3.7.1. Scandinavië

Denemarken   ***   Estland   ***   Zweden 


Denemarken

Frederick Gustaf Meyenfeld is eind 17de eeuw luitenant van de artillerie (stuckjunker) in Deense dienst. Hij behoort tot het garnizoen van het fort Bergenhus in de haven van de Noorse stad Bergen. Op 16 juli 1690 staat hij voor de Krijgsraad. Tweede luitenant Søren Stud zweert door hem op 8 november 1688 te zijn uitgescholden voor hondsvod, waarop hij hem een oorvijg en blauw oog als reactie toediende. Meyenfeld ontkent en vraagt om bewijs. De opgeroepen getuigen kunnen alleen bevestigen dat Stud handtastelijk was. Niet Meyenfeld maar zijn aanklager zelf komt daardoor een maand zonder soldij vast te zitten in het slot van Kopenhagen. Op 27 augustus 1690 is Meyenfeld zelf assessor bij de Krijgsraad in een gewonnen zaak tegen majoor Storm die zijn compagnie naar zijn eigendom via Bergen had laten marcheren zonder soldij te betalen. (1)

Niet lang daarna trouwt Meyenfeld met Sophia Pettersdatter. Zij krijgen twee zoons, Adolf Petter in 1693 en Christan in 1697. Zij worden beiden in de Korskirken (kruiskerk) van Bergen gedoopt.

Na de eeuwwisseling vertrekt Meyenfeld met zijn gezin naar het Caribisch gebied, waar Denemarken een stukje probeert mee te pakken van wat Frankrijk  Engeland en Nederland van de Spanjaarden overnemen. Het gaat om de Maagdeneilanden St. Thomas en St. Jan. Tussen 1666 en 1917 zijn dit de Deense Antillen. De helft van de inwoners zijn evenwel Nederlanders (planters, handelaren en Creoolse slaven), zodat hun taal de boventoon voert. Meyenfeld is luitenant in de hoofdstad Charlotte Amalie – bekend als piratenhaven uit andere tijden – op St. Thomas.

Deens Caribisch eiland St. Jan

Caribisch Maagdeneiland St. Jan

De oudste zoon Adolf (wiens tweede naam tot Pieter vernederlandst is) dient 1713-1717 in de Deense marine en bereikt in het nieuw gebouwde Cristiansfort op St. Thomas de rang van constabel. Hij trouwt met Maria van Uytendaele, dochter van Jost en Rebecca, afkomstig uit Vlaanderen via St. Eustasius met een link naar de adellijke baronnen Le Bretton. Het echtpaar krijg een zoon Gustaf in 1719 en Joseph in 1722. Dit gezin behoort bij de eerste Deense kolonisten op St. Jan in 1718; zelfs in 1793-1794 staat nog een vermelding van de landrechten daar. De naam Meyenfeld sterft op de eilanden uit. Adolf overlijdt in 1722 als hij 30 jaar oud is en zijn broer Christian is niet in de archieven te vinden. Van de twee jonge broers is van Joseph bekend dat hij op 10-jarige leeftijd overlijdt. (2)

Over de herkomst van Frederick Gustav is niets bekend. De “n” in de familienaam wijkt belangrijk af van de Zweedse. Er lijkt ook geen adellijke titel te zijn. Hij leeft wel gelijk met de drie Zweedse broers, maar vetrekt rond 1700 naar de Cariben, waar de familienaam uitsterft.

Estland

In de middeleeuwen wordt vanuit het Duitse klooster Falkenau (Kärkna) in het kerspel St. Marien-Magdalenen (Koeru) een landgoed Löwenwolde (Liigvalla) gesticht. De Duits-Baltische adelsfamilie Von Rehbinder koopt het landgoed in 1767. Op de plaats van een eerder houten gebouw wordt een laat-barokke stenen landhuis gebouwd in 1797. Daar woont een familie Meyerfeld, vermoedelijk met onderhoudstaken ten aanzien van het landgoed. Dit landhuis en huis van de beheerder staan er nog.

IMG_0490

Landhuis Löwenwolde

Er is een familie Meyerfeld in twee takken, één die ten tijde van de bouw van het huis begint bij Gustav (Kusta) en een andere bij Hans. Beide takken blijven ook in de Russische tijden in Estland en de laatst te traceren telg is Gustav die in 1939 sterft.

