3.7.5. Centraal-Europa

Joodse Centraal-Europese naamgenoten in Berlijn, Chisinau en Polen

Berlijn

Erich Meyerfeldt, zoon van koopman Heinrich en kleinzoon van synagogedienaar Israel, is makelaar in Berlijn. Hij richt in de Behren Straβe een kantoor in en start een reclamecampagne voor zijn bedrijf. Hij geeft reuzenbedragen in goud uit aan reclames op alle tramhaltes, muurvlakten, kranten, tijdschriften, theaters en cinema’s. Buitenlanders overstromen de stad en kopen voor een appel en een ei huizenblokken en straten. In 3 jaar gaan 5.000 huizen door de handen van Erich, soms drie- tot viermaal. Zijn provisies maakten hem al snel miljonair. Hij geeft zijn geld ook volledig uit, zowel aan feesten als aan liefdadigheid. De deflatie maakten een eind aan de huizenverkoop, waardoor hij zijn reclamecontracten niet meer kan betalen. Hij vergrijpt zich aan het goed van anderen en verkoopt huizen waar hij geen volmacht voor heeft. Eind 1926 wordt hij in hechtenis genomen en moet een jaar in de gevangenis zitten. De hele familie wordt 13 jaar later door de Nazi’s onteigend en aus­gebürgert. (1)

Chisinau

In het begin van de negentiende eeuw ligt het huidige Moldavië in de zuidwestelijke provincie Bessarabië langs de Zwarte Zee. De hoofdstad Chisinau is een turbulent bestuurlijk en economische centrum, met meer dan 100.000 inwoners, zowel de oorspronkelijke Moldavische bevolking als migranten, met name Russisch, Oekraïns en Joods. De laatste groep groeit van 20% in 1860 tot 45% in 1900, voornamelijk doordat zij van het platteland en uit omliggende landen worden verdreven. In Chisinau vermengen de Joden zich door dwang en eigen keuze niet met de rest van de bevolking, hebben een betere hygiëne en strenge religie, waardoor er minder kindersterfte en dronkenschap voorkomt, mede waardoor hun economische invloed naar een nog hoger percentage groeit. Het antisemitisme groeit hierdoor en als de economie rond de eeuwwisseling terugvalt, agiteren politici en publicisten tegen de Joodse inwoners, net zo lang dat Pasen 1903 een pogrom plaatsvindt. In Amerika leidt dit tot een heftige reactie en het grootste deel van de Joden trekt weg naar Palestina en sommigen naar Amerika.

In deze periode woont een familie Maynfeld of Meynfeld in Chisinau. Gedilia heeft zeven kinderen tussen 1885 en 1907. Chaim (1875-) arriveert met zijn vrouw Rukhlya Kagin in 1904 in New York. In Brooklyn worden veel van hun kinderen geboren.

Polen

Het Koninkrijk Polen is sinds haar oprichting in het jaar 1025 het meest tolerante land voor Joden en in het midden van de 16de eeuw woont 80% van alle Joden in de wereld in Polen ten gevolge van het anti-semitisme (pogroms, gedwongen kerstening, beperkingen en extra belastingen) in andere landen. Vanaf de 17de eeuw komen ook de Poolse Joden aan vervolgingen bloot te staan, zeker als de buurlanden Rusland, Oostenrijk en Pruisen zich Polen in drie achtereenvolgende delingen toe-eigenden. Na de Eerste Wereldoorlog is Polen weer een land met nog 3 miljoen Joden. Voor zover zij niet vertrekken vinden ze vanaf 1939 bijna allemaal de dood in de vernietigingskampen van de Nazi’s. Na de Tweede Wereldoorlog gaan zij naar Israël, Noord- of Zuid-Amerika.

In Polen woont een grote familie met de naam Majerfeld. In Warschau zijn 29 namen aangetroffen, van wie er één naar Parijs en drie naar Chicago ontkomen. In Lódz wonen 60 familieleden, van wie één via Frankrijk naar familie in Paraguay ontsnapt; de rest komt om via het getto van Lódz in Auschwitz.

Uit Szydlowiec komen 32 familieleden. Josek (1827-1887) trouwt met Rajzla Krajewska en daarna met Ruchla Friszman. Hij heeft vijf kinderen die naar Buenos Aires uitwijken. Het vierde kind Mozes Chaim (1894-1977) verhuist naar Venezuela. Zoon Arnoldo wordt hoogleraar micro-electronica en nanotechnologie aan de Universiteit van Stanford. Hij trekt met zijn vrouw Irene Huberman naar Bolder, Colorado. Daar worden twee dochters geboren: de bekende violiste Paula en bedrijfsjuriste Laura.