1.5.2. Tweede reis naar Turkije

Slag bij Helsingborg

Denemarken pakt in 1709 als eerste de wapenen weer op. Over en weer worden landgoederen van adellijke geslachten van de vijand op het eigen grondgebied gesekwestreerd. Daardoor krijgt Johan August Meijerfeldt de beschikking over twee Deense landgoederen in Skåne: Bollerup en Glimminge. Deense troepen steken de Sont over en op 28 februari 1710 vindt de Slag bij Helsingborg plaats. Het geoefende Deense leger wordt verpletterend verslagen door een in der haast vergaarde Zweedse krijgsmacht onder generaal Stenbock. Johan August voert de rechterflank aan, grotendeels samengesteld uit een boerenmilitie. In zijn officiële rapport aan Stockholm roemt Stenbock zijn dapperheid.

Generalmajor Sparfelt på högra flygeln viste all god conduite, men hade visserligen kommit att lida, där generallieutnant Meijerfelt och generalmajor greve Ascheberg med den övrige delen av högra flygelns kavalleri icke hade honom med så stor conduite och valeur strax soutinerat och fiendens kavalleri på deras vänstra flygel repousserat samt infanteriet med värjan i hand så käckt anfallit, att det flykten taga måste.

Vertrouwelijk kritiseert Stenbock Meijerfeldt heftig over een zinloze achtervolging van een Deens dragonderregiment. Hij ziet hem nog zozeer als zijn vijand, dat hij hem zelfs de hierdoor veroorzaakte ontsnapping van de Deense hoofdmacht aan capitulatie aanwrijft. (1) Naar aanleiding van de overwinning wordt het volgende Zweedse versje gemaakt en ondermeer Meijerfeldt’s deelname aan het krijgsberaad wordt genoemd: (2)

Då Tolffte CARL i Swerie Rår/
Nytt folck i Fält med Stenbock går/
En Meyerfelt för Krigs=Råd står/
Och Burensckiöld gie bräck förmår;
Gifs Danske Fredrichs Hiärta Sår;
Then Gudi geckar/Straff han får.
Thet ses af Sinne=Bilden wår.
Da Schwedens zwölfften Carl regiert /
Graf Stenbock neues Volck anführt /
Und Meyerfeld den Kriegs-Rath ziert /
Auch Burenschild die Macht turbirt;
Ward Dännmarcks Friedrichs Hertz gerührt;
Gott straft den doch Der Ihr vexirt.
Diesz Denckbild hats klar praesentirt.

Lijfland verloren

Baron Meijerfeldt behoort tot de Koninklijke Senaat, die optreedt als zaakwaarnemer voor de koning. Tot zijn werkzaamheden behoort ondermeer het organiseren van de verdediging van Lijfland. Op 22 oktober 1709 was Sherementev met 30.000 man op de linkeroever van Duna gearriveerd en korte tijd later was ook de tsaar gekomen om de eerste mortieren af te schieten. De eerste vallen nog in het water, maar de uiteindelijk 8.000 bommen die de maanden daarna worden afgeschoten richten veel schade aan.

Vanaf 24 november 1709 wordt het beleg geslagen om de stad Riga. Het garnizoen van 4.500 man houdt 8 maanden stand, maar de honger en de pest halveert de bevolking. Onder de doden bevindt zich Jakob Johan Meijerfeldt, het kind van de in Poltava omgekomen Carl Fredrik Meijerfeldt. Hij wordt begraven in de kerk van Festen (Vestina) of Oberpahlen. (3)

Ondanks de vurige pleidooien van Meijerfeldt is Stenbock niet bereid meer troepen voor de verdediging van Lijfland af te staan. Daardoor is er geen andere weg voor het garnizoen van Riga dan zich op 10 juli 1710 over te geven. De capitulatievoorwaarden die de tsaar aan Sherementev meegeeft zijn uiterst gunstig voor de burgerij van Riga en voor de adel van Lijfland. Uit de boeken van de door de Moskovieten belegerde stad Riga blijkt de weduwe Meijerfeldt met 7 personen in de stad te zijn. (4) Met de weduwe kan zowel op Anna Catharina Meijerfeldt-Wolff als Anna Christina Meijerfeldt-Hastfer worden gedoeld. Hoewel de Duits-Baltische adel de door de Zweedse koning gereduceerde landgoederen terugkrijgt en het Duitse zelfbestuur wordt hervat, steken beide vrouwen naar Stockholm over.

