3.5. De Paltsgraven

In de oostelijke Eifel, tussen de Moezel die bij Koblenz in de Rijn stroomt en de Nette die even verderop via de stad Mayen in dezelfde rivier uitkomt, ligt het mooie en vruchtbare gebied Maifeld (voorheen Mayenfeld). Centrum van het gebied is het stadje Münstermaifeld met 1700 inwoners. De Kelten gebruiken het gebied al voor de landbouw, omdat er geen bos op stond. Als de Franken vanuit het westen het gebied op de Romeinen veroveren en de Merowingentijd een aanvang neemt, noemen zij het gebied Meinefelt of Meinvelt.

De keizer van het Heilige Roomse Rijk heeft een zodanig omvangrijk gebied te besturen dat hij per regio een hoge vertegenwoordiger met regeringsbevoegdheid aanstelt: de paltsgraaf. Vooral langs de Rijn ontstaan deze gebieden, waarvan de benamingen en grenzen vaak veranderen, zij het dat de paltsgraaf Von Mayenfeld vrij constant aanwezig is. Het gebied behoort na de verticale splitsing van het rijk van Karel de Grote tot Neder-Lotharingen (met Nederland, België en Luxemburg). In 1080 gaat het graafschap over van het gebied van Mainz naar dat van Trier.

Siegfried is de eerst bekende paltsgraaf Von Mayenfeld. Hij leeft in de achtste eeuw en is bezitter van de hooggelegen Genovevaburg in de stad Mayen boven de Rijn. De burcht is vernoemd naar zijn vrouw Geneviève, de dochter van de Hertog van Brabant. De volgende bekende legende (inclusief enkele variaties) van een Laacher monnik uit de 15e eeuw gaat over dit paar:

Siegfried trekt aan de zijde van Karel Martel ten strijde tegen de Saracenen (Moren die over de Pyreneëen zijn binnengevallen). Hij vertrouwt de zorgen voor zijn vrouw toe aan zijn vriend en hofmeester Golo. Deze is echter verliefd op haar, doet haar een bekentenis en vervalst een brief waarin staat dat Siegfried met zijn mannen is verdronken. Geneviève wijst hem resoluut af.

Golo is bang dat Geneviève het uiteindelijk aan haar man zal zeggen. Als hij hoort dat Siegfried in Straatsburg herstelt van een ernstige oorlogswond, laat hij snel een bericht uitgaan of gaat er zelf naar toe, met de boodschap dat Geneviève overspel pleegde met en zwanger raakte van de kok, welke inmiddels is weggestuurd of ter dood gebacht. Al dan niet op instigatie van haar man wordt Geneviève in de toren dan wel kerker van het slot opgesloten. Alleen bijgestaan door een oude wasvrouw baart zij daar een zoon met de naam Benoni of Tristan, die Siegfried zonder dat zelf te weten de nacht voor zijn vertrek had verwekt.

Er is sprake van een (omgekochte) tovenares of Golo’s moeder, die influistert om vrouw en baby te laten ombrengen. De jagers die dit moeten uitvoeren krijgen medelijden of willen geen bloed aan hun handen. Zij laten Geneviève met haar baby achter in het woud bij de steengroeve van Nieder-Mendig, 5 kilometer verderop. Zij snijden een hondentong af als bewijs dat zij Geneviève hebben omgebracht.

Siegfried is ontroostbaar over het verdwijnen van zijn vrouw en verdrijft zijn tijd met de jacht. In de achtervolging van een tam hert met een crucifix op zijn kop komt de graaf na zes jaar en drie maanden (6 januari 737) naar de steengroeve. Daar ziet hij een moeder met kind zonder kleren meer, alleen beschermd tegen de kou door haar lange haar, levend van wortels en bessen en van de melk van het hert (dat eigenlijk de heilige Maria is). Nadat hij doorheeft c.q. hem wordt verteld dat hij Geneviève voor zich heeft, stort Siegfried berouwvol ter aarde en smeekt zijn vrouw met zijn zoon naar huis terug te keren. Zij vergeeft hem.

Nog tijdens haar leven wordt Geneviève als een heilige vereerd. Na haar dood kort daarop zoeken velen genezing of troost bij haar graf of bij de kapel Fraukirch die Siegfried op haar verzoek bij de groeve laat bouwen. Ondanks de smeekbeden van zijn vrouw laat hij Golo door ossen in vieren trekken en smijt diens lichaamsdelen van de Krahnenberg in de Rijn. Op de plek waar ze terechtkomen woelt het water nu nog jaarlijks op.

Deze legende heeft door de eeuwen heen gediend tot inspiratie van muziek (Schuman), schilderkunst (Schopin) en literatuur (Hebbel, Streuvels). Hieronder staan enkele voorbeelden:

image002 image001

Geneviève de Brabant et son fils retrouvé dans les bois par son mari le comte Siffrey de Mayenfeld (Frédéric-Henri Schopin, Lübeck 1804 – Montingny-sur-Loing 1880).

Daar was een edel palsgravin,
den graaf die stond in haren zin.
Maar die haar deugd benijdde,
’t was Gollo, die uit geile min
haar meende te verleiden

Openingcouplet van het lied “Van Genoveva”, opgetekend in Olmen door S. van Loock, opgenomen in H. Boone, “Traditionele Vlaamse volksliederen en dansen”, Leuven 2003

image003

Geneviève de Brabant, Franse volksprent uit de negentiende eeuw, Museum voor Volkskunde Antwerpen.

Tussen het jaar 888 en 1103 is een reeks paltsgraven Von Mayenfeld bekend, die vaak wel maar niet altijd in een familierelatie tot elkaar staan. Soms besturen zij grotere gebieden dan Mayenfeld alleen.

Uit dezelfde regio is Dieterich von Meyenfeld bekend. Hij verwerft in de periode 1319-1329 enkele malen een gedeeltelijk leenrecht op de burcht Wied van Ruprecht von Birneburg, totdat deze het recht meegeeft aan zijn dochter Agnes als huwelijksgift aan graaf Wilhelm I zu Wied, die daardoor de volledige leen bijeenbrengt.