1.9. Bevelhebber

Voor Johan August Meijerfeldt roept de militaire plicht. Nadat de Zweedse koning Gustaaf III met steun van de soldaten en boeren begin jaren zeventig zijn macht had vergroot ten opzichte van de adel in de Rijksdag, is zijn gezag geleidelijk aan het afkalven. Hij zoekt naar hernieuwing van de steun en zoals absolute vorsten vaker doen kijkt hij hoe hij verloren gegane gebieden van Zweden kan terugwinnen. Zijn ogen richten zich op zijn nicht Catharina de Grote, tsarina van Rusland. Zij dringt net als haar voorgangers en opvolgers steeds verder naar het westen op. In Midden-Europa is de eerste deling van Polen een feit en in Zuid-Europa is de Krim op het Ottomaanse Rijk veroverd. Op Britse en Pruisische aandrang zendt Gustaaf een sterke vloot naar de Finse Golf en versterkt zijn landtroepen langs de grens. Deze was door de Vrede van Nystad in 1721 en de Vrede van Åbo in 1743 tweemaal naar het westen opgeschoven. Hij wil vermijden dat dit nog eens gebeurt en heeft een offensief alternatief: doorstoten naar de maar 300 km over de huidige grens gelegen Russische hoofdstad St. Petersburg om een gunstige vrede af te dwingen.

Met zijn regiment steekt Johan August over naar Finland. In juli 1778 krijgt hij tevens het bevel over het regiment van Östergotha. Een maand later arriveren deze regimenten in de oostelijk van Helsingfors (Helsinki) gelegen plaats Lovisa (Loviisa). Daar geeft de koning Johan August opdracht het bevel over de troepen in de grensstad Anjala over te nemen. In oktober verenigen zich daar alle Zweedse regimenten onder zijn bevel, tot hij besluit het winterkwartier aan de kust in Lovisa op te slaan. Op 10 december krijgt Johan August het bevel over het gehele Zweedse leger in Finland. Een bevordering tot luitenant-generaal volgt op 27 december.