1.7. Bestuurder

Vanuit Zweden moet Johan August Meijerfeldt toezien hoe niet alleen de gebieden in Lijfland en Pommeren verloren zijn, maar ook zijn eigen landgoederen. Betwijfeld moet worden of hij er al een bezoek aan heeft kunnen brengen. De in 1709 gestarte politiek van sekwestratie door de Deense koning gaat voort. Veel Zweedse leenmannen weten hun landgoederen op veilingen terug te kopen, Meijerfeldt niet. Zodra hij bij Tribsees tijd probeert te winnen wordt er beslag op gelegd. Omdat de Zweedse koning Nehringen en Medrow in leen had uitgegeven aan zijn gouverneur-generaal, volgde de Deense koning zijn voorbeeld met Franz-Joachim von Dewitz.

In de legerleiding mengt Meijerfeldt zich in de discussie over het herwinnen van de Zweedse suprematie in Noord-Europa. De Zweedse adel wil de Baltische bezittingen heroveren. Nu hij daar geen familieleden meer heeft, pleit Johan August voor een directe veldtocht in Noord-Duitsland. (1) Görtz stuurt aan op een verdrag met Peter de Grote, eveneens om de handen vrij te houden voor Duitsland. Koning Karel XII ziet het allemaal anders: een veldtocht tegen het onder Deense heerschappij zuchtende Noorwegen. Tegen hoge offers van het volk wordt het leger opnieuw uitgerust, geoefend en op weg gestuurd, maar halverwege wordt halt gehouden vanwege gebrekkige aanvoerlijnen.

Kolonel Wolmar Johan Meijerfeldt bevindt zich nog steeds onder het commando van de Oostenrijkse prins Eugenius van Savoye. Hij weet zich tijdens de talloze veldtochten en vooral belegeringen niet in bijzondere mate te onderscheiden. In 1716 neemt hij deel aan de veldtocht van de prins tegen de opdringende Turken. In het voorjaar van 1717 wordt een beleg rond Belgrado geslagen, dat na een verrassingsaanval op de versterkingen van de Turkse sultan op 18 augustus capituleert.

Johan August is met iets anders bezig. Sinds het overlijden van zijn vrouw is bijna twee jaar verstreken. De 53-jarige Johan August heeft geen nazaten en gaat aan een tweede huwelijk denken. Hij laat zijn oog vallen op de jongere zuster van zijn generaal-majoor Christian Ludwig von Ascheberg, gravin Margaretha. Zij is de weduwe van Kjell Christoffer Barnekow en heeft na diens dood de rekrutering en verantwoordelijkheid voor zijn regiment overgenomen. Zij is weliswaar jonger, maar toch ook al 45 jaar oud. Daarmee loopt Johan August de grote kans dat haar zoon Christian (gehuwd met een dochter van Magnus Stenbok), haar dochter Magdalena (gehuwd met Wilhelm Bennet, zijn wapenbroeder sinds lange tijd) of haar zoon Rutger zijn erfopvolgers worden. Zover komt het niet, want de gravin slaat het huwelijksaanzoek  af.

Johan August – die dan als oud en lelijk geldt – verbaast een ieder door zijn oog te laten vallen op de jongste dochter van gravin von Ascheberg, de montere 16-jarige Brigitta (Brita) Barnekow. Zij was 12 jaar toen de dochter van de gevluchte Poolse koning Stansilaus en latere koningin van Frankrijk bij hen in huis kwam wonen en haar grote vriendin werd. Dit huwelijksaanzoek weigert de gravin niet. Overigens wordt van de graaf wel gezegd, dat hij zijn ernstig voorkomen met veel minzaamheid tracht te versluieren. Brita zou haar generaal aanbeden hebben.

Op 13 maart 1717 vindt eerst de huwelijksinzeging plaats in de kerk van Vittskövle. (2) Daarna volgt de bruilloft op het Aschebergse kasteel. De koning is uitgenodigd en schrijft excuserend: würde auch daran Theil genomen haben: da ich aber noch keine Zeit habe, so lange von hier fortzubleiben, so kann ich nicht dorthin kommen. (3) Karel XII is op dat moment bij zijn leger in Lund en werkt nieuwe aanvalsplannen uit. Hij staat het wel aan zijn legertop toe naar de brui­loft af te reizen. Door dit huwelijk verstevigt graaf Meijerfeldt zijn positie binnen de adellijke elite. De bezittingen van de families Barnekow en Asche­berg zijn aanzienlijk. Het huwelijk zou uiteindelijk niet erg gelukkig gaan worden, hoewel het met een aantal kinderen zou worden gezegend. (4)

In maart 1718 krijgt Wolmar Johan Meijerfeldt verscheidene maanden verlof naar Lübeck en Zweden. De eerste plaats zal wel zijn oversteekplaats zijn om een bezoek te brengen aan het bruidspaar. Ook voor hem is de oorlog ten einde, want op 21 juli 1718 maakt de Vrede van Passarowitz een einde aan de bijna honderdjarige strijd tegen het Ottomaanse Rijk.