De voorouders van Gustav en Hans zijn niet bekend. Hun familienaam komt voor zodra de Zweedse familie Meijerfeldt uitsterft. Is dat toeval of wil Rehbinder een bekende en uitspreekbare naam voor zijn bouwopzichters?

Een Joodse familie Mäerfeld die in Estland woont valt niet onder de naamgenoten, omdat äe of ää wordt uitgesproken als ê en verandert geleidelijk in Mervelt. Een lettergreep te weinig dus.

Zweden

Een bijzonder band tussen Zweden en Nederland wordt gelegd door de broers Otto en Andries Meijerfelt. Otto is in 1683 geboren en is afkomstig uit Karlskrona, net als zijn broer. Dit is een havenstad aan de Oostzee in het zuiden van Zweden.

Otto en Andries komen in Amsterdam terecht. Tussen 1716 en 1768 wonen zij er. Otto is varensman: geen binnenschipper maar kustvaarder. Het kan zijn dat hij voor een Nederlandse handelaar werkt. De Nederlandse vaart op de Oostzee is de moedernegotie, in die tijd nog belangrijker voor de Gouden Eeuw van de Nederlanden dan de vaart op Oost-Indië.

Otto woont in 1716 aan de Stromarkt. Hij koopt op 8 mei 1739 een huis met achterhuis en erf met de naam St. Marten. Het ligt aan de Nieuwenzijds Voorburgwal, aan de westzijde op het einde. Op 21 december 1768, een half jaar na zijn overlijden, wordt het op een openbare veiling verkocht aan Willem de Rooij voor een bedrag van 11.650 gulden. (2)

Otto trouwt een Nederlandse vrouw Margrietje Jacobs en krijgt bij haar een dochter Barbara. Ook Andries trouwt een Nederlandse vrouw en daarna nog twee keer met een Duitse. Hij krijgt een zoon Andries, die vroeg overlijdt. Er ontstaat dus geen Nederlandse tak Meijerfelt. (3)

Is er een verhouding tot het Zweedse geslacht Meijerfeldt? Otto en Andries worden geboren in de tijd dat Carl Fredrik senior (ZZ.2) op weg is naar de Zuidelijke Nederlanden, dus het is niet uit te sluiten dat zij hun natuurlijke zonen zijn. In die variant is naam Andries te herleiden naar grootvader Anders of Andreas (ZZ).

Er zijn nog twee vrouwen met de familienaam Meyerfeldt in Zweden bekend, namelijk Cecilia (1748-1801) en Frances (-1873). De laatste emigreert naar Shelby County, Memphis Tennessee.

 

 

  1. Statsarkivet i Bergen, Bergenhus Garnisons Justisprotokoll, pag. 153-156.
  2. Rigsarchiv Kopenhagen, The Government of Westindia, Westindian Legal Documents, Guardian Book for St.Thomas 1733-1734, no. 65; Landbreve for St. Jan with a charactar for the inhabitants 1720-1721; Direktionenes korrespondance, Breve og dokumenter fra Vestindien #95, 28-05-1719 til 27-07-1724, Folketælling 20-07-1722; Rulle of enrolled officials St. Thomas 1713-1717. Danish Westindian-Guinea Compagny, St. Thomas Skriftebref 1733-1739 & Landlister for St. Thomas fra 1688.
  3. Gemeentearchief Amstedam, Kwijtscheldingen 142/178v.
  4. Onderzoek in Zweden naar hun herkomst onder de naam Meijerfeldt was vruchteloos bij het Landsarkivet in Lund – omdat de kerkboeken niet verder teruggaan dan 1690 – [CH-27], de Genealogiska föreningen [CH-29] en het Riddarhuset [CH-31].
  5. Gemeentearchief Amsterdam DTB 209/2v, 710/384, 711-/388, 714/13, 727/326, 1140/149, 1140/154, 1140/166, 1141-/245v, 1174/-123, 1180/94v; PA 213/320.
  6. Släktdata Göteborg, 143503D (periode 1719-1920), nr. 2154.