2.3.1. Eigen huis

Samen met de 20-jarige zoon van zijn schoonvader Hendrik Pieploo werkt Johan August von Meijenfeldt in de jaren 1814-1815 zes dagen per week en 52 weken per jaar als Commandant van de geschuts­werf van de marine. Hij verdient gemiddeld 40 gulden per maand. (1) Op zee had hij minder verdiend, maar had toen geen kosten van voeding en huisvesting. In die tijd geeft Johan August op als beroep bewaarder, sjouwer, ‘gewezen Constabel-Majoor’ of ‘particulier’.

Het bevreemdt daarom enigszins dat Johan August kort daarop – op 27 december 1816 – in staat is een huis met tuin te kopen. (2) De prijs is niet uit de notariële archieven te halen, maar vermoedelijk gaat het om een bedrag in de buurt van de 2.000 gulden. Dit bedrag komt overeen met het zesvoudige van zijn eertijds genoten jaarsalaris. Of de terugkeer van zijn schoonouders Pieploo naar Amsterdam – waar hun drie jaar jongere dochter Engeltje woont – er iets mee te maken heeft blijft onzeker, maar het is natuurlijk mogelijk dat de niet onvermogende handelskapitein een schenking doet. Meer aannemelijk is dat Johan August het door hem in Nijkerk uitgeleende geld terugkrijgt, want door het overlijden van zijn moeder Marritje Jacobs van Spiek op 15 mei 1815 moet Roelof Bosman met rente (zo’n 250 gulden) terugbetalen.

De woning ligt aan de overzijde van de stadsvest aan de Goudschen Cingel (soms Oost-Singel genoemd), wijk N, nummer 66. De verkoper is Isaac Anokke, die optreedt namens zijn vrouw Jacoba Wilhelmina Verdonk en haar zuster Wilhelmina Petronella Verdonk, die het huis via hun moeder Geertruyd Bakkers van hun vader Willem Verdonk erfden. Laatstgenoemde had het huis op 23 juni 1779 uit de nalatenschap van Ary Danserweg gekocht. Het huis ligt bij de Goudschen Poort naast de aan de Goudschen Ryweg grenzende percelen van C. Welenhoek (later Jan Heusdens), M. Verbrugge (later Ringlever-Lagemans) en Jacobus Wielander, wiens perceel aan de achterzijde doorloopt. Aan de andere zijde loopt een bleeksloot en ligt het perceel van Deutz. Het hele gebied bestaat uit blekerijen en het is niet onmogelijk dat het gezin ter plaatse bijverdiende met het bleken van wasgoed.

rotterdam18657. Lutherse Kerk aan het Wolfshoek                             31. Goudsche Singel                       Groenendael

De verhuizing naar Rotterdam heeft vrijwel zeker tot gevolg dat Johan August geen band meer heeft met zijn dochter Wilhelmina Augusta in Amsterdam. Zij groeit verder op in het Almoezeniersweeshuis in Amsterdam. Haar grootouders overlijden kort na elkaar in 1815. Op 10 november 1818 doet zij bij de nieuwe dominee Uckerman (1773-1850) in de Oude Kerk van Amsterdam belijdenis bij de Hersteld Evangelisch-Lutherse Gemeente. (3)

Johan August houdt nog wel een band met zijn vriend Pieter Ziervogel. Deze reist in 1816 af naar de Middellandse Zee waar hij roem verwerft in de Slag bij Algiers en bij zijn terugkeer tot Ridder in de Militaire Willemsorde 3de klasse wordt geslagen, en twee jaar later tot Zweedse Ridder in de Zwaard Orde, als Bernadotte daar alsnog de troon bestijgt. Hij wordt in 1817 benoemd tot garnizoenscommandant en in de rang van kolonel tot commandant van het Corps Mariniers. In 1831 volgt zijn benoeming tot Schout-bij-Nacht en in 1840 tot Vice-Admiraal. Hij wordt eind 1843 met pensioen gestuurd en tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw geslagen. In 1845 overlijden hij en zijn vrouw in Delft.

In het nieuwe Rotterdamse huis van Johan August worden nog drie kinderen geboren: Friedrich – later Frederik genoemd – (1817), Anthonetta Engelina Juliana (1821) en Engelina Catharina Margaretha Augusta (1823). In het gezin zijn nu dus 8 monden te vullen. Om het hoofd boven water te kunnen houden besluit Johan August op 18 april 1823 een hypotheek van 200 gulden op zijn woning af te sluiten bij koopman Willem de Vlugt. (4) Op dezelfde dag maken Johan August en zijn vrouw een testament op, waarin zij elkaar als enig algemeen erfgenaam aanwijzen. (5)

In Amsterdam trouwt Wilhelmina Augusta in 1827 met de 29-jarige Arendt van Paddenburg. Diens vader is – net als haar moeder – al meer dan 20 jaar dood. Diens moeder, Johanna Cathrina Cornie, is getuige bij het huwelijk. De bruid geeft op dat haar vader Johan August absent is en haar moeder overleden. Daarom moet ze ook de gegevens van haar grootouders van beide zijden overleggen. Van moederszijde kan zij de overlijdensacten laten zien, maar van vaderszijde geeft zij op: “onbekend”. (6) Wilhelmina Augusta krijgt vijf kinderen in de periode 1828-1839. Het gezin woont aanvankelijk aan de Elandsgracht 35 en vanaf 1831 in de Geertruijsteeg 13. Arendt van Paddenburg is van beroep winkelbediende.

 

  1. Stadsarchief Rotterdam, Nieuw Notarieel Archief 496/1124.
  2. Stadsarchief Amsterdam, Hersteld Evangelisch-Lutherse Gemeente (PA 190), Boek van Dooplingen, Ledematen en Echtverbintenissen van Do. Uckerman (nr. 212), Afdeling 2, Vrouwe Ledematen onder W (“Wilhelmina Augusta Meijveld”); evenzo Lidmatenregister (film 972).
  3. Stadsarchief Rotterdam, Nieuw Notarieel Archief 500/142.
  4. Stadsarchief Rotterdam, Nieuw Notarieel Archief 520/-168-170; de originele testamenten bevinden zich in het Familiear-chief [DF/N/31-32].
  5. Stadsarchief Amsterdam, Trouwregisters 1827 (DTB 3/92); Bijlagen bij huwelijksacte (film 413).