4.1.1. Brief naar Helsingfors

Carl von Meijenfeldt (1815-1899) schrijft in 1876 een brief aan het bestuurscollege van de Universiteit van Helsingfors (Helsinki). Onderwerp is de ontzegeling van nagelaten papieren van de laatste Zweedse graaf Meijerfeldt. Hij vraagt of die papieren informatie over zijn afkomst opleveren, omdat hij daar zelf vrij weinig over weet.

Bij het opstellen van de brief krijgt hij hulp van zijn broer Hendrik bij het vertalen in het Engels en van zijn zoon Frits bij het uitschrijven in netschrift. Het kost de nodige tijd, want pas 14 jaar na het krantenbericht gaat de brief de deur uit.

Gelukkig schrijft Carl in de brief op wat hij wel weet over zijn afkomst. Dat is een hele hoop:

Brief van Carl von Meijenfeldt aan de Universiteit van Helsingfors 1876Zijn vader is in Stralsund in 1760 geboren en daar tot 1780 opgevoed, …
Stralsund is de stad waar de laatste Zweedse graaf in 1725 ook is geboren, waar diens vader tot 1748 gouverneur-generaal voor Zweden was en waar hij zelf tot zijn dood in 1800 regelmatig woont. Rond 1760 is de laatste graaf ook daadwerkelijk aanwezig in Stralsund en omgeving vanwege zijn actieve rol in de Pommerse Oorlog. Sinds het overlijden van diens vader in 1749 is hij tot en met 1761 bovendien eigenaar van het familielandgoed Medrow, terwijl zijn broer Carl Frederik jr eigenaar is van het aangrenzende Nehringen. Of Carl in zijn brief met Stralsund alleen de stad bedoelt of ook het district blijft een vraag; de grens van dat district is nogal eens veranderd, maar de Zweedse landgoederen Nehringen en Medrow liggen er altijd binnen aan de grens met Mecklenburg.

…dient eerst in het Franse en daarna in het Nederlandse leger…
Johan August heeft Stralsund volgens Carl dus op 20-jarige leeftijd verlaten en is westwaarts in de Franse en Nederlandse militaire dienst getreden. Dit verdient nader onderzoek in de militaire archieven.

Brief van Carl von Meijenfeldt aan de Universiteit van Helsingfors 1876

…en is zonder twijfel een zoon van de laatste Zweedse graaf.
Deze bewering van Carl is belangrijk. Helaas is het geen getuigenis uit eerste hand, omdat hij zijn grootvader nooit kan hebben ontmoet. Hij zal het van zijn vader gehoord hebben. Of heeft hij ergens gelezen over de strijd om de Meijerfeldtse miljoenen?

Er is een familieoverlevering dat Carl en/of zijn kinderen met de Zweedse overheid gecorrespondeerd hebben over het herstellen van de titel baron [FA/CH/062]. Herstel zou eigenlijk tot de gravenstand hebben moeten leiden. Omdat hier verder niets over bekend is, wordt dit vermoedelijk verward met bovenstaande correspondentie.