2.3. Tweede generatie

Na het overlijden van de stamvader van de Nederlandse familie Von Meijenfeldt ontwikkelt de tweede generatie zich in allerlei richtingen.

De oudste dochter Wilhelmina Augusta was in 1827 al gehuwd met Arendt van Paddenburg in Amsterdam. Het gezin verhuist in 1831 van de Elandsgracht naar de Geertruijsteeg in Amsterdam.

De oudste zoon Jan wordt na zijn militaire loopbaan timmermansleerling en daarna timmerman in Rotterdam. Van hem is een Sinterklaasgedicht bewaard gebleven. (1)

Aan mijn lieve vrouw Keetje Kreber !!!
Ik had al een sterk verlangen,
Om een brief van U te ontvangen.
Per ongeluk ontving ik nu
Eenig letterschrift van U.
Maar ik dacht: dat is gelogen,
Nu ben ik eens regt bedrogen:
Is dit schrijven van mijn Kee!
Dat valt me in’t geheel niet mee.
Want ik zeg U lieve deren,
Gij moet beter spellen leeren;
Zulk een man van taal als ik!
Is met knoeijen niet in schik.
Daarbij komt nog, mij te kwellen;
Door een schelmdicht op te stellen,
Ook mijn naam verkeerd te schrijven;
Waart Gij hier! ‘k zou met U kijven!!

Op deze wijze gaat het gedicht nog vele coupletten door. Hoewel moeilijk leesbaar, lijkt Jan onderaan het gedicht te schrijven dat zijn doopnaam niet “Goehan” is.

Uit de aanhef van dit gedicht kan worden geconcludeerd dat Jan verloofd of getrouwd moet zijn geweest met deze Keetje Kreber. Daarvan blijkt niets uit de archieven, maar uit de familietraditie en -correspondentie is te halen dat het om Geertruijda Hillegonda Kreber gaat, geboren in Rotterdam op 17 november 1811 en in 1835 gehuwd met Jan Kloek, bij wie zij acht kinderen krijgt. (2)

N.2 Timmerman

Bericht van verhuizing. Rotterdamsche Courant, 4 mei 1844.

De tweede zoon Hendrik had zijn loopbaan bij de marine beëindigd, was in 1838 een opleiding tot rijksambtenaar begonnen en rondt dit in 1845 succesvol af. Hij wordt benoemd tot tijdelijk commies bij de Afdeling Directe Belastingen, In- en Uitgaande Regten en Accijnsen van het Departement van Financiën. Een maand later wordt zijn standplaats bepaald op Overschie. Hendrik trouwt die zomer met Naatje Kennedij. Zij is een 22-jarige geboren en getogen Amsterdamse, die haar ouders inmiddels verloren heeft. Haar oudere broer Willem Fredrik Kennedij is haar voogd en geeft toestemming voor het huwelijk. Tot de getuigen behoort Johan Adolf Engels, zwager van de bruid. (3)

De derde zoon Carl trouwt in 1845 met Petronella Wilhelmina Diederich. Zij was geboren in 1823 en gedoopt door de Hervormde dominee Van den Ham. Zij had bij dominee Fortmeijer in 1841 belijdenis gedaan. Carl had datzelfde in 1834 gedaan. Of deze dominee het contact gelegd heeft is niet bekend, maar hij zegent het bruidspaar wel in. De familie Diederich is uit Holzburg in Hessen afkomstig. De schoonvader van Carl heeft een tabakszaak en woont aan de Groenendaal, wijk M, nummer 389. Daar woont hij met zijn dochter en tweede vrouw Maria Elisabet Governeur. Carl trekt met zijn moeder, broer Jan en zus Nellie in dat huis.

De jongste zoon Frederik is in 1838 opgeklommen tot vierde stuurman en vertrekt op Zijne Majesteits Brik van Oorlog de “Panter” van Hellevoetsluis voor een grote tocht naar Oost-Indië. In 1841 wordt hij voor Batavia samen met zijn stuurmansleerling Strijp van boord gehaald en naar het Militair Hospitaal vervoerd. Daar overlijdt hij drie dagen later, 23 jaar oud. (4)

In 1846 wordt aan moeder Catharina Margaretha von Meijenfeldt-Pieploo een verklaring van armoede verleend, want zij verkeert

“in behoeftige omstandigheden en is niet in staat om eenige Proces- of Justitiekosten, zegel- of registratieregten of boeten te kunnen betalen” (5)

 

1. Familiearchief, Documenten Familie, N.2, nr. 41.
2. Isaac Antoni Kreber is de oudere broer van Keetje. Diens oudste zoon Pieter Kreber (1828-1902), timmerman en opzichter te Haarlem, trouwt in 1852
Cornelia Henderica Diederich, de schoonzus van Carl von Meijenfeldt, en is in 1874 getuige bij het huwelijk van Carl’s dochter Cato) [CG/38]. Een alternatief is Pieter’s jongere zus Geetruida Carolina Kreber (* Rotterdam 28-10-1833), die wellicht aan de Groenendaal langskwam en verloofd raakte met de veel oudere Jan, voordat zij in 1860 trouwde met Anthonie Jacobus Ernst.
3. Gemeentearchief Amsterdam, Trouwregisters 1845, DTB 3/133.
4. Nationaal Archief 2.12.03, inventarisnummer 3564, Journaal van de Panter, 10 en 15 maart 1841.
5. W.J.L. Poelmans, De Nederlandse Leeuw 1933, pag. 454.