1.6. Van militair tot bestuurder

Koning Karel XII van Zweden blijft proberen de suprematie in Noord-Europa terug te winnen. Tegen hoge offers van het volk wordt het leger opnieuw uitgerust en geoefend. De vijanden zijn zo talrijk, dat een keuze moet worden gemaakt. Zijn belangrijkste raadgever Görtz stuurt aan op een verdrag met Peter de Grote, om de handen vrij te houden voor Duitsland. De Zweedse adel wil daarentegen de Baltische bezittingen heroveren. De koning heeft een veldtocht tegen het onder Deense heerschappij zuchtende Noorwegen in gedachten. In de Zweedse legertop rijst oppositie tegen dit plan, waarbij luitenant-generaal Johan August Meijerfeldt een belangrijke woordvoerder is. Hij pleit voor een directe veldtocht in Noord-Duitsland, zonder voorafgaande en ophoudende afbuiging naar het westen. (1) De koning zet zijn plan evenwel door, maar moet de veldtocht halverwege staken vanwege gebrekkige aanvoerlijnen.

Kolonel Wolmar Johan Meijerfeldt bevindt zich nog steeds onder het commando van de Oostenrijkse prins Eugenius van Savoye. Hij weet zich tijdens de talloze veldtochten en vooral belegeringen niet in bijzondere mate te onderscheiden. In 1716 neemt hij deel aan de veldtocht van de prins tegen de opdringende Turken. In het voorjaar van 1717 wordt een beleg rond Belgrado geslagen, dat na een verrassingsaanval op de versterkingen van de Turkse sultan op 18 augustus capituleert.

Zijn broer Johan August is met iets anders bezig. Sinds het overlijden van zijn vrouw is bijna twee jaar verstreken. De 53-jarige Johan August heeft geen nazaten en gaat aan een tweede huwelijk denken. Hij laat zijn oog vallen op de zeer vermogende gravin Margaretha von Ascheberg. Zij is de weduwe van Kjell Christoffer Barnekow en heeft na diens dood de rekrutering en verantwoordelijkheid voor zijn regiment overgenomen. De gravin slaat het huwelijksaanzoek echter af.

Johan August – die dan als oud en lelijk geldt – verbaast een ieder door zijn oog te laten vallen op de jongste dochter van gravin von Ascheberg, de montere 16-jarige Brita Barnekow. Zij was 12 jaar toen de dochter van de gevluchte Poolse koning Stansilaus en latere koningin van Frankrijk bij hen in huis kwam wonen en haar grote vriendin werd. Dit huwelijksaanzoek weigert de gravin niet. Overigens wordt van de graaf wel gezegd, dat hij zijn ernstig voorkomen met veel minzaamheid tracht te versluieren. Brita zou haar generaal aanbeden hebben. (2)

De bruiloft vindt plaats op 13 maart 1717 op het Aschebergse kasteel Vittskövle, ten zuiden van Kristianstad. De koning is uitgenodigd en schrijft excuserend: würde auch daran Theil genomen haben: da ich aber noch keine Zeit habe, so lange von hier fortzubleibcn, so kann ich nicht dorthin kommen. (3) Karel XII is op dat moment bij zijn leger in Lund en werkt nieuwe aanvalsplannen uit. Hij staat het wel aan zijn legertop toe naar de brui­loft af te reizen. Door dit huwelijk verstevigt graaf Meijerfeldt zijn positie binnen de adellijke elite. De bezittingen van de families Barnekow en Asche­berg zijn aanzienlijk. Het huwelijk zou niet erg gelukkig gaan worden, hoewel het met een aantal kinderen zou worden gezegend. (4)

In maart 1718 krijgt Wolmar Johan verscheidene maanden verlof naar Lübeck en Zweden. De eerste plaats zal wel zijn oversteekplaats zijn om een bezoek te brengen aan het bruidspaar. Ook voor hem is de oorlog ten einde, want op 21 juli 1718 maakt de Vrede van Passarowitz een einde aan de bijna honderdjarige strijd tegen het Ottomaanse Rijk.

