1.8.2. Russisch-Zweedse Oorlog

In de zomerveldtocht van het Zweedse leger in Finland krijgt generaal Meijerfeldt het commando over het zuidelijke leger. Vanuit Lovisa rukt hij op naar Abbersfors en vandaar op 4 juli 1789 naar de pas bij Pyttis (Pyhtää). De opmars ondergaat vertraging omdat de Russen de brug hebben vernield. In de namiddag van de achtste juli worden de Russen voor het eerst aangevallen in het voor de kust gelegen stadje Suttula. De strijd is zeer hevig en duurt voort tot de volgende morgen 8.00 uur. De overwinning is voor Meijerfeldt; op het eilandje richt hij zijn legerplaats in. De overwinning krijgt een bittere nasmaak als hij hoort, dat zijn zoon Johan August III, die inmiddels tot kapitein is bevorderd, in de gevechten een zware verwonding heeft opgelopen.

Koning Gustaaf III is aanwezig bij een nieuwe aanval op 18 juli. De Russen houden lange tijd stand, ondanks een langdurige kanonnade, maar tenslotte trekken zij zich terug. Meijerfeldt zet de achtervolging in, maar stuit bij Högfors op een verbrande brug. Dit weerhoudt hem er niet van deze belangrijke pas kort daarop te veroveren, waarbij hij slechts twee man verliest. Hoewel de koning zich die maand vaak over de traagheid van de 64-jarige generaal beklaagt, is hij met deze doortastendheid zo gelukkig, dat hij hem nog diezelfde dag tot generaal van de infanterie benoemt.

IMG_0311 General Meyerfeld comenderar armen anno 1789”
gewassen tekening door Carl August Ehrensvärd (tevens admiraal)

Högfors
Groninger Courant, 11 augustus 1789, voorpagina

Nu de Zweedse troepen tot halverwege Karelië zijn doorgestoten, geeft Gustaaf III op de 27ste juli nieuwe orders. Het hoofdkwartier wordt naar de kustplaats Kymmenegård verplaatst; Meijerfeldt krijgt het bevel over de hoofdmacht in de landinwaarts gelegen steden Anjala en Wärelä. De Russen trachten Meijerfeldt’s leger daar te vernietigen, maar nadat ze de rivier de Kymmene (Kymjoki) oversteken worden ze op een drie uur durend bombardement onthaald en met grote verliezen teruggedreven.

In de zomer dringen de Zweden nog verder op naar de oude grens, zoals vastgelegd in 1721 bij de vrede van Nystadt ter beëindiging van de Grote Noordse Oorlog. Wanneer de koning het Russische fort Willamstrand met de hoofdmacht aanvalt, maakt Meijerfeldt met de rechtervleugel onder vlootbescherming een afleidingsmanoeuvre naar het fort Frederikshamn.

Staatsraad Ehrenström schrijft over hem:

Graaf Meijerfeldt was geen groot generaal, maar een soldaat met opmerkelijke persoonlijke dapperheid. Hij hield niet van de koning, maar vervulde zijn plichten als bevelhebber met uiterste nauwgezetheid, zonder daarbij te verzuimen aan zijn omgeving zijn aristocratische denkwijze en zijn bittere ongenoegen met de laatste Rijksdag te uiten. Hij stond zeer onwelwillend tegenover de personen die de koning het meest nabij stonden.

Op 13 augustus schrijft Gustaaf III dat hij strenger is dan zijn generaals als het gaat om insubordinatie bij soldaten. Meijerfeldt wil een artillerieofficier die zich kort daarvoor in Wärelä had misdragen enige tijd in arrest zetten, maar de koning besluit dat er een Krijgsraad moet komen. (1)

De Zweedse koning moet het strijdtoneel verlaten, om binnenlandse troebelen te voorkomen en om Denemarken en Noorwegen aan het westfront kalm te houden. Generaal Meijerfeldt herkrijgt van hem op 16 oktober het bevel over het gehele Zweedse leger in Finland. Hij besluit de veldtocht te beëindigen en terug te trekken naar Borgå, waar hij voor een half jaar zijn winterkwartier opslaat.

Nog diezelfde maand ontstaat Meijerfeldt’s friskyttekår (vrijschutterscorps), een voornamelijk uit het zuiden van Finland gerekruteerd bataljon van 400 man in vier compagnieën. Uiteindelijk hebben er 289 man in gediend, inclusief 19 man artillerie. Het weet een geduchte reputatie op te bouwen. Aanvankelijk dient het corps als garnizoen in Lovisa en Abborfors, maar neemt in 1790 aan de gevechten deel.

IMG_0312 Fins-Russische grens

De Russen geven zich niet gewonnen en hernemen in de winter hun oude posities. Begin mei 1790 krijgt generaal Meijerfeldt opdracht een nieuwe veldtocht tegen de tsarina op te zetten. Wellicht in verband daarmee ontvangt zijn nog steeds zwaar verwonde zoon Johan August enkele dagen voor de aanval een onderscheiding als Ridder in de Zwaard Orde (R.S.O.).

Op 5 mei wordt het gevecht ingezet en de door de Russen getrokken grens bij Abborfors overgestoken, waar zij Meijerfeldts vrijkorps veel slachtoffers bezorgen, waaronder de commandant. In het noorden gaat het niet goed en wordt op 4 juni de Slag bij Savitaipal verloren door generaal Gustav Mauritz Armfeldt. Als hij door een kogel aan de schouder gewond raakt weet zijn adjudant Axel Fredrik Meijerfeldt hem ternauwernood voor Russische gevangenschap te behoeden. Bij die actie worden drie paarden achter elkaar onder hem neergeschoten. Een dag later heeft zijn vader Johan August sr. in het zuiden de Pyttis-pas heroverd. Op 25 en 26 juni weet hij de Suttala-pas in handen te krijgen en korte tijd later arriveert hij in Högfors. In Kymmenegård wordt opnieuw het hoofdkwartier gevestigd. Bij al deze veroveringen vinden slechts 5 soldaten de dood en worden er 8 gewond. Meijerfeldt wordt hiervoor onderscheiden tot Ridder in de Zwaard Orde met Grootkruis.

Generaal Johan August Meijerfeldt wordt een dapper en besluitvaardig militair genoemd. Vijftig jaar na deze oorlog wordt van hem nog gezegd: (2)

Het is een oude ervaring, dat de moed en strijdlust zeer berusten bij het vermogen van de veldheer om hen op te monteren en zich geliefd te maken. Dit vermogen bezat Meijerfeldt in hoge mate. Hij had dikwijls, als hem was opgedragen generaal-inspectie te houden, oude wapenbroeders in het gelid herkend, met de vertrouwelijkheid van een gelijke met hen gesproken over gemeenschappelijke avonturen, hun vroegere bewijzen van dapperheid geroemd, hen tot nieuwe aangespoord, en aangevuurd tot roem en hen tranen van vreugde ontlokt.

De Russisch-Zweedse Oorlog wordt uiteindelijk niet op het land maar in de Finse Golf beslist in het voordeel van Zweden. Op 14 augustus 1790 sluiten koning Gustaaf III en tsarina Catharina de Grote de vrede van Wärelä, waarbij de oude situatie hersteld wordt. De jonge graaf Axel Fredrik Meijerfeldt wordt enkele dagen later tot kapitein bevorderd en nog in datzelfde jaar bovendien aangesteld als adjudant in de staf bij de koning.

 

1. F. Rühs, “Wercke Gustav’s des Dritten”, Berlijn 1808, deel 3, pag. 243.
2. Biographiskt Lexicon, deel 9, pag. 65.