1.4.2. In Moskovische gevangenschap

Johan August trekt met zijn regiment naar Schuki, daarna naar Petrovka en tenslotte naar Novyje Senzary. De levensmiddelen raken op. Johan August betaalt voor een kruikje brandewijn 12 Taler. Zijn regiment is met 1.000 man het sterkste van het gehele Zweedse leger. Vanaf 4 uur in de ochtend tot aan het middaguur van 28 juni 1709 woedt dan eindelijk de grote veldslag, bij de vesting Poltava. Afgezien van de zwakte van haar manschappen moet het Zweedse leger het stellen zonder de bezielende leiding van de koning. Deze ligt met zware koorts in het kamp van Johan August; een vijandelijke kogel heeft zijn voet enkele dagen daarvoor ernstig verwond.

image

Rehnskiöld’s vleugel in de Slag bij Poltava

In de bewuste nacht begeven de koning en de generaal-majoor zich desondanks naar het strijdtoneel en nemen actief deel aan de strijd. De koning wordt op een draagbaar vervoerd en Johan August moet zich nog steeds te paard laten hijsen. De laatste strijdt onder Rehnskiöld in de voorste linies op de linkerflank tegen de cavalerie van Mensjikov. Op de rechterflank vecht zijn oudere broer Carl Fredrik als één van de 7 bataljonscommandanten onder generaal-majoor Roos. Deze verliest veel tijd en manschappen in een zinloze bestorming van de sterkste veldschans van de Russen, raakt het contact met de Zweedse hoofdmacht kwijt en raakt tenslotte ingesloten. Snel wordt een defensief carré gevormd. In een oorverdovend vuurgevecht worden zij grotendeels uitgeschakeld. Alle commandanten – dus ook Carl Fredrik – vinden hier de dood. Johan August noemt in zijn memoires in het bijzonder het Österbottenbataljon onder “Oberst Maijerfeldt” en bij de gesneuvelden op 29 juni 1709 noemt hij “Obristl: Meyerfeldt” (1). Roos ontkomt met een groep, maar geeft zich korte tijd later onder gunstige voorwaarden over. Hij is de enige die dat in de slag doet en dat komt hem – vóór de capitulatie – op hoon van zijn mede-officieren te staan.

image

Beslissende gevechten in de Slag bij Poltava

Johan August is door het Russische kanonvuur op de linkerflank opnieuw gewond geraakt en wordt terug bij de bagagetrein in Pushkaryovka aan zijn verwonding geholpen. Ook de koning besluit terug te keren en er wordt rondom hem een levend fort gevormd. De eveneens gewonde Carl Hård is daarvandaan vooruit gereden en na behandeling gaat hij met Meijerfeldt in diens kales – een vierwielige koets met lage bak – de koning afhalen. Zodra ze in het zicht komen zegt de koning “Help me van mijn paard af naar hen daar in de wagen”. Geholpen door zijn verzorger Hultman hinkt hij er naar toe en samen namen zij plaats. De wagen rijdt in grote vaart in de stoffige hitte om 1 uur in de middag weg naar de bagagetrein, waar de koning vanuit de kales nog vele uren generale staf zal houden. (2)

Deze slag bij Poltava gaat de geschiedenis in als het keerpunt van de Zweedse suprematie in Noord-Europa. De Zweedse legers worden verpletterend verslagen; van hele regimenten blijft geen man in leven. Eindelijk acht de koning van Zweden de tijd rijp om onderhandelingen met de tsaar te openen. Daartoe geeft hij generaal Meijerfeldt opdracht stante pede naar het hoofdkwartier van de Moskovieten te rijden. Hiermee veroorzaakt hij meer moeilijkheden voor zijn trouwe officier dan hij ooit had kunnen vermoeden.

De opdracht aan Johan August luidt te informeren of graaf Piper nog in leven is en zo ja, te bewerkstelligen dat de graaf voor vier uren op erewoord – onder gijzeling van de generaal-majoor – naar de koning zou mogen gaan voor overleg. Indien dit niet zou worden toegestaan, dan zou Meijerfeldt aan Piper volmacht moeten geven in overleg te treden met de Moskovische minister van buitenlandse zaken Golovkin. Inzet van dat overleg zou moeten zijn een enkele weken daarvoor door de tsaar gedaan vredesaanbod, inhoudende een uitwisseling van gevangenen en acceptatie van St. Petersburg als blijvend Russisch grondgebied. Mocht dit alles mislukken, dan zou Johan August nog diezelfde nacht naar Kobel’aki (ten zuiden van Novyje Senzary) rijden om zich bij de koning te voegen. (3)

Het is niet goed voor te stellen, dat Karel XII van deze missie enig succes verwacht. Achterliggende doelen zijn dan ook de Moskovi­sche achtervolging van het verslagen leger te stagneren en de op vrede beluste Piper van een ongunstige regeling te weerhouden. De koning wil intussen proberen steun te zoeken bij een andere vijand van de tsaar, de Groot-Vizier van Konstantinopel, het centrum van het machtige Ottomaanse Rijk. Er worden ook wel wat minder belangrijke redenen voor de missie van Johan August gegeven, zoals de regeling van de begrafenis van de Zweedse doden of het loskrijgen van een vrijgeleide naar Polen voor de koning. (4)

Met een trompetter en een groep Moskovische onderhandelaars begeeft de generaal zich om 7 uur in de ochtend van 29 juni op de weg terug naar Poltava. Al snel stuit hij op de achtervolgende Moskovische voorhoede. Zijn mededeling dat hij over vrede komt praten, heeft inderdaad tot gevolg dat hij aan Mensjikov wordt voorgeleid, de achtervolging wordt gestaakt en verdere orders van de tsaar worden afgewacht. De dag oponthoud die hierdoor ontstaat en de hierdoor veroorzaakte ontsnapping van de Zweedse koning wordt dan ook gezien als zijn verdienste.

