2.5.4. Crisisjaren

De jaren dertig van de twintigste eeuw worden gezien als de crisisjaren: de instorting van de aandelenbeurzen, economische krimp en massale werkloosheid. Naar het zich laat aanzien wordt de familie Von Meijenfeldt niet heel zwaar door de recessie getroffen, wellicht omdat de meeste van hen niet-economische banen hebben.

Eerst volgt nog een huwelijk. Carl (van Leusden) trouwt in 1930 met Marie van der Straaten, aanvankelijk in Voorburg, een half jaar later in Dordrecht. Zij is daar ook in 1890 geboren. Marie is een dochter uit een slagersfamilie. Als kind moest zij vanaf 12 uur ’s nachts schoonmaakarbeid verrichten in de slagerij van haar vader. Hoewel zij 40 jaar oud is, kost het haar grote moeite uit het ouderlijk huis weg te komen.

Bets en Lien, de jongste jongste dochters van Frits en Engeltje de Koe, gaan dat jaar bij elkaar wonen aan de Pieter van der Doesstraat in Amsterdam.

Cato van der Tas-von Meijenfeldt
Cato van der Tas-von Meijenfeldt

In 1930 overlijdt Cato op 74-jarige leeftijd in Leiderdorp.

Ook in 1930 overlijdt Engeltje de Koe, de weduwe van Frits, op 67-jarige leeftijd aan suikerziekte.

In Bergen-op-Zooms kostuum Carl, Willy, Hendrik, Anna, Govert (staand), Ankie en Ella
In Bergen-op-Zooms kostuum Carl, Willy, Hendrik, Anna, Govert (staand), Willie en Ella

In 1931 overlijdt Hendrik en wordt ter aarde besteld op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam. Weduwe Anna Augustijn gaat aan de Rijksstraatweg in Heiloo wonen, niet al te ver van haar zoon Carl. Haar dochter Ella en zoon Govert verhuizen mee. De eerste volgt een opleiding Schoevers, de tweede klassieke talen.

Anna, de dochter van Evert en Jo van Leusden, komt van Zwijndrecht naar Amsterdam. Daar wordt zij verpleegkundige bij de afdeling radiotherapie van Daniël den Hoed, die in het Anthonie van Leeuwenhoekziekenhuis pionierswerk verricht met bestraling van kanker. Anna woont aan de Leidschegracht.

 Haar zus To trouwt in 1932 met Pieter van Wigcheren. Hij is beroepsmilitair en was in de Eerste Wereldoorlog net als Carl eerste luitenant. Hij was twee keer eerder gehuwd geweest en had drie kinderen uit het tweede huwelijk. Pas na het huwelijk komt To er achter dat hij acht jaar ouder is dan zij. Zij wonen in Wassenaar aan het Burchtplein en daarna in Rijswijk aan de Willemstraat.

Roelof overlijdt in 1935 al op 44-jarige leeftijd in Rotterdam.

Govert behaalt dat jaar cum laude zijn doctoraalexamen cum laude. Tijdens zijn studie bekleedt Govert menige bestuursfunc­tie in de ora­tori­sche vereniging Forum en regisseert de to­neelvoorstellingen. Hij is thuis streng opgevoed:

Zwemmen bijvoorbeeld kan hij niet: vroeger mocht je niet zwem­men. Mis­schien dat hij daarom nu wat soepe­ler is, om­dat hij zelf zo streng is opge­voed. Je ging vroeger ook niet naar een toneel­stuk. Soms kwam er een oude oom op bezoek en die nam ze dan stiekem mee naar een toneelstuk, maar van zijn ou­ders mocht dat niet. En dat terwijl hij er dol op is.

Govert wordt enige tijd gas­ruiker bij het gemeentelijke gasbe­drijf. In die ja­ren doet hij aan familie-onderzoek en leert hij Zweeds. Hij vertaalt twee boeken van het Zweeds in het Nederlands: “Orjan van Boda” van Albin Widén en “Het huis bij Solvi­ken” van Paul Michael Ingel. (2) Hij probeert docent te worden en dat lukt enkele keren op tijdelijke basis op zijn oude school, het Gerefor­meerd Gymnasium, en op het Nieuwe Ly­ceum in Hilver­sum (inval voor de gemobili­seer­de docent Reitsma, een stu­die­genoot en later zijn conrector in Amersfoort).

Carl (de Haas) gaat in 1936 aan de Weteringschans in Amsterdam wonen en daarna aan de Noorder Amstellaan.

In Voorburg in 1937 overlijdt Jo van Leusden, de weduwe van Evert.  Zij is 84 jaar oud. Van haar zijn vier kinderen in leven: van links naar rechts op onderstaande foto: Anne, Jan, To en Carl.

Jo van Leusden Anna, Jan, To en Carl von Meijenfeldt

Willem huwt in 1937 Annie Lagendijk. Zij is ook winkelierster en bijna 10 jaar jonger. Ze is geboren in Vlaardingen en met haar ouders naar Alkmaar getrokken, waar de trouwerij plaatsvindt. Haar moeder is vier jaar vóór het huwelijk overleden. Er komen geen kinderen, vermoedelijk omdat Annie bij het huwelijk al 40 jaar oud is.

Bets trouwt in 1938 met de weduwnaar Uno Wijsma. Zij gaan aan de Admiraal de Ruyterweg in Amsterdam wonen, schuin tegenover de voormalige woning van broer Evert (de Koe). Zus Lien verhuist naar het Roelof Hartplein.

Louise Westerhof, de weduwe van Roelof, verhuist in 1939 naar het Van Halewijnplein in Voorburg.

In 1939 vertrekken Ella en Govert naar het buitenland. Ella wordt gouvernante in Londen. Govert wordt leraar aan het Prinses Beatrix Lyceum in Flims-Waldhaus, Zwitserland. In dit net opge­rich­te lyceum komt hij al vroeg in aanra­king met vernieu­wingen in het onder­wijs en geeft noodge­dwongen les in alle vak­ken. Het is een bijzonde­re school met eindexamenrechten voor kinderen (meestal van gegoe­de ouders) die vanwege hun gezond­heid naar Zwitserland moesten of daar­door niet met hun ouders naar de tro­pen konden.

Dit hangt ongetwijfeld samen met het feit dat hun moeder Anna Augustijn zomer 1939 overlijdt en wordt bijgezet op de Gemeente Begraafplaats Alkmaar. Met haar zijn er geen geboren of aangetrouwde derde generatie leden van de familie Von Meijenfeldt meer in leven. Gelet op alle onderlinge briefwisselingen en rouwadvertenties is er in de derde generatie nog echt sprake van één familie waarvan alle leden contact met elkaar hebben. In de vierde generatie verwatert dat.