Karel XII blijft zijn zinnen zetten op een veldtocht in Noorwegen. Johan August schrijft hem op 1 november 1718 vanuit Glimminge een brief, waarin hij aanvangt met een uitdrukkelijk beroep op zijn vroegere hoge positie in het leger. Het is een uitvoerig en bijzonder vrijmoedig bericht, al dan niet op verzoek van de koning zelf. De koning laat zijn getrouwen een verbazingwekkende vrijheid van meningsuiting en Johan August maakt gebruik van die vrijheid. Hij behoort nog steeds tot de kleine kring militairen rond de koning, die kracht, directheid en optimisme uitstralen. Dapperheid in daden, maar ook dapperheid in geest, is een kenmerk van hen alleen. De houding van graaf Meijerfeldt wordt wel omschreven als slim en op zijn voordeel bedacht, maar de koning mocht hem merendeels wel lijden. (5)

In zijn brief schroomt Johan August niet in onverbloemde taal te herinneren aan vroegere ongelukkige beslissingen: 

als mit den in Ukraine, wobey mir auch damahls die Freyheit nahm ohnweit Berezina Strohm Ew.K.Mt: eine Nachricht, so mir zu Handen kam über solch ihr habendes conseil in unterthanigkeit einzusenden. 

Hij suggereert eigenlijk, dat Poltava niet was gebeurd als zijn advies om naar Moskou te trekken was opgevolgd.

Ook in Bender zou de koning zijn advies hebben moeten volgen om

sich von da gleich weg und nach dero Reich begeben, und solches nachgehendes offters durch meine untherthanigste Schreiben iteriret, so ware wol nimmer der Verlust von denen provincen geschehen, und alles nachts Göttl. Hulfe durch E.K.Mt: hohe Gegenwart redreßiert, ebenfals bey E.K.Mt: ankunfft in Pommeren.

Over een winterveldtocht in Noorwegen in 1718 luidt het advies van graaf Meijerfeldt gelijk aan dat van twee jaar daarvoor. De campagne zou te veel mannen en krachten kosten en succes zou niet veel voordelen brengen. Was het niet beter gunstiger tijden af te wachten en dan rechtstreeks naar het continent over te steken? (6)

Weer weigert de koning hiernaar te luisteren en trekt Noorwegen binnen. De sleutelvesting Frederikshåld wordt belegerd. Daar eindigt het leven van de onstuimige koning van Zweden, 30 dagen na Meijerfeldt’s brief. Tijdens een inspectie wordt hij door kartetsvuur in de schedel getroffen, al dan niet van de vijand afkomstig. (7)

 

1. C. Hutton, “Charles XII of Sweden”, London 1968, pag. 462.
2. Kyrkoarkiv Vittskövle, Lysning- och Vigelseböcker 1688-1751, f. 54vC.F. Meijerfeldt,Ode (Sie betrift das vor einigen Jaren erfolgte Ableben der Wolsel. Frau Gräfin von Meyereldten, Excellenze.)”, Pommersches Magazin, Greifswald/Stralsund 1776, deel 2, pag. 18.
3. E. Carlson, “Die eigenhändige briefe König Karls XII.”, Berlin 1894, pag. 169. Hutton, pag. 624 noot 29.
4. Personhistorisk Tidskrift 1902, Stockholm 1903, pag. 119.
5. Skand. Sallsk. Handl., deel 7, pag. 298. Hutton, pag. 11.
6. S. Jägerskiöld, “J.A. Meijerfelts betänkande 1718 om den militarpolitiska situationen”, KFÅ 1935, pag. 167 e.v. Hutton, pag. 472.
7. S. Vestdijk, “De filosoof en de sluipmoordenaar”, ‘s-Gravenhage 1961. Deze roman gaat over de verwikkelingen die Voltaire meemaakt bij het schrijven van zijn boek over Karel XII, in het bijzonder over diens dood. Door de laatste zinloze en kostbare oorlogen was veel intern verzet gerezen tegen Karel XII. Toch is de overheersende lezing dat het om een toevalstreffer van de Noren gaat.