1.5.8. Een nieuwe opdracht

Om zijn macht te herstelling gaan de eerste gedachte van de Zweedse koning Karel XII uit naar terugreizen naar Polen om zich te verenigen met Stanislaus en de resterende Zweedse troepen onder Krassow. Hoewel de Ottomaanse grootvizier (premier) hem royale gastvrijheid biedt, wil hij neutraal blijven. Daarom ontwijkt hij het verzoek om een Turkse escorte om dit plan te realiseren. (1)

Frankrijk en Engeland-Nederland bieden Karel XII transport aan om terug te keren naar Zweden. Hun gedachte is de machtsbalans in de Oostzee te bewaren en hun handen vrij te houden voor hun onderlinge oorlogen. Het is een komen en gaan van diplomaten. Karel XII wijst alle voorstellen af. Hij wil de Ottomaanse Sultan tegen de Russische Tsaar opzetten, en dat denkt hij beter in de regio dan vanuit het verre Stockholm of Stralsund te kunnen doen. Een thuiskomst als verliezer is bovendien weinig aantrekkelijk.

De andere vijanden pakken na het bekend worden van de vernietiging van het Zweedse leger de wapenen weer op. Augustus herstelt zelf zijn koningschap in Polen en Denemarken wil zich over Holstein-Gottorp en Bremen-Verden ontfermen. Zij blazen met Peter de Grote de Noordelijke Alliantie nieuw leven in. Ook Pruisen en Hannover-Engeland ruiken hun kans te profiteren van het uiteenvallende rijk en nemen een meer vijandige – maar nog steeds neutrale – houding ten opzichte van Zweden aan.

Voor Meijerfeldt betekent deze hogere politiek dat Karel XII hem de bijzonder belangrijke opdracht geeft om direct naar Stockholm te reizen. (2)

Dese reyse was niet alleen hoog noodig, om des Konings beveelen, soo wel schriftelyk als mondeling, over te brengen, maar den gemelden Generaal ook seer aangenaam, dewyl hy zich in dese Gewesten vry onpasselyk bevondt, en op spoediger herstelling in Sweden hoopte. 

Meijerfeldt denkt tevens zijn bagage die vanuit het Moskovische kamp via Kiev en Polen naar Pruisen was gestuurd te kunnen achterhalen. Tevergeefs, zal blijken, deze was in Polen al geplunderd.

De koning geeft Meijerfeldt een grote hoeveelheid brieven mee. Zijn zuster krijgt het overdreven geruststellende bericht dat het leger een toevallige tegenslag heeft gehad die spoedig te boven zal worden gekomen, net als zijn voetblessure. De legerleiding en de Rijksraad krijgen instructies hoe de oorlog voort te zetten. (3)

Op verzoek van de koning benadert Meijerfeldt op 9 augustus 1709 de Slowaakse superintendent bisschop Daniël Krman. Deze had zich met landgenoot Samuel Pohorszky en vertaler Samuel Hermsohn een half jaar eerder in Mogilev bij Karel XII gevoegd. Meijerfeldt  doet hem nu het aanbod mee te reizen naar diens vaderland, met onkostenvergoeding. Omdat de reis de dag daarop zal aanvangen, lopen zij samen naar de Turkse tent van  de koning. Nadat Meijerfeldt en de koning een voorbespreking van een uur hebben wordt Krman binnengeroepen. Karel XII vraagt hem in ruil voor dit vorstelijke aanbod Meijerfeldt te steunen om van de Hongaarste vorst Rákóczi de verzekering van een toekomstige vrije doortocht voor de Zweedse koning te verkrijgen.

