1.5. Terugtrekking van het continent

Johan August Meijerfeldt doet bij zijn aankomst in Bender niet alleen verslag van de capitulatie door Lewenhaupt, maar overhandigt Karel XII ook een brief van Piper, waarin de vredesvoorwaarden van tsaar Peter de Grote staan vermeld. Karel XII wenst daar niet op in te gaan en besluit alle middelen aan te wenden om de Zweedse macht te herstellen.

De andere vijanden pakken na het bekend worden van de vernietiging van het Zweedse leger de wapenen weer op. Augustus herstelt zijn koningschap in Polen en Denemarken wil zich over Holstein-Gottorp en Bremen-Verden ontfermen. Zij sluiten met Peter de Grote de Noordelijke Alliantie. Ook Pruisen en Hannover-Engeland ruiken hun kans te profiteren van het uiteenvallende rijk en nemen een meer vijandige – maar nog steeds neutrale – houding ten opzichte van Zweden aan.

Johan August krijgt van zijn koning de bijzonder belangrijke opdracht om naar Zweden te reizen met mondelinge en schriftelijke bevelen. Omdat de zuidelijke streken slecht voor zijn gezondheid zijn pakt hij de opdracht dankbaar aan. Zijn bagage was vanuit het Moskovische kamp via Kiev en Polen naar Pruisen gestuurd. Hij heeft nog wel getracht zijn goederen te achterhalen, echter tevergeefs, want in Polen waren ze geplunderd.