2.5.1. Eerste Wereldoorlog

Van de kinderen van weduwe Jo van Leusden wordt Carl beroepsmilitair en blijft Jan werken in haar kruidenierszaak. Nel heeft zo’n nauwe band met haar vroeg overleden vader gehad, dat zij wegkwijnt, verpleegd moet worden in het gesticht Vredelust in Bergen op Zoom en tenslotte opgenomen moet worden in de Meerenberg kliniek in Bloemendaal. Zij overlijdt in 1911 op 23-jarige leeftijd. Anna volgt in Zwijndrecht een opleiding tot verpleegkundige en wordt daar wijkverpleegkundige. To gaat in Leiderdorp inwonen bij de familie De Bruijne-van der Tas, de dochter en schoonzoon van tante Cato van der Tas-von Meijenfeldt. Later wordt zij gezelschapsdame in Goor (25 kilometer ten westen van Hengelo).

Carl Frederik overlijdt in 1911 op 60-jarige leeftijd na een langdurige en pijnlijke ziekte. Zijn weduwe Margré de Haas overlijdt 4 jaar daarna. De kinderen zijn relatief jong: de jongste zoon Jan is dan 15 respectievelijk 19 jaar oud.

De horlogewinkel in de Spuistraat 268 sluit met het overlijden van Carl Frederik. De vier zoons moeten omzien naar andere huisvesting. Carl gaat in 1912 in Bloemendaal wonen, Willem gaat aan de Herengracht inwonen bij neef Jan van de Tas (één van de zonen van tante Cato), Frits verhuist naar de Tesselschadestraat en van Jan is het niet bekend.

Naatje Kennedij, de weduwe van Hendrik von Meijenfeldt, is de enige van de tweede generatie die in de twintigste eeuw leeft. Zij overlijdt in 1912 op 90-jarige leeftijd.

De dood van derde zoon Frits in 1913 op 60-jarige leeftijd komt onverwacht. Weduwe Engeltje de Koe heeft nog 4 kinderen jonger dan 18 jaar thuis wonen, maar ontmoet geen sociaal meelevende werkgever zoals Jo van Leusden. Zij vraagt een verhoogd pensioen aan en de Pensioenraad kent haar 735 gulden weduwepensioen en 588 gulden wezenpensioen toe. Tegen dat laatste bedrag stelt zij Kroonberoep in om het op 735 gulden te brengen, maar bij Koninklijk Besluit wordt dat verworpen, hetgeen zelfs tot een mededeling op de voorpagina van het Algemeen Handelsblad leidt. (2)

Engeltje de Koe, Bets, Henk, Lien en Jan von Meijenfeldt
Engeltje de Koe,
Bets, Henk, Lien en Jan von Meijenfeldt

Enny, de dochter van Frits en Engeltje de Koe, trouwt in 1914 met Gerrit van der Bend. De familie Van der Bend kwam uit Zwolle. Vader Willem was banketbakker en een een zaak in de Quellijnstraat in Amsterdam begonnen. Daarna startte hij een koekfabriek aan de Albert Cuypstraat. Zoon Gerrit nam de fabriek over. Het echtpaar verhuist enkele keren in Amsterdam en krijgt zeven kinderen.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog moet Carl (van Leusden) als eerste luitenant de Nederlandse ‘neutraliteit’ helpen bewaken in Eijsden, waar Duitsland en België dicht bij elkaar liggen. In 1916 verhuist hij samen met broer Jan naar Amsterdam. Zij wonen aan de Overtoom.

Carl (de Haas) keert in 1916 terug van Bloemendaal naar Amsterdam en gaat met zijn broer Willem aan de Nassaukade wonen. Willem is vanaf 1919 kruidenier. Hun broer Frits treedt bij de oprichting in 1917 in dienst bij Pierson& Co. Deze bank handelt in bonds en aandelen in spoorwegmaatschappijen in de Verenigde Staten. Hij is arbitrageant, dat wil zeggen dat hij zich bezighoudt met transacties met het doel voordeel te trekken uit een prijsverschil op hetzelfde ogenblik tussen verschillende markten voor goederen, valuta’s, effecten en wissels. Van broer Jan is opnieuw weinig bekend, maar hoogstwaarschijnlijk woont en werkt hij al geruime tijd in Nederlands-Indië.

Jan, de vierde zoon van Carl, overlijdt in 1918. Hij is ongehuwd en kinderloos.

Dochter Cato zorgt er achter de schermen voor dat het bedrijf “De Hand naar Leiden” na het overlijden van haar man in 1908 goed wordt voortgezet. Haar oudste zoon Leendert Carl van der Tas geeft er bekwaam leiding aan. In 1918 wordt Jan (van Leusden) bedrijfsleider. Hij verhuist met zijn broer Carl drie keer: Prinsengracht, Jacob van Campenstraat en Bilderdijkkade. Kort daarop overlijdt Leendert van der Tas al op 43-jarige leeftijd In 1919 vertrekt Jan al weer als bedrijfsleider en wordt vertegenwoordiger voor allerlei levensmiddelen, onder andere Klokzeep. oorzaak is dat de broers Pieter Cornelis en Jan van der Tas de zaak overnemen. Omdat de eerste een beetje een avonturier is en de tweede niet bekwaam genoeg blijkt, blijft er van de eens zo bloeiende zaak niets meer over.

Evert (de Koe) is kassier en administrateur van de Lettergieterij aan de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Hij trouwt in 1918 in Amsterdam met Maria van der Bend, de zus van Gerrit van der Bend en de nicht van Maria van Apeldoorn. Zij gaan wonen aan de Admiraal de Ruyterweg. Evert is lid van de Gereformeerde Kerkeraad Am­sterdam-West en be­stuurslid van de Admiraal de Ruyter­school, hoewel het echtpaar geen kinderen krijgt.

Broer Roelof is architect geworden. Hij trouwt 1918 in Dordrecht met Louise Westerhoff. Haar moeder is de jongste zus van Jo van Leusden – de echtgenote van Evert von Meijenfeldt – , die nog tot 1920 in Dordrecht woont. Het bruidspaar gaat wonen aan de Dubbeldweg, maar nog in datzelfde jaar trekken zij in een houten keet aan de Oude Gracht in Utrecht, waar Roelof de Jaarbeurs gaat neerzetten. Na twee jaar vertrekken zij samen met hun eerste kind naar Rotterdam om aan de Bree te gaan wonen. Hij wordt daar voorzitter van de AR-kies­ver­eni­ging “Ne­der­land en Oranje XIV” Rot­terdam-Zuid en commandant van de Burgerwacht Rotterdam-Zuid.