3.1.3. Juristen en militairen

Wilhelm Ludwig Meyer von Meyerfeld heeft zeven kinderen. Twee zoons uit zijn eerste huwelijk zetten een tak op: Wilhelm August en Friedrich.

Wilhelm August wil een militaire carrière in het buitenland beginnen, maar dat keuren zijn vader en de keurvorst af. Daarom start hij in 1780 met zijn rechtenstudie in Giessen en wordt in 1784 assessor in Hanau bij de Kurhessische regering, gerechtshof en kerkbestuur, in de eerste jaren zonder inkomen en stemrecht, maar daarna gaat het snel bergopwaarts. Uiteindelijk is hij Geheimraad van de Keurvorst, Minister van Staatszaken en Financiën, afge­vaar­dig­de naar de Bondsdag in Frankfurt, ambassadeur in Würtemberg, Darmstadt en Frankfurt en Presi­dent van het Gerechtshof te Marburg. Onderscheiden met het Grootkruis in de Orde van de Gouden Leeuw. Schrijver van enkele rechtsgeleerde werken. (1)

Friedrich mag wel in militaire dienst. In 1781 komt hij aan in Halifax in de Verenigde Staten om aan de Britse zijde als kornet in het vrijcorps Hessen-Nassau in de Amerikaanse revolutie deel te nemen. Hij is uiteindelijk Hessisch kolonel en garni­zoenscommandant te Marburg.

Tussen beide broers is er nog een zus: Frederike Charlotte Louisa Jeanette (1761-1831). Zij huwt Alexander Wilhelm Ludwig von Büchenröder (1758-1824). Deze is kolonel in Nederlandse dienst, reist 1803 met gezin naar Plettenberg Baai, Zuid-Afrika en komt na echtscheiding 1806 alleen terug en bevrijdt in 1813 Deventer van de Franse bezetting.

De broers Wilhelm August en Friedrich trouwen dochters uit hetzelfde gezin: Malchen Knobel respectievelijk Hanschen Knobel. Zij hebben afwisselend juristen en militairen als kinderen.

Malchen Knobel krijgt twaalf kinderen. Bij de geboorte van Fritz in 1806 noteert Wilhelm August in zijn autobiografie (2):

Drie dagen vóór de bezetting van Kassel door de troepen van Napoleon geboren, te midden van scenes van angst en gevaar, die mijn vrouw droeg met sterkte en moed een man waardig.

Een jaar daarna volgt weer een kind, waarover hij minder goed nieuws heeft te melden:

Kort na de geboorte overleden door een zenuwschok bij de moeder vanwege mijn arrestatie midden in de nacht en kort na de aankomst van de familie in Rinteln.

In 1808 wordt een zoon Ferdinand geboren, die een lange militaire carrière doormaakt: 1820 kadet, 1825 vaandrig, 1835 officier, 1847 generale staf, 1849 oorlog met Denemarken, 1863 generaal-adjudant, 1864 gene­raal-majoor, 1866 Pruisisch-Oostenrijkse oorlog, Minister van Oorlog (3), krijgsgevangen in Minden en Berlijn, schadevergoeding in Pruisische dienst, commandant infanterie Magdeburg, 1870 Prui­sisch luitenant-gene­raal en commandant van Frankfurt in de Frans-Duitse Oorlog.

Een andere zoon wordt jurist: Wilhelm Christian Ludwig is Griffier bij het Ge­rechts­hof te Fulda. Hij trouwt met Maria There­sia Wachenfeld.

Hanschen Knobel krijgt zeven kinderen. Franz wordt hoogleraar Recht aan Universi­teit en Procu­reur bij het Ge­rechtshof, beide in Marburg. Hij is de auteur van enkele rechtswetenschappelijke werken. (4) Op 32-jarige leeftijd verdrinkt hij tijdens het zwemmen in de Lahn, de rivier die door Marburg stroomt. Nadere omstandigheden rondom de tragedie worden niet genoemd. Hij laat geen vrouw of kinderen achter. Theodor is majoor in Hessisch en kolonel in Prui­sisch dienst. Hij trouwt twee maal: Theodo­ra Haller von Raitenbruch en Auguste Hupfeld.

 

 

  1. Abhandl. d. Lehen- u. Er­bfol­ge d. AUodification u. in West­phalen”, Mar­burg 1810. “Enige Bemerkungen zu dem von Herrn Wehrs herausgegebener Un­terricht für Lehen­besitzer in West­fa­len”, Mar­burg 1810, 32 pag.
  2. “Lebensgeschichte v. Kurf. Hess. Geheimraths Wilh. Aug. v. Meyer­feld, von ihm selbst geschrie­ben bis zum 15. Nov. 1832”, Hanau 1834, deels afgedrukt in J.B. Knobel, “The Knobel family and relationships”, Pretoria 1894.
  3. C. Ochsenius, Marburg 1896, meldt een drukfout in O. Bähr, “Das frühere Kurhessen”, Kassel 1895. Uit de notulen van de Hessische Ministerraad van 15 juni 1866 komt naar voren dat Minister van Oorlog Meyerfeld een uitvoerig betoog houdt over wie de vermoedelijke overwinnaar en dus te kiezen bondgenoot in de oorlog tussen Pruisen en Oostenrijk zal zijn. Volgens het verslag dacht hij dat de laatste partij zou winnen, maar dan is de reactie van de Keurvorst niet te begrijpen. Deze was sterk op Oostenrijkse hand, maar ging na het betoog ernstig twijfelen, trok zich terug in de verblijven van de vorstin, was daar blijkbaar bewerkt, want keerde terug met de uitroep: “Ich kann doch nicht! Nein, es geht nicht!“. Een andere vingerwijzing is dat Meyerfeld als enige Hessische generaal na de oorlog onmiddellijk in Pruisische dienst werd genomen, hetgeen onmiskenbaar moet liggen aan de Pruisische gezant in Kassel, generaal Von Röder, die nauw met hem bevriend was.
  4. De quibusdam quae de dote actione reddenda siat, scili­cet, quae­missa generali definitione dotis, de rebus aestima­tis in dotim datis; de promis­sa dato; item: de nomine in dotem dato; de usufruc­tu in dotem dato, dissertatie rechts­geleerheid 1826, Universiteit van Marburg. “Die Lehre von den Schen­kun­gen, nach römischen Recht”, Mar­burg 1835-1837. “Über die Verantwortlichkeit des Ehemannes in Bezug auf eine ihm versprochene dos, oder in dotem gegebene Forderung”, Rheinisches Museum für Jurisprudenz, Band 7, 1835, blz. 90-135. “Die Ereignisse bei der Reserve-Division der deutschen Reichstruppen in Schleswig-Holstein im Kriege gegen Dänemark 1849”, Kassel juni 1850.