1.9.2. Een grensoorlog

Vader en zoons Meijerfeldt maken zich medio 1789 op om naar Finland over te steken voor de tweede veldtocht. Johan August III is op 15 mei gepromoveerd tot kapitein in zijn regiment lichte dragoners. Hij woont in juni nog in zijn appartement in Stockholm aan de Drottingsgatan nr. 104, drie trappen omhoog. (1)

Generaal Meijerfeldt krijgt het commando over het leger dat langs de zuidkust in oostelijke richting trekt. Vanuit het hoofdkwartier in Lovisa gaat hij met het leger naar de rijksgrens bij Abborfors (Ahvenkoski), waar hij 25 juni zijn hoofdkwartier vestigt. Een dag later schiet hij met drie batterijen van 12 kanonnen op de aan de overzijde van de grens gelegen schansen. De Russen besluiten tot ontruiming en terugtrekking. (2)

De koning geeft Meijerfeldt de opdracht op 3 juli aan te vallen en de grens over te trekken. Dat doet hij wel, maar zo zwak, dat zijn jagers zien hoe de Russen op 4 juli kans zien zich terug te trekken naar de pas bij Pyttis (Pyhtää). Daar arriveert hij op 5 juli met zijn hoofdmacht en stuurt zijn voorhoede door naar Kippis, die ziet dat de Russen zich bij Sutula verzamelen. In de avond van 6 juli begeeft Meijerfeldt zich ook met zijn hoofdmacht naar Kippis. Zijn troepen onder kolonel Wachtmeister waren hun opmars vanuit Hirvenkoski pas die dag begonnen en  komt de volgende morgen met versterkingen aan. Ook de resterende bataljons van zijn regimenten die nog aan boord van de vloot waren zijn ontscheept en druppelen in Kippis binnen.

Op de achtste juli krijgen de Russen de eerste aanvallen in  Sutula te verduren. De strijd is zeer hevig en duurt voort tot de volgende morgen 8.00 uur. Meijerfeldt slaagt er in de Russen van het Sutula eiland te verdrijven, maar omdat zij de brug hebben vernield weet hij niet verder naar Kymmeneholm door te stoten. De overwinning is desalniettemin voor hem. Op het eiland richt hij zijn legerplaats in. De overwinning krijgt een bittere nasmaak als hij hoort, dat zijn zoon Johan August III in de gevechten een zware verwonding heeft opgelopen. (3)

Om 3:30 uur in de nacht van 18 juli starten  de Russen  met twee batterijen een bombardement. Om 8:00 uur beantwoordt Meijerfeldt het vuur met zijn drie batterijen. De Russen houden lange tijd stand ondanks de langdurige kanonnade, maar tenslotte trekken zij zich terug voor de overstekende Zweedse bataljons. Meijerfeldt zet de achtervolging in, maar stuit bij Hogfors op een verbrande brug. Dit weerhoudt hem er niet van deze belangrijke pas kort daarop te veroveren, waarbij slechts twee man gewond raken. Hoewel de koning zich die maand vaak over de traagheid van de 64-jarige generaal beklaagt, is hij persoonlijk getuige en met zijn doortastendheid zo gelukkig, dat hij hem nog diezelfde dag tot generaal van de infanterie benoemt.

IMG_0311 General Meyerfeld comenderar armen anno 1789”
gewassen tekening door Carl August Ehrensvärd (tevens admiraal)

Högfors
Groninger Courant, 11 augustus 1789, voorpagina

Koning Gustaaf III gaat op 19 juli met een deel van de troepen van Meijerfeldt uit op verkenning naar Frederikshamn, maar stuit al snel op een Russisch bataljon. Hij roept de hulp van Meijerfeldt in, die uit Högfors moet komen. Daar keert hij veilig met de koning terug en daar splitsen hun wegen: Meijerfeldt gaat naar Kymmenegård (Kotka) en de koning naar het meer landinwaarts gelegen Värälä. Op 26 juli draait de koning het om en geeft Meijerfeldt de leiding over de troepen in Värälä en Anjala. 