Karel XII blijft zijn zinnen zetten op een veldtocht in Noorwegen. Johan August schrijft hem op 1 november 1718 vanuit Glimminge een brief, waarin hij aanvangt met een uitdrukkelijk beroep op zijn vroegere hoge positie in het leger. Het is een uitvoerig en bijzonder vrijmoedig bericht, al dan niet op verzoek van de koning zelf. De koning laat zijn getrouwen een verbazingwekkende vrijheid van meningsuiting en Johan August maakt gebruik van die vrijheid. Hij behoort nog steeds tot de kleine kring militairen rond de koning, die kracht, directheid en optimisme uitstralen. Dapperheid in daden, maar ook dapperheid in geest, is een kenmerk van hen alleen. De houding van graaf Meijerfeldt wordt wel omschreven als slim en op zijn voordeel bedacht, maar de koning mocht hem merendeels wel lijden. (5)

In zijn brief schroomt Johan August niet in onverbloemde taal te herinneren aan vroegere ongelukkige beslissingen: als mit den in Ukraine, wobey mir auch damahls die Freyheit nahm ohnweit Berezina Strohm Ew.K.Mt: eine Nachricht, so mir zu Handen kam über solch ihr habendes conseil in unterthanigkeit einzusenden. Hij suggereert eigenlijk, dat Poltava niet was gebeurd als zijn advies om naar Moskou te trekken was opgevolgd.

Ook in Bender zou de koning zijn advies hebben moeten volgen om sich von da gleich weg und nach dero Reich begeben, und solches nachgehendes offters durch meine untherthanigste Schreiben iteriret, so ware wol nimmer der Verlust von denen provincen geschehen, und alles nachts Göttl. Hulfe durch E.K.Mt: hohe Gegenwart redreßiert, ebenfals bey E.K.Mt: ankunfft in Pommeren.

Over een winterveldtocht in Noorwegen in 1718 luidt het advies van graaf Meijerfeldt gelijk aan dat van twee jaar daarvoor. De campagne zou te veel mannen en krachten kosten en succes zou niet veel voordelen brengen. Was het niet beter gunstiger tijden af te wachten en dan rechtstreeks naar het continent over te steken? (6)

Weer weigert de koning hiernaar te luisteren en trekt Noorwegen binnen. De sleutelvesting Frederikshåld wordt belegerd en daar eindigt het leven van de onstuimige koning van Zweden. Tijdens een inspectie wordt hij door kartetsvuur in de schedel getroffen, al dan niet van de vijand afkomstig. (7)

1. Hutton, pag. 462.
2. C.F. Meijerfeldt, “Ode (Zie betrift das vor einigen Jaren erfolgte Ableben der Wolsel. Frau Gräfin von Meyereldten, Excellenze.)”, Pommersches Magazin, Greifswald/Stralsund 1776, deel II, pag. 18.
3. Carlson (1894), pag. 169. Hutton, pag. 624 noot 29.
4. Personhistorisk Tidskrift 1902, Stockholm 1903, pag. 119.
5. Skand. Sallsk. Handl. VII, pag. 298. Hutton, pag. 11.
6. S. Jägerskiöld, “J.A. Meijerfelts betänkande 1718 om den militarpolitiska situationen”, KFÅ 1935, pag. 167 e.v. Hutton, pag. 472.
7. S. Vestdijk, “De filosoof en de sluipmoordenaar”, ‘s-Gravenhage 1961. Deze roman gaat over de verwikkelingen die Voltaire meemaakt bij het schrijven van zijn boek over Karel XII, in het bijzonder over diens dood. Door de laatste zinloze en kostbare oorlogen was veel intern verzet gerezen tegen Karel XII. Toch is de overheersende lezing dat het om een toevalstreffer van de Noren gaat.