1.9.3. Vrede met Rusland

Johan August Meijerfeldt heeft als bevelhebber van de Zweedse troepen in Finland zijn winterkwartier in Lovisa, oostelijk van Helsingfors, dicht bij de rijksgrens met Rusland van 1743. Dat geeft de Russen de gelegenheid terug te schuiven naar  hun kant van die rijksgrens. 

Over Meijerfeldt als Zweeds bevelhebber in het winterkwartier doen mooie verhalen de ronde: (1)

Hij wint daar de harten van zowel de Hoogheid als de soldaten: zijn waakzame ogen merken alles, zijn trouwe hand bestuurt alles. 

Al op 13 februari 1790 krijgt Meijerfeldt bevelen om in Savolax en Karelië actief te zijn. Eind april neemt hij de kusttroepen voor zijn rekening: 2 bataljons van het Dahlregiment, 2 bataljons van het Westerbotten regiment, 3 bataljons van het regiment van de Koningin-Moeder, 1 bataljon jagers onder Drufva, 1 squadron dragonders Karelië en artillerie.

Om 6:00 uur ‘s-ochtends op 6 mei 1790 arriveert de koning in Meijerfeldt’s hoofdkwartier in Forsby om het startschot voor de derde veldtocht tegen de Russen te geven. Waarschijnlijk in verband daarmee ontvangt zijn nog steeds zwaar verwonde zoon Johan August III enkele dagen voor de aanval een onderscheiding als Ridder in de Zwaard Orde (R.S.O.).

Dezelfde dag nog verplaatst Meijerfeldt  zijn hoofdkwartier van Forsby naar Lovisa. Op 7 mei verplaatst hij het naar Abborfors aan de rijksgrens. De koning stuurt op 17 mei het bevel aan Meijerfeldt om de rivier bij Abborfors en Hirvenkoski over te steken, maar dat komt pas een dag later aan. Met 11 bataljons moet hij tegen een stevige Russisch overmacht vechten, maar weet op 10 juni de Pyttis-pas te nemen en in de middag van 14 juni in Kuppis aan te komen. De Russen trekken zich terug naar Sutula en Kymmenegård.

In het noorden gaat het niet goed en wordt op 4 juni de Slag bij Savitaipal verloren door generaal Gustav Mauritz Armfeldt. Als hij door een kogel aan de schouder gewond raakt weet zijn adjudant Axel Fredrik Meijerfeldt hem ternauwernood voor Russische gevangenschap te behoeden. Bij die actie worden drie paarden achter elkaar onder hem neergeschoten.

Op 25 juni besluit Meijerfeldt de aanval op Sutula te openen. Na een harde strijd met veel kanonvuur weet hij Sutula in handen te krijgen, daarna Hogfors en in Kymmenegård opnieuw zijn hoofdkwartier te vestigen. Bij al deze veroveringen vinden slechts 5 soldaten de dood en worden er 8 gewond. De koning onderscheidt Meijerfeldt hiervoor tot Ridder in de Zwaard Orde met Grootkruis. (2)

Generaal Johan August Meijerfeldt wordt een dapper en besluitvaardig militair genoemd. (3)

Het is een oude ervaring, dat de moed en strijdlust zeer berusten bij het vermogen van de veldheer om hen op te monteren en zich geliefd te maken. Dit vermogen bezat Meijerfeldt in hoge mate. Hij had dikwijls, als hem was opgedragen generaal-inspectie te houden, oude wapenbroeders in het gelid herkend, met de vertrouwelijkheid van een gelijke met hen gesproken over gemeenschappelijke avonturen, hun vroegere bewijzen van dapperheid geroemd, hen tot nieuwe aangespoord, en aangevuurd tot roem en hen tranen van vreugde ontlokt. 

Op 6 juli bezoekt de koning Meijerfeldt in diens hoofdkwartier in Hogfors om te spreken over een gunstige vrede. Dat komt in een beter licht te staan als de Zweedse marine opeens op 9 juli een grote overwinning bij Svensksund weet te behalen. Die dag heeft Meijerfeldt opdracht gegeven aan Stackelberg om in Abborfors bescherming te geven aan de vloot in geval van een nederlaag. In plaats daarvan ontstaat er een alternatief plan. Hij graaft zich sterker in langs de hele route en laat meer bataljons aanrukken, waarmee hij 2 augustus klaar is. 

Intussen zijn de vredesonderhandelingen begonnen. Die worden op 14 augustus 1790 al in Värälä met succes beëindigd. Ondanks de overwinning van de vloot en de geconsolideerde terreinwinst van Meijerfeldt wordt de grens van 1743 hersteld. Het enige voordeel ten opzichte van 1721 is dat Catharina de Grote de aanspraak van Gustaaf III op het grote westelijke deel van Finland erkent. Op 6 september gaat Meijerfeldt scheep in Borgå op weg naar Stockholm.

De jonge graaf Axel Fredrik Meijerfeldt wordt enkele dagen later tot kapitein bevorderd en nog in datzelfde jaar bovendien aangesteld als adjudant in de staf bij de koning.

 

1. Götheborgs Allehanda, 26 maart 1790.
2. Vanuit Kymmenegård schrijft hij op 27 juni 1790 een Underdånig Rapportaan Gustaaf III, dat integraal in de kranten wordt afgedrukt, zoals de Stockholmspost op 3 juli 1790 en de Götheborgs Allehanda op 6 juli 1790.
3. “Biografiskt Lexicon öfver Namnkun­nige Svenska män”, deel 9, Upsala 1843, pag. 65..