Laat op die dag wordt hij voor tsaar Peter de Grote geleid. De vorst geeft hem toestemming met graaf Piper te overleggen, mits dat in het Duits plaatsvindt in tegenwoordigheid van Golovkin. Natuurlijk is de tsaar vertoornd als hij begrijpt dat Johan August met lege handen is gekomen. Hij wenst niet te worden gehouden aan zijn eerdere vredesaanbod en gelast de onmiddellijke voortzetting van de achtervolging op het restant van de Zweedse regimenten.
Waarschijnlijk geïrriteerd over deze Zweedse manoeuvre laat hij Meijerfeldt arresteren, vraagt hem zijn zwaard in te leveren, verklaart hem krijgsgevangen en legt beslag op al zijn bezittingen. Als reden geeft hij op, dat de generaal geen schriftelijke volmacht van Karel XII als onderhandelaar kan tonen en dat de Moskovische generaals bij Narva een zelfde behandeling hadden genoten. Het paspoort, dat hem kort daarvoor voor zijn gebroken been was verstrekt, wordt nu te oud en dus verlopen verklaard. (5) Ten onrechte wordt ook nog vermeld, dat hij wordt vastgehouden omdat zijn uitwisseling na de slag bij Kalisz van Zweedse kant niet was nagekomen. (6)

Johan August protesteert heftig tegen zijn arrestatie. Hij beroept zich op het oorlogsrecht, dat bescherming biedt aan onderhandelaars. Om te bewijzen dat hij als zodanig moet worden erkend roept hij de hulp in van de in het kamp aanwezige Duitse kanselarijsecretaris Von Siltmann, die getuige was geweest van de opdracht van Karel XII aan Meijerfeldt. Enig schriftelijk bewijs kon niet worden overgelegd, omdat de koninklijke kanselarij reeds van Novyje Senzary was vertrokken op het moment van de opdrachtverlening; verder was er niemand aanwezig geweest die een pen bij zich had. (7)

Voorts denkt Meijerfeldt er goed aan te doen te beklemtonen, dat hij niet met lege handen is gekomen. Daartoe voert hij aan, dat aan Zweedse zijde toch nog altijd 15.000 strijdbare mannen in het gevecht kunnen worden gebracht, waaronder zijn eigen nog intacte regiment. Geschrokken verdubbelt de tsaar de Moskovische achtervolgende macht. Volgens Mensjikov ligt het grotendeels aan deze verklaring van Meijerfeldt, dat de Moskovieten in staat zijn de Zweden te dwingen tot een complete capitulatie bij de plaats Perevolotjna (Perevolocnaja). Onder generaal Lewenhaupt wordt het gehele Zweedse leger, inclusief Meijerfeldts regiment, krijgsgevangen verklaard. Het grootste deel van de soldaten sterft in Moskovische ballingschap, die 12 jaar zou gaan duren. (8)

1. Villius (1951), pag. 262-266. P. Englund, “Poltava. Berättelsen om en armés undergång”, Stockholm 1988, blz. 131-133.
2. Englund, blz. 194 (noemt Johan August overigens ten onrechte een Fin). Voltaire, pag. 140 (heeft het over de met 12 paarden bespannen koets van graaf Piper). J. Bancks, “The History of the Life and Reign of the Czar Peter the Great, Emperor of All Russia, and Father of his Country”, London 1740, pag. 127 (heeft het over de met 12 paarden bespannen koets van Meijerfeldt).
3. S. Jägerskiöld, “Några aktstycken av David Natanael von Siltmanns hand rörande verksamheten vid Svenska armén 1708-1709”. KFÅ 1937, Stockholm 1937, pag. 173. Nordberg II, pag. 352-253. H. Carlsson, “Karl XII och kapitulationen vid Perevolotjna”, KFÅ 1940, pag. 147-148. Von Siltmann, pag. 331.
4. Åberg, pag. 89. Nordberg II, pag. 352-353, doet de laatste verklaring af met “Quelle Absurdité!’.
5. Adlerfeld (1730), pag. 89-90. Ranft, pag. 317.
6. Le Long IV, pag. 563. Bancks, pag. 127. B. Bergman, «Peter der Grosze als Mensch und Regent», Riga 1826, deel III, pag. 55, beweert dat de tsaar het misverstand doorziet en daarom Meijerfeldt kort daarop vrijlaat.
7. Carlsson, pag. 142.
8. E. Tengberg, “Meijerfelts mission efter Poltava”, HT (Historisk Tidskrift) 1952, pag. 272 noot 6.