3.2.1. Militairen en bestuurders

Het adellijk geslacht Von Meyenfeld wordt voor het eerst genoemd in 1780. Dan koopt een baron met die naam, afkomstig uit Zwitserland, met de militaire rang luitenant, de oude burcht op de Desenberg tussen Warburg en Rösebeck. Bij de burcht hoort een landhuis en 80 morgen grond. Hij koopt het van de erfgenamen van een uitgestorven tak van het geslacht Von Spiegel en moet daarover een procedure aan het Hof van Paderborn voeren tegen hun curator Justizkommissar Neukirch. (1) De burcht wordt door de baron uitgebouwd en voor de landbouw geschikt gemaakt.

Zoon August Wolfgang Julius von Meyenfeld wordt in Zwitserland geboren. Daarbij wordt het jaar 1793 vermeld, maar vanwege zijn huwelijksjaar in 1806 ligt dat vermoedelijk eerder. In 1809 wordt een tweeling geboren. Hij is net als zijn vader militair, klimt op tot de rang van kapitein in het Pruisische leger en woont op Rösebeck. Tussen 1811 en 1841 is hij burgemeester van Rösebeck. Hij schrijft systematische en precieze verslagen, zoals een kritische geschrift over de Burgerschutterij en lovende woorden over de Vrijwillige Brandweer. In de jaren veertig is hij in processtukken terug te vinden over jachtrechten en als gerechtelijk taxateur inzake een onrechtmatige grenswijziging. August overlijdt in 1848.

Het jongste kind Julius huwt op 30-jarige leeftijd barones Caroline von und zu Gilsa. Ook hij krijgt 4 kinderen; de eerste twee zijn opnieuw een tweeling. Derde kind Adolph is gehandicapt en verblijft in een zorginstelling. Als de kinderen 13 jaar en jonger zijn overlijdt Julius. De weduwe hertrouwt vijf jaar later Joseph Weber, die het familielandgoed commercieel gaat uitbuiten. De moeder van de weduwe, barones Sophie von Lewila, inmiddels gescheiden van Ludwig von Gilsa, is hierdoor zo geschokt dat ze de jongste zoon Ferdinand adopteert.

 

  1. Landesarchiv Nordrhein-Westfalen, A264 Fürstbistum Paderborn Geheime Kanzlei, Nr. 118.