4.1.1. Brief naar Helsingfors

Carl von Meijenfeldt (1815-1899) schrijft in 1876 een brief aan het bestuurscollege van de Universiteit van Helsingfors (Helsinki). Onderwerp is de ontzegeling van de nagelaten papieren van de laatste Zweedse graaf Meijerfeldt.

Carl komt hier toe omdat zijn oog valt op het volgende krantenbericht: (1)

Algemeen Handelsblad 24-06-1862, rubriek “Duitsche Post”, onder Berlijn.
Algemeen Handelsblad 24-06-1862, rubriek “Duitsche Post”, onder Berlijn.

Carl besluit de universiteit om ophel­de­ring te vragen over de door de graaf nagelaten docu­men­ten. Bij het schrijven van zijn brief krijgt hij hulp van zijn broer Hendrik bij het vertalen in het Engels en van zijn zoon Frits bij het uitschrijven in netschrift. Het kost de nodige tijd, want pas 14 jaar na het krantenbericht gaat de brief de deur uit.

De Universiteit van Helsingfors antwoordt niet. Daarom schrijft Govert de universi­teit bijna 60 later nog eens aan en krijgt dan de volgen­de verkla­ring. In het voorjaar van 1933 had de universiteitsse­cretaris het origineel van de brief van Carl overhandigd gekregen van een persoon, die deze brief had aangetrof­fen in een exemplaar van Anrep’s adels­boek, dat hij had gekocht van de in 1903 overleden – en blijkbaar verstrooide – hoogleraar geschiedenis Yrjö Koskinen.

Naar aanleiding van de brief van Govert raadpleegt de universiteitssecretaris het ontzegelde dossier in de Alexander Universi­teit van Turku en komt tot de conclusie dat het uitsluitend gaat om brieven afkomstig van koning Gustaaf III en diens broer de Hertog van Södermanland. (2)

Naar aanleiding van het laatste antwoord besluit Hugo nog een poging te wagen. Opnieuw met een kloof van 60 jaar schrijft hij naar de Universiteitsbibliotheek in Helsinki (3) en krijgt toch nog aanvullende informatie. Het dossier is door een schenking van Louise Sparre in de handen van aartsbisschop Tengström geraakt. Dit moet al in 1806 zijn gebeurd. Na de dood van de gravin in 1817 plaatst Tengström het dossier in de bibliotheek van Åbo (de oude hoofdstad van Finland, tegenwoordig Turku), waar het in een kast voor gesloten collecties wordt gelegd. Tien jaar later wordt deze bibliotheek door brand verwoest, maar de kast staat gelukkig in een ander gebouw. Het dossier wordt dan wel geopend en er zouden documenten uit zijn gehaald. Na 50 jaar mag het dossier worden geopend en dat vindt plaats in 1858. Prof. Gabriel Rein neemt het dossier mee naar huis en publiceert 2 jaar later zijn boek “Kriget i Finland åren 1788, 1789 och 1790”. Pas in 1863 brengt hij het dossier terug naar de bibliotheek. In 1900 wordt het dossier opnieuw voor onderzoek geopend, maar dat zal wel het werk van de zojuist genoemde prof. Koskinen betreffen, mogelijk zelfs naar aanleiding van de brief van Carl.

Tegenwoordig bevindt het dossier zich in de handschriftenverzameling van de universiteitsbibliotheek van Helsinki. (4) Er zijn twee omslagen in het dossier, zoals in 1934 al aan Govert gemeld. Echter, prof. Rein schrijft in zijn boek dat er nog een derde omslag moet zijn met de titel “Privata Brefver ifrån Generalarna m.m. son vidare böra genomses”. Juist deze interessantste omslag heeft hij blijkbaar aan een ander archief overhandigd, maar aan welk?

Terug naar de brief van Carl uit 1876. Daarin staan enkele belangrijke zinnen over de afkomst van de stamvader:

Brief van Carl von Meijenfeldt aan de Universiteit van Helsingfors 1876

Carl schrijft dat zijn vader in 1760 is geboren en tot 1780 opgevoed in Stralsund. Dit is de stad waar de laatste Zweedse graaf in 1725 ook is geboren, waar diens vader tot 1748 gouverneur-generaal voor Zweden was en waar hij zelf tot zijn dood in 1800 regelmatig woont. Rond 1760 is de laatste graaf ook daadwerkelijk aanwezig in Stralsund en omgeving vanwege zijn actieve rol in de Pommerse Oorlog. Sinds het overlijden van diens vader in 1749 is hij tot en met 1761 bovendien eigenaar van het familielandgoed Medrow, terwijl zijn broer Carl Frederik jr eigenaar is van het aangrenzende Nehringen. Of Carl in zijn brief met Stralsund alleen de stad bedoelt of ook het district blijft een vraag; de grens van dat district is nogal eens veranderd, maar de Zweedse landgoederen Nehringen en Medrow liggen er altijd binnen aan de grens met Mecklenburg.

Verder schrijft Carl dat zijn vader eerst in het Franse en daarna in het Nederlandse leger heeft gediend. Johan August heeft Stralsund dus op 20-jarige leeftijd verlaten en is westwaarts in de Franse en Nederlandse militaire dienst gegaan.

Brief van Carl von Meijenfeldt aan de Universiteit van Helsingfors 1876

Carl schrijft zonder twijfel een kleinzoon te zijn van graaf Johan August Meijerfeldt jr. Dat is een belangrijke bewering. Helaas is het geen getuigenis uit eerste hand, omdat hij zijn grootvader nooit heeft ontmoet. Hij kan het van zijn vader gehoord hebben of zelf bedacht. In beide gevallen was hij op zoek naar een mooi resultaat. Heeft hij enkele jaren eerder misschien over de berichten in de Helsingfors Tidningar gehoord of gelezen over de strijd om de Meijerfeldtse miljoenen?

 

 

 

  1. Het origineel berust in het Familiearchief [DF/N.5/91]. De afdruk komt uit de Koninklijke Bibliotheek, Historische Kranten.
  2. Brief van Tor Carpelan aan Govert von Meijenfeldt, Helsinki 11 oktober 1934 [CG-22].
  3. Brieven van Anna Alakallaanvaara, Helsinki University Library, Helsinki 15 april 1998 [CH-306].
  4. Helsinki University Library, Manuscripts, Coll. 144.2.