Naast dit drietal maakt de reisprediker van prins Max, Johann Wendel Bardili, zich op om mee te gaan, teneinde naar diens vaderland Württemberg te gaan. Krman noemt hem de secretaris van Meijerfeldt en het zou kunnen dat dit voor de reis zo is afgesproken. De hofkapelaan Peter Rydell met zijn bediende vervolmaakt het theologengezelschap. Krman en Bardili houden een reisverslag bij. (4)

Reisverslag Krman Reisverslag Bardili
171?. Geschreven in Latijn, handschrift bewaard in Weense Hofbibliotheek. 1715. Geschreven in Duits – volgens sommigen door Meijerfeldt zelf – en gepubliceerd in Stralsund (illustratie).
1894. Gepubliceerd met titel “Historia ablegationis Dni superintendentis Danielis Krmann et Dni Samuelis Pohorszky ad regem Sueciæ Carolum XII” in “Monumenta Hungariæ historica”, deel 23, nr. 486. 1721. Geparafraseerd in Nederlands door Le Long, deel 4, pag. 648-657.
1922. Beiden reisverslagen geparafraseerd en becommentarieerd in Hongaars door Ballagi. 
1931 en 1934. Ballagi vertaald in Duits door Beck met voetnoten in Zweeds.
1969. Vertaald uit Latijn (in bijlage pag. 305-509) in Slowaaks met titel “Cestovny denník z rokov 1708-1709” met veel voetnoten door Viktory (illustratie), 
 

Over de samenstelling van de groep, de data van de reis en de (spelling van de) plaatsnamen zijn de twee verslagleggers en hun vertalers het vaak niet eens, maar voor dit verhaal niet relevant genoeg. In het reisgezelschap  bevinden zich naast de al genoemde personen de volgende militairen: Christian Bennet (gardekapitein), Fridrich Arnhiel (ritmeester regiment Örnstedt), Robert Gustaf Frahser (kapitein dragonderregiment), Peterson (kapitein dragonderregiment Hjelm), Karol Piper (kapitein infanterieregiment Västmanslän), Johan de Gerten (kolonel  infanterieregiment Småland), Jacob Wallrave (Koninklijke gardist), Kristian Oxhufvud (idem) en Johan Schultz (generaal-adjudant). Verder reizen mee de secretarissen Johan Löwenheim (oberauditor), Aron Holm (auditor regiment Småland) en Friedrich Würzberg (assistent prins Max). Tenslotte gaan mee tot aan de Hongaarse grens een Turkse aga (kapitein) om onderweg al dan niet met geweld verse paarden en voedsel te regelen, diens Joodse tolk en 22 Moldaviërs. Ieder lid van de groep rijdt te paard met de bagage achterop en is in het bezit van de nodige passen van het Ottomaanse hof en de Zweedse koning.

 

1. C. Coroban, “British reactions to Charles XII’s stay in the Ottoman Empire”, paper presented at Second International Conference of the Romanian Association for Baltic and Nordic Studies: Black Sea and Baltic Sea Regions: Confluences, influences and crosscurrents in the modern and contemporary ages, at Târgovişte, May 20-22, 2011. printed in Revista Română de Studii Baltice şi Nordice, Vol. 3, Issue 1, 2011, pag. 29-63.
2. I. Le Long, “Het leven van den heldhaften Carel den XIIden, Koning der Sweden”, Amsterdam 1721, deel 4, pag. 637-638.
3. E. Carlson, “Koning Karl XII:s egenhändiga bref”, Stockholm 1893, pag. 337 e.v.
4. D. Krman, “Itinerarium”, Budapest 1894, vert. G. Viktory, “Cestovny Dennik z rokóv 1708-1709”, Bratislava 1969. J.W. Bardili, “Schwedische Reiβ-Beschreibung von Pultawa nach Bender / Und durch die Wallachey und Moldau nach Teutschland”, Stralsund 1715, pag. 71-99,  Beide reisverslagen worden gebruikt en vergeleken door A. Ballagi, “XII. Károly és a svédek átvonulása Magyarországon 1709-1715”, Budapest 1922, vertaald in Duits door Edm. Beck, “Zur Geschichte der Heimkehr Karls XII. und des Schwedischen Heeres durch Ungarn”, KFÅ 1931, pag. 180-198.