaris van de Huwelijkszaken van Amsterdam heeft rechtsonder met pen de datum van 4 december 1807 ingevuld en rechtsboven een kleinzegel met het jaartal 1807 in het papier gestanst. Hiermee staat vast dat het geen afschrift uit een latere periode betreft. De originele van vader op zoon bewaard gebleven familiepapieren gaan dus terug tot 1807.

…waarin staat dat het aanstaande bruidspaar in de Evangelisch-Lutherse Kerk zal trouwen…
Deze geloofsrichting duidt op een Duits-Scandinavische afkomst van bruidegom en/of bruid.

…en de naam van de echtgenoot wordt gespeld als Johann August van Meyenfeldt.
De tweede n in de voornaam, van als tussenvoegsel en de y in de familienaam komen in de officiële archieven ook voor, naast veel alternatieve spellingen.

Bij de fraaie tekeningen bevindt zich een Nieuwjaarswens van Johan August (1808-1878) aan zijn opa en oma Pieploo, alsook zijn tante Engeltje Pieploo, de 24-jarige zus van zijn moeder. De grootouders Pieploo waren zijn peetouders.

image004

Deze tekening levert de volgende gegevens op:

De tekening is door de stamvader zelf gemaakt…
De kwaliteit van de tekening is zodanig, dat Jantje deze op 2-jarige leeftijd natuurlijk niet zelf maakte. Omdat een derde soortgelijke tekening afkomstig is van de stamvader zelf, ligt het voor de hand dat hij de tekenaar was. De tekst van de gedichtjes zijn bovendien in het handschrift van de stamvader zelf geschreven. Het gaat om een pentekening, ingekleurd met verf. 

…bevat een 12-regelig gedichtje, omkaderd door lijnen met vier bastions en een kroon en omgeven door twee lauriertakken met strik…
De belijningen en bastions lijken een beetje op de vesting in het Zweedse wapenschild. De kroon boven het gedicht is een gravenkroon.

… die tot in detail overeenkomt met de afdeksteen van de graftombe van de graven Meijerfeldt in de vloer van de St. Andreas Kirche in Nehringen.

Afdeksteen familietombe Meijerfeldt, Andreas Kirche Nehringen. Foto: Henk van Luijk
Afdeksteen familietombe Meijerfeldt, Andreas Kirche Nehringen.
Foto: Henk van Luijk

Dit is een spectaculaire vondst. Hiermee is een heel directe schriftelijke verbinding tussen de Nederlandse stamvader en Nehringen gelegd. Hoe de stamvader aan de compositie op de afdeksteen kwam is giswerk. Hij kan uit zijn geheugen hebben geput, een kladje bij zijn papieren hebben gevonden, vóór de jaarwisseling van 1811 zelf naar Nehringen zijn gereisd en het hebben nagetekend, of hij kan een schets hebben gekregen van de Pommerse getuigen bij de doop van zijn zoon Johan August in 1808.

Ontploffing of brand

De familiepapieren – althans een deel daarvan – over de afstamming van de familie zouden volgens overleveringen bij een ontploffing of brand verloren zijn gegaan.

De eerste mogelijkheid is een ontploffing van een kruitmagazijn in Amsterdam. In de nacht van 5 op 6 juli 1791 brandde ’s Lands Zeemagazijn (nu het Scheepvaartmuseum) in Amsterdam helemaal uit, maar daar lagen in beginsel geen privébezittingen van het zeevolk. Bovendien is de eerste bekende inschrijving van Johan August 1793.

Er is een andere overlevering van een brand, die de directe oorzaak van het vertrek van Amsterdam naar Rotterdam in 1810 was, maar rond die tijd in niet veel in de archieven te vinden. Een kleinere brand is ook mogelijk geweest.

Brand in de Bloemstraat, waar de stamvader woonde rond 1801 (pentekening uit het gemeentearchief Amsterdam)
Brand in de Bloemstraat, waar de stamvader woont rond 1801 (pentekening Stadsarchief Amsterdam)

Er wordt nog een latere fase genoemd: (1)

Van die vuurwerkfabriek is waar. Bij die ontploffing zijn inderdaad alle papieren, porcelein, enz. verloren gegaan en is het naakte lijf alleen gered, alleen maar wil ik nog uitvisschen, of dat in Rotterdam is geweest of te Bergen op Zoom.

In Rotterdam zijn nog twee relevante rampen bekend: op 15 maart 1822 een grote brand in de binnenstad en op 4 januari 1827 een ontploffing van 900 pond buskruit in de kruitmolen aan de Schie. Johan August bezat zijn huis aan de Goudse Singel sinds 1816 en in 1829 sloot hij er nog een hypotheek op af. Na zijn overlijden is het huis openbaar geveild, dus dan moet het overgrote deel van het huis behouden zijn gebleven, evenals de andere familiedocumenten. Een relatie met Bergen op Zoom is niet te leggen (afgezien van de latere verbinding met het geslacht Augustijn).

Reis naar Magdeburg

De stamvader wilde na zijn pensionering naar Zweden reizen. Zijn kinderen hielden hem daarvan af vanwege zijn hoge leeftijd. In plaats daarvan reisde hij naar Magdeburg. Zijn kinderen en kleinkinderen hebben nooit geweten waarom. Omdat het in plaats van Stockholm was, konden zij veronderstellen dat het met zijn afkomst te maken had.

Het is niet eenvoudig na te gaan welke personen rond 1830 naar Magde­burg zijn gereisd, laat staan wat hun doel was. De naam Meij­er­feldt (inclu­sief varian­ten) komt in het stads­ar­chief van Magdeburg niet voor. Wel blijkt daar in 1830 de stadsrechter Friedrich Thilo in 1830 te wonen. (2) Hij heeft dezelfde achternaam als de echtgenoot van Augusta Juliana Meijerfeldt in het testament van de laatste Zweedse graaf, het kerkboek van Medrow, het Pommersches Geschlechterbuch en de doopgetuige in Rotterdam (inclusief voornaam).

1. Brief van Carl von Meijenfeldt (Nl.1), 14 oktober 1935 [CG-38].
2. Brieven van A.R. Buchholz, Amtsleiter Stadtarchiv Magdeburg, 6 januari en 3 februari 1992 [CH-228 t/m CH-230].