3.4.3. Bijlagen Graubünden

Genealogie   *   Portretten   *   Heraldiek   *   Landgoederen

De Rijksadelstand is voor Gupert “de Grote” von Salis (1450-1490). Hij krijgt in 1487 van Keizer Frederik III de naam Von Salis-Soglio en het al bekende wapen.

Bij Koninklijk Besluit van 15 april 1815 worden Rudolf Anton (1761-1851) en zijn nakomelingen ingelijfd in de Nederlandse adel. Zijn familienaam wordt “De Salis, zonder “Soglio” en zonder “Mayenfeld”. Bij Koninklijk Besluit van 14 juni 1822  no. 22 wordt hij verhoogd tot baron, overgaand op de  eerstgeboren mannen. De tekst luidt aldus:

Wij Willem, bij de Gratie Gods Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz, enz Allen die dezen zullen zien, of hooren lezen, Salut! Alzoo het niet anders dan tot luister van den Nederlandschen Adel strekken kan, dat eenige der tot denzelven behoorende personen zoodanige titels voeren, als sedert vele eeuwen alomme eene eervolle onderscheiding hebben teweeg gebragt en Wij bovendien geneigd zijn om door een bijzonder blijk Onzer welwillendheid de verdiensten te erkennen van Jonkheer Roedolph Anthony de Salis, Directeur der Registratie en Domeinen in de Provincie Zuid-Holland, Zoo is het, dat Wij opgemelden Jonkheer Roedolph Anthony de Salis den Titel verleenen van Baron, om door hem en zijne wettige mannelijke afstammelingen volgens regt van eerstgeboorte en met het Praedikaat van Jonkheer en Hoog Wel Geboren, erfelijk te worden bezeten; en ten einde te genieten alle die voorregten welke bereids aan opgemelden Titel en Stand verbonden zijn of verder verbonden mogten worden, en wijders met vrijheid, om als het wapen van zijn Geslacht te blijven voeren een schild in deszelfs breedte midden door gesneden, waarvan de eerste helft van goud, beladen met een Willigenboom van synople, staande op een terras van hetzelfde, het tweede gepaleerd van zilver en keel van zes stukken en gezoomd van goud. Het schild gedekt met de Nederlandsche Baronnekroon, waarop eene vooruitstaande helm van zilver, gekroond, geboord, getralied en gesierd van goud, gevoerd van keel en tot Helmteeken een vrouwelijke Hermesbeeld, gevleugeld van lazuur, gekroond van goud Het Schild ter wederzijde vastgehouden door eenen wildeman in deszelfs natuurlijke kleur, hebbende het hoofd omwonden en de lendenen omgord met eikenloof en houdende ieder eene banier, die ter regter zijde gelijkvormig aan het bovenste deel en die ter linker gelijkvormig aan het onderste deel des Schilds. Onder het wapen het devies: Non Auro Sed Virtute, zooals hier ter plaatse met zijne kleuren is afgemaald. Teneinde de voorschreven Jonkheer Roedolph Anthony Baron de Salis en zijne wettige nakomelingen het genot van dit gunstbewijs en de voorregten aan den Adelstand gehecht, ongestoord mogen erlangen, zoo hebben Wij dezen openen brief afgegeven, met last aan gemelden Jonkheer Roedolph Anthony Baron de Salis om denzelven te doen registeeren bij Onzen Hoogen Raad van Adel en het bij dezen erkende Wapen van het Geslacht van de Salis onder die der andere adellijke geslachten van de Nederlanden te doen afteekenen, gelijk ook om dezen brief vervolgens te brengen ter kennisse van de Staten en van de Ridderschap der Provincie, waarin hij zijne woning zal houden Wij verzoeken alle Keizeren, Koningen, Hertogen, Vorsten, Graven, Landsheeren en Souvereine Republieken en wien het verder zouden mogen aangaan, om denzei ven Jonkheer Roedolph Anthony Baron de Salis en zijne wettige nakomelingen in den voorzeiden adellijken Stand te erkennen en de daaraan verbondene voorregten onverhinderd te doen genieten. Wij gelasten in het bijzonder Onzen Hoogen Raad van Adel en ontbieden de Staten der bijzondere Provinciën van Ons Rijk, die van de Ridderschap en Edelen in dezelve, den Hoogen Raad der Nederlanden, alle Hoven van Justitie en alle plaatselijke Regeringen, zoo in de Steden als ten platten Lande, den gemelden Jonkheer Roedolph Anthony Baron de Salis en zijne wettige nakomelingen niet alleen in al het voorschrevene te erkennen, maar is het nood, daarbij te handhaven en te beschermen. Want Wij dit alles uit Onze Vrije en Souvereine magt ten beste van het Rijk en ter belooning van deugd en verdiensten alzoo hebben bevonden te behooren. Ter bevestiging hebben Wij dézen met Onze Naamteekening bekrachtigd en doen contrasigneren door Onzen Staatsraad, belast met de directie der Staatssecretarie en verder doen bezegelen met Ons Groot Zegel, dienende ter relatie van Onzen Hoogen Raad van Adel.
Gegeven in ’s Gravenhage den 14 Juni 1822, en van Onze Regering het Negende.
(was geteekend) Willem. Van wege den Koning, (was geteekend) J . G. de Mey van Streefkerk.

