4.1.3. Overleveringen

Binnen de Nederlandse familie Von Meijenfeldt zijn drie overleveringen van belang voor het uitpluizen van de afkomst: de stamvader beweerde een echte zoon van de Zweedse graaf en gravin te zijn, hij maakte een reis naar Magdeburg en zijn familiepapieren gingen verloren bij een ontploffing of brand.

Een echte zoon van een Zweedse graaf en gravin

Een onheldere afkomst van de familie wordt vaak gevoed door onvoldoende informatie van de stamvader, maar Johan August was heel stellig: hij beweerde een echte zoon van de Zweedse graaf en zelfs van de Finse gravin Sparre te zijn. Hij was trots op zijn afkomst. Carl en diens kinderen hebben het opgeschreven in allerlei brieven, niet alleen in de brief naar Helsingfors.

Als dit zou kloppen, dan wordt het verhaal verrassend eenvoudig. Daarom verdient deze bewering nader onderzoek. In het eerste deel zijn de echte zonen van het Zweedse echtpaar Von Meijerfeldt-Sparre al behandeld.

De oudste is Johan August, geboren in Stockholm op 12 november 1766. De voor- en achternamen komen overeen, maar het geboortejaar is voor de Nederlandse stamvader aan de late kant. Al op 22-jarige leeftijd op 8 juli 1789 loopt kapitein Johan August in de Slag bij Sutela een zware verwonding op, ondanks het feit dat zijn vader het bevel voert en de slag een overwinning voor Zweden is. Op 2 mei 1790 leeft hij nog, want hij wordt benoemd tot Ridder in de Zwaard Orde. In 1791 volgen de gebeurtenissen elkaar snel op. Koning Gustaaf III is kritischer geworden op de Meijerfeldts: de gravin is tegen zijn zin in 1789 teruggetreden als hofdame en de graaf krijgt op zijn verzoek eervol ontslag als veldmaarschalk omdat hij een eedformulier moet tekenen. Dat doet hij na twee sterfgevallen in zijn familie in 1791: zijn zustersdochter Brita Ekeblad-Horn verdrinkt zichzelf en zijn 70-jarige broer Carl Fredrik jr overlijdt.

Kort op al deze verwikkelingen overlijdt Johan August III aan zijn verwondingen en vindt de bijzetting plaats in de kerk van Köpinge, samen met zijn oom Carl Fredrik jr. Op 25 mei is de begrafenis van Johan August III in de St. Jakobs Kyrka in Stockholm en op 26 mei de begrafenis van Carl Fredrik jr in kerk van Vittskövle. De gebeurtenissen in 1791 volgen elkaar weliswaar razendsnel op, maar de afstand tussen Stockholm en Köpinge is 600 km. Tegenwoordig kan dat gemakkelijk in één dag overbrugd worden, maar in 1791 zou elke reis 6 dagen hebben gekost. In het overlijdensregister van de Jakobs Kyrka in Stockholm staan inderdaad zijn overlijdens- en begraafdatum bij “Meijerfeldt, Joh. August, kapten”.

De tweede zoon Axel Fredrik Meijerfeldt is op 13 januari 1795 in de Zweedse stad Örebro overleden. In het overlijdensregister van die stad staat:

Axel Fredric Meyerfeldt, Grafen, Öfwer-Adjutant Major vid Kungl. Nerke och Vermlandt Regement 1645, död af hitsig feber
Axel Fredric Meyerfeldt, Grafen, Öfwer-Adjutant
Major vid Kungl. Nerke och Vermlandt Regement
1645, död af hitsig feber

In het register worden de officiële posities van Axel vermeld: graaf, adjudant-kolonel en majoor. Zijn hoge komaf was dus bekend. Het overlijdensregister noemt een getal 1645, waarmee waarschijnlijk kwart voor vijf in de middag wordt bedoeld. Vervolgens wordt als doodsoorzaak genoemd “hitsig feber”. In die dagen was dit de gebruikelijke aanduiding voor nekkramp of hersenvliesontsteking. Deze besmettelijke ziekte kwam veel voor onder jongeren onder de 30 jaar en leidde tot de dood als er niet onmiddellijk werd ingegrepen.

