2.5.6. Wederopbouw

Als de Tweede Wereldoorlog in 1945 ten einde is start de periode van wederopbouw, hoewel er ook de nodige sterfgevallen te betreuren zijn.

Carl (van Leusden) verhuist met gezin van Voorburg naar Den Haag aan de Citroenstraat 48. Zus To komt daar ook wonen.

Een jaar later volgt Anna; zij gaat weer werken bij dr. Den Hoed, die in 1940 in Rotterdam directeur was geworden van het Radiotherapeutisch Instituut. Anna werkt en woont in het instituut. Volgens familieverhalen hoopt zij op een leven met dr. Den Hoed, maar dat is moeilijk te rijmen met het feit dat hij negen jaar jonger is en dat hij in 1945 trouwt met een ander lid van het kleine team, de radiologe Sytske Sytsema. In 1950 overlijdt Den Hoed aan een tweede hartinfarct, maar zijn naam leeft nog altijd voort in de kliniek en als beroemde Rotterdammer.

Na de Tweede Wereldoorlog opent Willem een winkel aan de Bilderdijkstraat 212 met zijn zwager met de naam Von Meijenfeldt & Lagendijk “In Koffij, Thee, Enz”. Volgens de registers overlijdt Willem in 1948 en zou Annie in 1951 zijn gescheiden, wellicht bij een tweede huwelijk. Zij blijft in Amsterdam wonen.

Op het Prinses Beatrix Lyceum in Glion komen in 1947 kinderen uit Jappen­kampen op Java en Sumatra om hun clandes­tiene onder­wijs af te ma­ken. Voor hen wordt een Indi­sche Afdeling opgericht. Daarna ko­men weer steeds meer astmapatiënten. In 1948 wordt Govert er internaatsleider over 60 kinderen, nadat zijn voor­ganger al na drie dagen is weggepest.

Ik moest de volgende ochtend de lei­ding van dit opstandige internaat van 60 jongens tussen 16 en 20 jaar overne­men. Ik heb toen mijn ideeën van inter­ne demo­kratisering in praktijk ge­bracht. Dat had soms een goed resul­taat, maar soms leek alles voor niets. Ik herinner me een zeer onaangenaam inci­dent, dat in positieve zin werd opgelost, doordat de gemeen­schap zich vrijwillig een kollek­tieve straf opleg­de. Het was al­tijd een hache­lijke on­derneming een stel Ne­derlandse jongeren op te voeden in een land, dat een heel ander gevoel voor humor had dan wij. (3)

Voor ouders verzorgt Govert een cursus Zweeds, is regisseur van alle toneel­voorstellingen en doet veel aan sport met de leerlingen: berg­toch­ten, paardrijden en skiën tot de ‘zilve­ren test’.

Carl (van Leusden) sterft in 1949 in Den Haag. Bij zijn weduwe Marie had hij geen kinderen. De bijnaam van Carl is “Het Pastoortje”. Op de huwelijksfoto blijkt wel enigszins waarom.

Het Prinses Beatrix Lyceum in Zwitserland wordt in 1950 voor de tweede keer geconfronteerd met stopzetting van de subsidie uit Nederland. Govert is dan net tot conrector benoemd. Het docentencorps besluit zich er bij neer te leggen en de school wordt gesloten. Govert aanvaardt een functie als conrector in Heerlen aan het Grotius College en gaat aan het Tempsplein 25 wonen.

In 1952 trouwt Govert met de administratrice van die school, Elly Woldringh. Zij gaan aan de Kemmerlingstraat wonen. In 1954 kan Govert aan die school rector worden, maar kiest voor een gelijke functie in Amers­foort. Op zijn voor­stel wordt het Christelijk Lyceum gedoopt tot Corderius Lyceum, later Col­lege. Aan deze school is hij bijna 20 jaar rector, in welke periode het leerlingtal groeit van een kleine 100 naar 2000. Aanvankelijk woont het gezin aan de Pasteurstraat, maar betrekt in 1958 een nieuwbouwhuis aan de Daam Fockemalaan.

Anna, To en een vriendin besluiten samen in Zeist te gaan wonen. Daar overlijdt Anna in 1953 op 63-jarige leeftijd aan darmkanker, doordat zij jarenlang zonder stralenbescherming werkte. Haar bijnaam was “Tante Bokkie”, waar allerlei uitleg voor denkbaar is. To verhuist dat jaar naar Rijswijk, eerst op de Geestbrugweg en kort daarop de dr. Poelslaan.

Frits (de Haas) verhuist in 1953 naar de Herman Heijermansweg 5hs, in 1956 naar de Tromplaan 4 in Hilversum, een jaar later daar naar de ’s-Gravenlandseweg 132, vervolgens 1959 in Bilthoven aan de Sweelincklaan 94.

Louise Westerhoff, de weduwe van Roelof, verhuist in 1956 naar Luikestraat in Scheveningen.

In 1959 overlijdt Jan (van Leusden) op 73-jarige leeftijd in Amsterdam. Zijn weduwe en twee dochter blijven op de Rijnstraat wonen.

In 1960 overlijdt Willy Minderaa, de echtgenote van Carl (Augustijn), op 60-jarige leeftijd in Alkmaar.