Een week later bevalt Anna Maria Törnflycht in Stockholm van een dochter Carolina Meijerfeldt. Het kind wordt op 16 juli in de Nicolaikerk gedoopt en leeft maar kort. Het overlijdt al op 24 juli en wordt twee dagen later opgebaard in de Nikolaikerk. Op 28 juli 1710 wordt het in de Jakobkerk in Stockholm begraven. Hoogstwaarschijnlijk is de baby net als haar neefje Jakob Johan slachtoffer van de pestepidemie, die op dat moment ook in Zweden heerst en ondermeer aan eenderde deel van de bevolking van Stockholm het leven kost.

In dat jaar wordt Johan August bevorderd tot luitenant-generaal, oppercommandant van Stettin (Sczeczin) en kolonel van de Stettinse landmilitie, die op orders van Karel XII naar een regiment van 1000 man infanterie moet groeien.

Reis naar Konstantinopel

In december 1710 vertrek Meijerfeldt per wagen voor een lange reis. Over Wenen gaat hij terug naar Bender. Hij heeft een groot bedrag bij zich.

Oprechte Haarlemsche Courant 20-02-1711

‘s-Gravenhaegsche Courant, 20 februari 1711, voorpagina

Hoewel het thuisfront onder leiding van zijn zwager graaf Horn liever een vredesverdrag met Rusland ziet, heeft Karel XII om dit bedrag gevraagd om soldij van huursoldaten te betalen, niet alleen het achterstallige maar ook het toekomstige. Deze soldaten zouden naar de wens van Karel XII samen met de Turken tegen de Moskovieten moeten vechten.

Om de Groot-Vizier tot een dergelijk avontuur over te halen, zendt hij Johan August al op 18 januari 1711 als diplomaat door naar Konstantinopel. Daar wacht hem een vriendelijke ontvangst. Hij kan de Groot-Vizier onthullen, dat een Zweeds leger van 30.000 man op het punt staat Polen binnen te vallen. Het gesprek resulteert in Turkse steun aan de vernietiging van het Russische imperium. Bovendien onderhandelt Meijerfeldt met diplomaten van andere Europese grootmachten; hij heeft ondermeer een urenlang gesprek met de Engelse ambassadeur Sutton. (5)

Van Konstantinopel vertrekt Meijerfeldt niet terug naar de koning, maar via Italië naar Zweden, onder andere met een brief van de koning voor zijn zuster Ulrike Eleonore, en een brief aan de Raad om hem na 6 jaar eindelijk zijn loon uit te betalen. Om zijn reisdoel geheim te houden, laat hij rondvertellen dat hij naar Bender terugkeert. Gesuggereerd wordt dat de keurvorst van Hannover had verordeneerd hem dood of levend gevangen te nemen. (6) Bij zijn aankomst in Zweden begin juli 1711 blijkt ook dat het pakketje papieren van de koning zijn benoeming tot vice-gouverneur van Pommeren inhoudt, naast de oude gouverneur-generaal Mellin. Dat jaar wordt hij generaal van de infanterie, hoewel zijn militie nog maar op halve sterkte is.

Inmiddels was de Turks-Russische Oorlog (1711-1712) ontbrand, die eindigde in een zware nederlaag voor tsaar Peter de Grote. Zeer tot ongenoegen van Karel XII worden de Moskovieten niet tot de overgave gedwongen en worden er geen vredesvoorwaarden gesteld. De Zweedse koning haalt zich in zo’n mate de Turkse gram op het lijf, dat het bondgenootschap wordt beëindigd en hij zelf op gewelddadige wijze gevangen wordt gezet.

 

 

1. Carlson (1910), pag. N132, noot 880.
2. Kungliga Biblioteket, Svenska Samling, Vitt. Sv. Ex B vers Kgl. Carl XII Br. 1700-1829 FOL 1710. [DZ/KS/1]
3. Latvijas Valsts Vestures Arhivs (Lets Histo­risch Staatsarchief), Bestand 4011: Perso­nen in Riga und im Balti­cum, Register II, Akte 3752. [CH/236c]
4. C. Schirren, “Die recesse der livländischen Landtage 1681-1711”, Dorpat 1865, pag. 305 en 329.
5. Villius (1960), pag. 148-149. Carlson (1894), pag. 108 en 112. Nordberg II, pag. 471. Tengberg (1953), pag. 106 noot 35.
6. S. Agrell, “Dagbok”, KKD V, Lund 1909, pag. 206. De uitgever van dit dagboek tekent hierbij aan dat deze suggestie onjuist is, omdat Hannover niet in een openlijk conflict met Zweden stond.