Axel kon bogen op het belangrijke wapenfeit dat hij de gewonde bevelhebber Armfeldt in de Slag bij Savitaipal voor krijgsgevangenschap had behoed, waarbij drie paarden onder hem waren neergeschoten. Hoewel hij niet zoals zijn oudere broer geridderd is, ligt een hoge begrafenis wel in de lijn der verwachtingen. Hoewel de opgegeven doodsoorzaak geen aanleiding tot verwondering geeft, doet het ontbreken van gegevens over de begrafenis dat wel.

Een andere bijkomstigheid is een incident waarbij hij zes weken daarvoor in de Clubzaal was betrokken. Samen met twee collega-officieren zet hij een burger uit de zaal, die dit vervolgens succesvol aanvecht in een rechtszitting. Is er een verband tussen dit conflict en zijn dood? Het kan zijn dat de officieren het conflict buiten de rechtszaal een gunstige wending hebben willen geven en op een duel zijn uitgekomen. Axel zou daarbij de dood hebben kunnen vinden, maar het kan ook zijn dat hij moest vluchten vanwege zijn deelname aan deze toen streng verboden bezigheid. De meest betrokkenen (Roos, Örnskiöld en Eneskiöld) leefden in elk geval wel tot ruim in de volgende eeuw.

Reis naar Magdeburg

De stamvader wilde na zijn pensionering naar Zweden reizen. Zijn kinderen hielden hem daarvan af vanwege zijn hoge leeftijd. In plaats daarvan reisde hij naar Magdeburg. Zijn kinderen en kleinkinderen hebben nooit geweten waarom. Omdat het in plaats van Stockholm was, konden zij veronderstellen dat het met zijn afkomst te maken had.

Het is niet eenvoudig na te gaan welke personen rond 1830 naar Magde­burg zijn gereisd, laat staan wat hun doel was. De naam Meij­er­feldt (inclu­sief varian­ten) komt niet in het stads­ar­chief van Magdeburg voor, maar wel de naam Tilow (inclusief varianten). Friedrich Thilo blijkt daar in 1830 als stadsrechter te wonen. (1) Daarmee verbindt Thilo dus de Zweedse en Nederlandse families.

Ontploffing of brand

De papieren – althans een deel daarvan – over de afstamming van de familie zijn bij een ontploffing of brand verloren gegaan. In de overleveringen worden verschillende gebeurtenissen in Amsterdam, Rotterdam en Bergen op Zoom genoemd.

De eerste mogelijkheid is een ontploffing van een kruitmagazijn in Amsterdam. In de nacht van 5 op 6 juli 1791 brandde ’s Lands Zeemagazijn (nu het Scheepvaartmuseum) in Amsterdam helemaal uit, maar daar lagen in beginsel geen privébezittingen van het zeevolk. Bovendien is de eerste bekende inschrijving van Johan August 1793.

Er is een andere overlevering van een brand, die de directe oorzaak van het vertrek van Amsterdam naar Rotterdam in 1810 was, maar rond die tijd in niet veel in de archieven te vinden. Een kleinere brand is ook mogelijk geweest.

Brand in de Bloemstraat, waar de stamvader woonde rond 1801 (pentekening uit het gemeentearchief Amsterdam)
Brand in de Bloemstraat, waar de stamvader woonde rond 1801 (pentekening uit het gemeentearchief Amsterdam)

Er wordt nog een latere fase genoemd: (2)

Van die vuurwerkfabriek is waar. Bij die ontploffing zijn inderdaad alle papieren, porcelein, enz. verloren gegaan en is het naakte lijf alleen gered, alleen maar wil ik nog uitvisschen, of dat in Rotterdam is geweest of te Bergen op Zoom.

In Rotterdam zijn nog twee relevante rampen bekend: op 15 maart 1822 een grote brand in de binnenstad en op 4 januari 1827 een ontploffing van 900 pond buskruit in de kruitmolen aan de Schie. Johan August bezat zijn huis aan de Goudse Singel sinds 1816 en in 1829 sloot hij er nog een hypotheek op af. Na zijn overlijden is het huis openbaar geveild, dus dan moet het overgrote deel van het huis behouden zijn gebleven, evenals de andere familiedocumenten. Een relatie met Bergen op Zoom is niet te leggen (afgezien van de latere verbinding met het geslacht Augustijn).

 

 

  1. Brief van A.R. Buchholz, Amtsleiter in het Stadtarchiv Magdeburg, 6 januari en 3 februari 1992 [CH-228 t/m CH-230].
  2. Brief van Carl von Meijenfeldt (Nl.1), 14 oktober 1935 [CG-38].