Nu de Zweedse troepen steeds verder doorstoten trachten de Russen Meijerfeldt’s leger daar te vernietigen. Ongeveer 1000 man steken op 8 augustus de rivier de Kymmene (Kymjoki) over. De Zweden zijn oplettend. De Russen worden op een twee uur durend bombardement onthaald en Meijerfeldt gaat persoonlijk met drie bataljons en twee zesponders in de tegenaanval. De Russen trekken zich snel over de rivier terug. Beide zijden tellen weinig verliezen.

In de zomer dringen de Zweden nog verder op naar de oude grens, zoals vastgelegd in 1721 bij de vrede van Nystadt ter beëindiging van de Grote Noordse Oorlog. Wanneer de koning het Russische fort Willamstrand met de hoofdmacht aanvalt, maakt Meijerfeldt met de rechtervleugel onder vlootbescherming een afleidingsmanoeuvre naar Frederikshamn.

Graaf Meijerfeldt was geen groot generaal, maar een soldaat met opmerkelijke persoonlijke dapperheid. Hij hield niet van de koning, maar vervulde zijn plichten als bevelhebber met uiterste nauwgezetheid, zonder daarbij te verzuimen aan zijn omgeving zijn aristocratische denkwijze en zijn bittere ongenoegen met de laatste Rijksdag te uiten. Hij stond zeer onwelwillend tegenover de personen die de koning het meest nabij stonden. (4)

Op 13 augustus schrijft Gustaaf III dat hij strenger is dan zijn generaals als het gaat om insubordinatie bij soldaten. Meijerfeldt wil een artillerieofficier die zich kort daarvoor in Wärelä had misdragen enige tijd in arrest zetten, maar de koning besluit dat er een Krijgsraad moet komen. (5)

Generaal Meijerfeldt herkrijgt op 16 oktober het bevel over de gehele Zweedse landmacht in Finland. Zijn hoofdkwartier schuift 22 oktober van Värälä naar Peipola en 9 november naar Lovisa. De koning besluit de veldtocht te pauzeren en een half jaar het winterkwartier op te slaan. Hij verlaat het strijdtoneel begin december, om binnenlandse troebelen te voorkomen en om Denemarken en Noorwegen aan het westfront neutraal te houden.

Nog diezelfde maand ontstaat Meijerfeldt’s friskyttekår (vrijschutterscorps), een voornamelijk uit het zuiden van Finland gerekruteerd bataljon van 400 man in vier compagnieën. Uiteindelijk hebben er 289 man in gediend, inclusief 19 man artillerie. Het weet een geduchte reputatie op te bouwen. Aanvankelijk dient het corps als garnizoen in Lovisa en Abborfors, maar neemt in 1790 aan de gevechten deel.

 

1. Dagligt Allehanda, 13 juni 1789.
2. Het strijdverloop is grotendeels gebaseerd op J. Mankell, “Anteckningar rördande Finska Arméens och Finlands Krigshistoria, särskildt met afseende på krigen emellan Sverige och Ryssland åren 1788-1790 samt 1808-1809”, Stockholm 1870, deel 1.

3. Volgens “Svenska Adelsmän Öden”, Stockholm 1872, pag. 38, zou hij zijn verwonding een jaar later bij Wyborg oplopen, maar de Zweedse troepen kwamen nooit zo dicht bij de oude grens van 1721. In dat jaar zijn de Zweedse troepen wel opnieuw in Sutela, maar bij die veldtocht zijn maar 8 gewonden. Vóór de veldtocht begint krijgt hij een onderscheiding, vermoedelijk vanwege zijn eerdere verwonding.
4. J.A. Ehrenström, “Efterlemnade historiska anteckningar”, Stockholm 1882, deel 1, pag. 291.
5. F. Rühs, “Wercke Gustav’s des Dritten”, Berlijn 1808, deel 3, pag. 243.