4.1.2. Overleveringen

Binnen de Nederlandse familie Von Meijenfeldt zijn drie overleveringen van belang voor het uitpluizen van de afkomst: de stamvader beweerde een echte zoon van de Zweedse graaf en gravin te zijn, hij maakte een reis naar Magdeburg en zijn familiepapieren gingen verloren bij een ontploffing of brand.

Een echte zoon van een Zweedse graaf en gravin

Een onheldere afkomst van de familie wordt vaak gevoed door onvoldoende informatie van de stamvader, maar Johan August was heel stellig: hij beweerde een echte zoon van de Zweedse graaf en zelfs van de Finse gravin Sparre te zijn. Hij was trots op zijn afkomst. Carl en diens kinderen hebben het opgeschreven in allerlei brieven, niet alleen in de brief naar Helsingfors. Als dit zou kloppen, dan wordt het verhaal verrassend eenvoudig. Daarom verdient deze bewering nader onderzoek.

Reis naar Magdeburg

De stamvader wilde na zijn pensionering naar Zweden reizen. Zijn kinderen hielden hem daarvan af vanwege zijn hoge leeftijd. In plaats daarvan reisde hij naar Magdeburg. Zijn kinderen en kleinkinderen hebben nooit geweten waarom. Omdat het in plaats van Stockholm was, konden zij veronderstellen dat het met zijn afkomst te maken had.

Het is niet eenvoudig na te gaan welke personen rond 1830 naar Magde­burg zijn gereisd, laat staan wat hun doel was. De naam Meij­er­feldt (inclu­sief varian­ten) komt in het stads­ar­chief van Magdeburg niet voor, een andere relevante naam wel.

Ontploffing of brand

De papieren – althans een deel daarvan – over de afstamming van de familie zijn bij een ontploffing of brand verloren gegaan. In de overleveringen worden verschillende gebeurtenissen in Amsterdam, Rotterdam en Bergen op Zoom genoemd.

De eerste mogelijkheid is een ontploffing van een kruitmagazijn in Amsterdam. In de nacht van 5 op 6 juli 1791 brandde ’s Lands Zeemagazijn (nu het Scheepvaartmuseum) in Amsterdam helemaal uit, maar daar lagen in beginsel geen privébezittingen van het zeevolk. Bovendien is de eerste bekende inschrijving van Johan August 1793.

Er is een andere overlevering van een brand, die de directe oorzaak van het vertrek van Amsterdam naar Rotterdam in 1810 was, maar rond die tijd in niet veel in de archieven te vinden. Een kleinere brand is ook mogelijk geweest.

Brand in de Bloemstraat, waar de stamvader woonde rond 1801 (pentekening uit het gemeentearchief Amsterdam)
Brand in de Bloemstraat, waar de stamvader woont rond 1801 (pentekening Stadsarchief Amsterdam)

Er wordt nog een latere fase genoemd: (1)

Van die vuurwerkfabriek is waar. Bij die ontploffing zijn inderdaad alle papieren, porcelein, enz. verloren gegaan en is het naakte lijf alleen gered, alleen maar wil ik nog uitvisschen, of dat in Rotterdam is geweest of te Bergen op Zoom.

In Rotterdam zijn nog twee relevante rampen bekend: op 15 maart 1822 een grote brand in de binnenstad en op 4 januari 1827 een ontploffing van 900 pond buskruit in de kruitmolen aan de Schie. Johan August bezat zijn huis aan de Goudse Singel sinds 1816 en in 1829 sloot hij er nog een hypotheek op af. Na zijn overlijden is het huis openbaar geveild, dus dan moet het overgrote deel van het huis behouden zijn gebleven, evenals de andere familiedocumenten. Een relatie met Bergen op Zoom is niet te leggen (afgezien van de latere verbinding met het geslacht Augustijn).

 

1. Brief van Carl von Meijenfeldt (Nl.1), 14 oktober 1935 [CG-38].