Bij Koninklijk Besluit van 9 november 1861 (no. 46; Extr. 16-11-1861 no. 15) krijgt Emil Johan Baptist (1845-1873) alsnog de volledige naam “De Salis-Soglio Mayenfeld” van deze zijtak van het geslacht.

Portretten

S.2113. Eleonora von Sax-Misox geh. Von Salis-Soglio (1430-)

SS.2. Andreas von Salis-Soglio (1490-1549)

SS. Gubert ‘de Grosse’ von Salis-Soglio (1450-1490)

SSM.1. Hortensia von Salis-Maienfeld (1659-1715) geh. Gugelberg von Moos

Heraldiek

In het jaar 913 voeren de broers Von Salis een groene weideboom op gouden vlak als wapen.

In 1487 krijgt Gupert “de Grote” von Salis van Keizer Frederik III een uitbreiding van het wapen.

Salis wapen 2

In de gouden bovenhelft de wilgenboom, nu met bruine stam en groene blaadjes en in de onderhelft zes afwisselend zilveren en rode palen. Het dekkleed is zilver-rood en groen-geel. Op de helm richt een ongewapende naakte Hermes zich op, met kroon en zilver-rode vleugels. De wapentekens en kleuren zijn niet terug te vinden in de stadswapens van Soglio en Maienfeld.

Bij de verhoging in de Nederlandse baronnenstand in 1822 volgen er nieuwe uitbreidingen:

Salis wapen 1822

RIETSTAP: Coupé au 1 d’or à un saule de sinople terrassé du même au 2 palé d’argent et de gueules Casque couronné Cimier un buste de femme de carnation couronné d’or les bras remplacés par deux ailes d’argent Tenants deux sauvages de carnation ceints et couronnés de lierre tenant chacun une bannière celle à dextre aux armes du 1 celle à senestre aux armes du 2 Devise NON AURO SED VIRTUTE

In de Nederlandse baronnenbrief  wordt bij de vrouw de naam Hermes gebruikt, zijn de wildemannen met eikenloof omgord. De vertaling van de spreuk is ‘Geen goud zonder dapperheid’, een spiegeling van ‘geen geld geen Zwitsers’ dus.

Landgoederen

Rudolph von Salis, geboren vóór 1240, en zijn vrouw Von Süβ wonen in 1282 en 1293 in Soglio. Dit is de Italiaanse naam voor Sils im Engadin (Duits) of Segl (Romaans), een dorpje in het Zwitserse kanton Graubünden aan de rivier de Inn richting de Donau en de weg van St. Moritz richting Italië.

SoglioSoglio

De in 1487 in de rijksadelstand verheven Gupert “de Grote” von Salis heeft bezittingen in Casaccia, Avers, Engadin, Plurs en vooral in Soglio, vandaar de uitbreiding van zijn naam.

Rudolph ‘Doxinia’ von Salis in de vijfde generatie is rond 1450 grondeigenaar in het Zwitserse stadje Maienfeld. Omdat de naam van deze stad binnen de definitie van de familienaam valt en omdat een tak van het geslacht Von Salis naar dit stadje is vernoemd, volgt hier een uitgebreide behandeling.

Maienfeld ligt 20 kilometer ten noorden van Chur, waar de noordpunt van het kanton Grau­bünden grenst aan het vorstendom Liech­tenstein. Het is de derde stad aan de Rijn, strategisch gelegen, vooral omdat er vanuit het laaggele­gen centrum een veer­pont de rivier over­gaat en omdat een belangrijke Noord-Zuid-verbinding over land door de stad loopt.

Buiten de muren van Maienfeld ligt het landgoed Salenegg. Het gebied werd verworven door Vespasian von Salis en zijn vrouw Anna von Schauenstein in 1594. Zij bouwden daar het enorme landhuis en gaven het de naam Salenegg. Tot op de dag van vandaag is het eigendom van de familie en is het vooral bekend van de geproduceerde wijn.

 IMG_0497Salenegg

1. H.C. Gijger, “Wahrhaffte Verzeichnüs des Prättigöws, der Herrschaft Meyenfeldt gelegenheit umb Chur, und angröntzenden Landschaften sampt den Treffe so die Pündtner mit ihren Feinden gethan”, Frankfurt 1622.
2. I. Kuoni, “Maienfeld, St. Luzisteig und die Walser”, Maienfeld 1921.
3. J. Spyri, “Heidi’s Lehr- und Wander­jahr”, Zürich 1880.